Foute ouders

De ‘grenzeloze jeugd’ is steeds meer op zichzelf gericht, gek op kicks en de maatschappij kan de jongeren steeds minder schelen. Ik weet het, het is oud nieuws. Deze uitkomst van een onderzoek van Motivaction is breed uitgemeten en ook, in de paar kranten die ik lees, meteen weer afgeserveerd. Nou weet ik wel dat je in opinie-onderzoek het antwoord kunt krijgen dat je zoekt. De onderzoekjes van Maurice de Hond zijn daar het sprekende bewijs van (en als het niet klopt verzint ie wel een argument om te ‘verklaren’ waarom het niet klopt zoals steevast bij de Tweedekamerverkiezingen). De teneur van het commentaar was dat de jeugd het in de ogen van de oudere generatie nooit goed doet. Dat is waar. Al eeuwen. We praten van de generatiekloof.
Wat ik echter opmerkelijk vind, en daar wordt in die door mij gelezen commentaren aan voorbij gegaan, is de houding van de oudere generatie. Die conformeert zich tegenwoordig maar al te graag aan jongheid. Ik las een tijdje terug een brief in de Volkskrant waarin de schrijver, een oudere man, er verontwaardigd op wees dat zijn generatie beslist niet oud en grauw is en dat hijzelf, bijvoorbeeld, wel degelijk in veelkleurige uitdossing de stukken er van af sportte. De oudere generatie wil jeugdig zijn en laten blijken dat ze heel goed met de nieuwste grillen van hun eigen kinderen mee kunnen komen.
Als je foto’s ziet van mannen en vrouwen van rond de eeuwwisseling, dan valt mij altijd op hoe ouwelijk die er uit zien: heren van 24 jaar met dikke snor en vadermoordenaar, vrouwen van 22 keurig in de baleinen (tot en met heur kapsel). Nu doet de oudere generatie er alles aan om op hun kinderen te lijken. Opmerkelijk.
Een ander aspect is dat de meningen van de jeugd over zichzelf en de maatschappij in de afgelopen jaren zijn veranderd. Je kunt natuurljk, weer, zeggen dat Motivaction waardeloos onderzoek uitvoert. Dat is heel goed mogelijk, maar ik wil dat toch niet op de voorhand aannemen. Laten we even stellen dat wat Motivaction gedaan heeft de toets der kritiek kan doorstaan, dan heb je iets om je over te verbazen. Niet zozeer over de zaken die de aloude generatiekloof aankleven, waar ouderen er alles aan doen om die te dichten, maar over hun houding tegenover de maatschappij. In dat verband is het toch opmerkelijk dat jongeren minder om het milieu geven. Het kan best dat de jongeren vroeger milieubewust waren om hun ouders te pesten, maar in eerdere tijden was de jeugd dé grote voorvechter van een gezond milieu. Waarom is dat minder geworden (ik ga er nog maar steeds van uit dat M. geen knoeiwerk heeft geleverd)? Omdat hun ouders milieubewuster zijn geworden? Daar geloof ik geen pest van. Dat zijn dingen die het overpeinzen waard zijn, vind ik en dan geeft het geen pas om met een Pavlov-reactie de uitkomsten van het rapport af te doen als volkomen logisch gezien de eeuwige strijd tussen de generaties.

Geschreven door Arno Schrauwers op 7 December 2009.
Categorie: Uncategorized | 17 reacties »

Print dit artikel Print dit artikel

Zeiltrutje

Ik weet het, het was vakantie, komkommertijd, maar ook dat verklaart niet waarom kranten, tv en radio allemaal massaal op Laura doken. Ik weet het ook, heel erg veel met wetenschap heeft het niet te maken (misschien met krantkunde, dat tegenwoordig een academisch vak schijnt te zijn), maar toch alles met journalistiek of wat daar voor door moet gaan. Een paar weken geleden moest de ombudsman van de Volkskrant erkennen dat de Volkskrant, ons baken in woelige tijden, er al 34 keer over had geschreven, waaronder een paginagroot artikel in het Vervolg-katern en verschillende voorpagina-artikelen. Er zijn heel wat gewichtiger zaken waar vele malen minder aandacht aan besteed wordt. Maar ook deze doorgaans zo nuchtere man sprak de ban niet uit over deze Laura-idiotie.
En het brandt weer los. Het verhaal is nog niet af. Zelfs het serieuze Nova had, na een gesprek met onze favoriete pandemioloog Roel Coutinho, er uitgebreid plaats voor ingeruimd. Ruimte voor een dertienjarige puber die de wereld rond wil zeilen. Zijn we met zij allen geschift geworden of snap ik er nu echt helemaal niks meer van? Of beide? Ik ga mijn verstand opzoeken.

Geschreven door Arno Schrauwers op 31 October 2009.
Categorie: Uncategorized | 13 reacties »

Print dit artikel Print dit artikel

Water een raketbrandstof

Het stond er echt in de Volkskrant van zaterdag. Ze hadden een raket naar de maan gestuurd om te kijken of de maan water bevat. Dat kan handig zijn als er mannetjes (of vrouwtjes)  de maan willen betrekken. Maar dat water kan, volgens de Volkskrant, ook dienen als grondstof voor raketbrandstof. Huh?

Een tijdje geleden schreef Bob Park, een Amerikaanse hoogleraar met een eigenwijs blog die zich vooral afzet tegen ID-ers en andere hersenspinners, daar al een verhaaltje over. Hij belde de NASA. “Zoek je water? Je kunt bij mij zoveel veel water halen als je wilt en dat is een stuk goedkoper dan het op de maan halen.” De NASA-man zei hem dat het niet alleen ging om drinkwater voor Mars-reizigers, maar ook om raketbrandstof. “Is water een grondstof voor raketbrandstof?”, vroeg Bob verbaasd. “Ja”, zei de NASA-man, “want er zit waterstof in water.” “Maar”, riposteerde de verbouwereerde geleerde, “het kost toch een hoop energie om die waterstof uit water te krijgen?” “Sorry”, zei de NASA-man, “ik krijg net een dringend telefoontje op de andere lijn.” Tuuttuuttuuttuut

Geschreven door Arno Schrauwers op 12 October 2009.
Categorie: Uncategorized | 1 reactie »
Tags: ,
Print dit artikel Print dit artikel

Klisjeemannetjes

Heeft u het ook gelezen? Astronomen hebben een ontdekking gedaan die nieuw licht werpt op donkere materie. Iets met verbanden en torussen, maar daarover ga ik het nu niet hebben.

Opmerkelijker was de eensgezindheid waarmee wij, wetenschapsjournalisten, het hemelse gebeuren voor het voetlicht brachten. ‘Nieuw licht op donkere materie’, klonk het overal. Goh, wat een trouvaille, zo’n kop.

Jammer alleen dat diezelfde taalvondst al door nog tientallen anderen is gedaan. In het buitenland constateerde men dat er new light on dark matter was geworpen, en neues Licht in dunkle Materie. Trouwens, in het verleden wierp het onderzoek ook al keer op keer licht op donkere materie. Intussen zien we van die donkere materie overigens nog steeds geen reet.

Dat journalisten en voorlichters vaak uitgekauwde taal gebruiken, is bekend, maar de wetenschapsjournalist toont zich toch wel de ware meester in het genre van het cliché’s afdraaien. Dus is er steeds sprake van ‘doorbraken’ in de ‘strijd tegen kanker’, ‘zien’ allerlei machines ‘het licht’, komen er telkens ‘heilige gralen binnen handbereik’ maar worden er ook ‘heilige huisjes omvergehaald’.

Als het gaat over kosmologie, dient het vooral ‘geheimzinnig’ en ‘mysterieus’ te zijn; als het gaat over het klimaat, begin dan vooral met een olijk weerkundig gezegde. Talrijk zijn ook de ‘vingerafdrukken’, de ‘babyfoto’s’ en de zwarte gaten die ‘gulzig’ zijn of een ‘geboortekreet’ slaken.

En wie ben ik om mijn wetenschapsjournalistieke handen te wassen in onschuld: ook in mijn teksten willen wel eens al te geforceerde woordgrappen, flauwe dubbelzinnigheden of afgezaagde zegswijzen opduiken.

U moet trouwens wel op een paar van de links in dit stukje klikken hoor, ik heb mij de pleuris gegoogeld.

Metaforen als een grijsgedraaide plaat, koppen vol uitgekauwde woordspelingen. Maniërisme, collega’s. Nu-punt-nl’igheid. De Telegraafziekte. ANP’itis. Kom, zullen we ons voornemen dat we van nu af aan wel een volle minuut proberen na te denken voordat we een kop maken?

(Als het niet zo’n cliché zou zijn, zou hier nu een afsluitende woordspeling komen – zoiets als houdt uw kop erbij; geef uw koppen eens een facelift.)

Geschreven door Maarten Keulemans op 1 October 2009.
Categorie: Uncategorized | 16 reacties »

Print dit artikel Print dit artikel

Een allochtoon kost € 772.446

De Partij Voor de Vrijheid van Geert Wilders wilde deze zomer middels Kamervragen te weten komen ‘wat een allochtoon kost’. Het kabinet weigerde deze bevolkingsgroep ‘langs de meetlat van de euro te leggen’. Of Wilders nu wel of niet alle cijfers bij elkaar krijgt en optelt, de uitkomst zal onzin zijn.

Laten we, om deze kwestie in perspectief te zien, ons eens afvragen: wat kost een vrouwelijke doctorandus? Om te beginnen natuurlijk de werkelijke kosten van een universitaire opleiding, betaald uit de algemene middelen: minstens een ton. Daarna betreedt mevrouw weliswaar de arbeidsmarkt, maar ze werkt vaker parttime en verdient minder dan een mannelijke doctorandus. Ze betaalt dus minder belasting, een verliespost van jewelste. Voorts is het veelal de vrouw die kinderen wil. De rekening voor zwangerschapsverlof, kinderbijslag, consultatiebureau, speeltuinsubsidies en kinderopvang gaat voor bijna honderd procent naar de gemeenschap. Erger is nog, dat de vrouwelijke doctorandus vaker dan de mannelijke jong in de WAO belandt, een molensteen die decennia lang om de nek van de belastingbetaler blijft hangen. Tenslotte staat buiten kijf, dat hoogopgeleide vrouwen langer leven dan zowel mannen als laagopgeleiden, zodat ze asociaal lang AOW en pensioen trekken en de gezondheidzorg belasten. En nog weigert het kabinet hardnekkig toe te geven dat Nederland beter af zou zijn zonder hoogopgeleide vrouwen! Schande! Trouwens, nu we toch bezig zijn: wat geeft Nederland jaarlijks uit per profvoetballer als je echt alles meerekent: jeugdopleiding, subsidies aan clubs, bouw van stadions, politie-inzet, relschade? Breek me de bek niet open!

Wat Wilders de minister tandenknarsend wil laten zeggen is ongeveer dit: als ‘wij’ vijftig jaar geleden de grenzen gesloten hadden voor niet-Europese immigranten, dan zouden ‘wij’ nu in een welvarender land leven. In de filosofie noemen ze dat een counterfactual, een ‘wat als’-vraag. Op zulke vragen is zelden een zinnig antwoord mogelijk. We hebben geen idee wat ‘ons’ bruto binnenlands product nu zou zijn geweest als ‘we’ vijftig jaar geleden niet massaal goedkope arbeidskrachten waren gaan ïmporteren. Let ook op de aanhalingstekens: wie zijn ‘we’ eigenlijk als die instroom niet had plaatsgevonden? In ieder geval niet de ‘we’ die wij nu zijn. Alleen derde-generatie-raszuivere autochtonen? Dan blijven er niet eens zo heel veel stemmen voor Wilders over.
‘Wat kost een allochtoon’ is net zo’n counterfactual als ‘wat kost een vrouwelijke doctorandus’. Uiteraard heeft de voorman van de PVV geen boodschap aan deze subtiliteiten. Daarom becijferen we bij deze, voor eens en voor altijd, klip en klaar de kosten van immigratie. Elke euro die een allochtoon kost, is een stem voor Wilders. Zoals het de demagoog betaamt, draaien we deze gevolgtrekking om: de kosten van een allochtoon zijn dus gelijk aan het aantal stemmen op Wilders bij de laatste Europese verkiezingen: € 772.446. Eindelijk duidelijke taal.

Geschreven door Arnout Jaspers op 17 September 2009.
Categorie: Zonder categorie | 3 reacties »

Print dit artikel Print dit artikel

Een glas voor de wetenschap!

Albert van den Berg, Michel Ferrari en Marten Scheffer, de drie Spinozapremiewinaars, zagen elkaar voor het eerst tijdens de prijsuitreiking. En toen was er ‘meteen een click’, aldus de NRC van afgelopen zaterdag. Ze zien elkaar nu regelmatig, noemen elkaar dan bij de voornaam (‘Ha Albert!’), en drinken witte wijn. En ze hebben besloten samen te werken aan hetzelfde onderwerp: migraine. Het onderwerp van Ferrari, maar de beide anderen bleken over voor Ferrari nog ongekende vaardigheden te beschikken.

Na enig gebabbel over hun bekroonde werk, over de gepasseerde alfa’s (die geen prijs kregen) en de toestand van Nederland, komt het gezamenlijke onderzoeksidee ter tafel. Ferrari worstelt met de vraag waardoor een migraineaanval wordt getriggerd. Zijn collega’s gaan hem nu helpen: ‘Met de techniek van Albert (labs on a chip, mh) kunnen we de bloedwaarden van patiënten op een niet-invasieve, niet belastende manier en betrouwbare manier van uur tot uur in kaart brengen. Marten (omslagen en stabiele toestanden bij complexe systemen, mh) maakt dan een model waarmee het omslagpunt kan worden voorspeld en vertelt ons hoe het kan worden gekeerd. Daarna kun je medicijnen ontwikkelen. Dat is de droom.’

Een hele droom. Ferrari is vooral bekend om zijn onderzoek naar ‘migrainegenen’ (hij heeft er inmiddels vier geïdentificeerd) die op de een of andere manier de drempel voor een migraineaanval verlagen. Maar wat een dergelijke aanval triggert, daarover weten we vrijwel niets. Het begint in de hersenen, zo luidt de consensus. Daar gebeurt iets waardoor de bloedvaten in het hersenvlies worden verwijd, en een ontstekingsreactie ontstaat. Met vreselijke hoofdpijn tot gevolg. De lijst van factoren die een dergelijke aanval kunnen veroorzaken, of vergemakkelijken, is ellenlang en varieert van spanning tot bepaalde voedingsmiddelen tot onregelmatig leven. De oorzaak lijkt primair psychisch, neurologisch te zijn. Het begint ergens tussen de synapsen. Worden migraineaanvallen veroorzaakt door schommelingen in bloedwaarden? Het is niet ondenkbaar, sommige wellicht. Er bestaan (naar het brede scala aan triggers gekeken) waarschijnlijk meerdere vormen van migraine. Maar als ze primair neurologisch zijn, zijn migraineaanvallen dan voorspelbaar aan de hand van bloedwaarden? Het lijkt heel onwaarschijnlijk. Wat zou er in het bloed gemeten moeten worden? U zegt het maar. En gedragen die bloedwaarden, die gekoppeld zijn aan allerlei regulerende systemen in het lichaam, zich als een complex systeem, zoals de troebele viswateren waarmee Scheffer beroemd is geworden, compleet met het omslaggedrag waar hij alles van weet? Het lijkt me sterk (en geen pretje).

Het is een droom. Ik vrees dat de heren zich wat al te zeer door hun pas ontdekte vriendschap meesleuren. Praten over ‘samen migraine onderzoeken’ (de intro bij het verhaal),  en vlotjes babbelen over de weg naar medicijnen, lijkt me, eerlijk gezegd, een beetje frivool.

‘De drie mannen,’ aldus een van de laatste alinea’s, ‘spreken af om elkaar in augustus weer te zien, bij Michel Ferrari thuis, in de wijnkelder.’

Goed idee. Maar misschien een ander onderwerp?

Geschreven door Marcel Hulspas op 8 July 2009.
Categorie: Zonder categorie | 3 reacties »

Print dit artikel Print dit artikel

Nieuws uit niks

Wetenschapsjournalistiek heeft iets van een kermisdraaimolen. Een beperkt aantal onderwerpen keert voortdurend terug; het enige verschil is dat er steeds weer een andere journalist bovenop is geklommen. Een van die eeuwig wederkerende stokpaardjes is mediteren. En dan vooral: hoe goed het wel niet voor je is. Een paar dagen geleden was er een congres in Leiden gewijd aan Imag(in)ing the buddhist brain – reden voor meerdere kranten om het onderwerp voor de zoveelste keer over meerdere pagina’s uit te spreiden. Valt er dan iets te melden? Ne, maar je kunt altijd doen alsof.

Dergelijke artikelen (zie het AD, 28 maart)  hebben heel vaak dezelfde legitimatie: vroeger was mediteren ‘gek’, nu wordt het steeds populairder, en wetenschappers zijn uiterst nieuwsgierig. Allemaal onzin natuurlijk (mediteren was dertig jaar geleden veel populairder dan nu) maar je moet zo’n artikel nu eenmaal verkopen. Een andere techniek is er van alles met de haren bijslepen. Zo gaat het artikel van Niki Kortweg in de NRC van 22 maart voor een groot deel over mindfulness based cognitive therapy voor mensen met een lichte depressie, een vorm van cognitieve gedragstherapie die wel popi wordt aangeduid als ‘meditatietherapie’  maar die echt niks met mediteren te maken heeft. Ook heel populair in dat soort artikelen zijn onderzoekjes waaruit moet blijken dat mediteren goed is voor de weerstand, of voor minder stresshormonen zorgt. Effecten van niks, en tja, dat heb je zo met lekker rustig op je gat zitten.

Want wat je te zien krijgt als je het brein van een mediterende doorlicht, weten we allang. Dat brein gaat alfa- en thetagolven produceren. De eerste ontstaan altijd als je in wakkere toestand de ogen sluit. De tweede verraden het begin van slaap. Dat is alles. Meer is er met EEG’s nooit aangetoond. Reden voor Cora de Weerdhof in het AD (28 maart) om te beweren dat mediteren zorgt voor ‘een heldere blik’(!) en voor ‘de nodige ontspanning’ en dat dit ‘fantastisch nieuws’ zou zijn. Daarnaast is er tegenwoordig natuurlijk de mri-scan. Ook daar zijn zo nu en dan mediterenden in geschoven, met als resultaat: geen resultaat. Allerlei hersengebiedjes floepen aan of uit, en wat het betekent weet geen mens. Het enige dat redelijk vast lijkt te staan is de dooddoener dat het brein van mensen die duizenden uren mediteren ietsje anders lijkt te functioneren dan dat van beginnende mediteerders. Om precies te zijn: als ze zich getraind hebben in het onderdrukken van verstoringen zie je dat ze… iets beter zijn in het onderdrukken van verstoringen. Reden voor Niki Kortweg om halleluja te kraaien: ‘Een getraind meditatiebrein (…) herbergt “een geest als water, een belangrijk begrip in de karate. (…) Zeer begerenswaardig, een geest als water.’ Waarom dat zo is (buiten de karatemat) krijgen we niet te horen.  Maar Korteweg betreurt het dat ‘tienduizend uren mediteren voor de meeste mensen niet (is) weggelegd.’

Het merkwaardige is dat in dergelijke veel te lange, opgeblazen stukken toch ook onderzoekers aan het woord komen (in beide gevallen Heleen Slagter, University of Wisconsin)* die heel duidelijk stelling nemen tegen alle overspannen prietpraat. Maar dat helpt dus niks. De toon van die stukken (en de uitstraling van die spreads) is en blijft: mediteren is iets unieks, en verbetert het brein. Terwijl alle onderzoek (en dat is veel, met name de Amerikaanse geleuvigen tasten graag en diep in de buidel) slechts één conclusie toelaat: mediteren is een ingewikkelde manier om tot een middagdutje te komen.

Kracht uit niks, heet dat stuk in het NRC. Nieuws uit niks, lijkt me accurater.

* In de NRC staat daar bij ‘aan de telefoon’. Dat doen ze vaker in die krant, als het om buitenlandse wetenschappers gaat. Heel suf. Alsof iemand dat interesseert. Alsof de lezer toch vooral niet moet denken dat de auteur het citaat uit zijn duim heeft gezogen, of daarvoor speciaal in het vliegtuig is gestapt. Mag die belachelijke mededeling voortaan weg?

Geschreven door Marcel Hulspas op 6 April 2009.
Categorie: Zonder categorie | 2 reacties »
Tags:
Print dit artikel Print dit artikel

Leugens, grote leugens en de mythe van de ‘buitenstaander’

De naderende rechtszaak tegen Geert Wilders doet oude tijden herleven. Volgens een recente peiling uitgevoerd door Maurice de Hond zou Wilders’  PVV momenteel 23 zetels halen in de Tweede Kamer. En ondertussen zakt het CDA naar een schamele 28 zetels. De huidige coalitie heeft bij lange na geen meerderheid meer. Nieuw Rechts dreigt de vaderlandse politiek opnieuw te gaan domineren. De onvrede die in 2002 tot uitbarsting kwam, lijkt nog even levend als voorheen. Waar komt deze vandaan, is de bange vraag die de Haagse politiek zich nu al jaren stelt. Bij het CDA denken ze het te weten. Het probleem is niet de politiek maar de kiezers. Die liggen dwars, zijn eeuwig ontevreden en voelen zich nergens meer bij betrokken – en wel nog het minst bij de landspolitiek. Het zijn ‘buitenstaanders’: een term bedacht door enquêtebureau Motivaction die inmiddels een eigen leven is gaan leiden binnen de Haagse politiek in het algemeen, en het CDA in het bijzonder.

De ‘ontdekking’ van de buitenstaander is een fraai voorbeeld van statistisch gegoochel. Motivaction voert al ruim tien jaar een zogenaamd Mentality-onderzoeksprogramma uit, waarbij duizend mensen schriftelijk worden gevraagd naar hun ‘waarden, oriëntaties, achtergronden en gedrag’. Wat ze vinden, wat ze belangrijk vinden, en wat ze in hun vrije tijd doen. Op basis van hun antwoorden worden de deelnemers onderverdeeld in acht ‘mentaliteitsmilieus’,  variërend van aan de ene kan de ‘traditionele burgerij’ (vooral ouderen) en aan het andere uiterste ‘postmoderne hedonisten’. Dit alles lijkt sterk op het met kracht intrappen van een sociologische open deur, maar Motivaction doet er ook iets leuks mee. Het grootste ‘mentaliteitsmilieu’ is de ‘moderne burgerij’. Deze groep, volgens Motivaction ruim drie miljoen stemgerechtigden, kijkt vaker naar de commerciële televisie dan de traditionele burgerij (alweer zo’n open deur) en is tegelijkertijd meer gehecht aan zekerheid en voorspelbaarheid dan de ‘postmodernen’. In haar analyses van dit materiaal – in opdracht van de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid – gooit Motivaction deze ‘moderne burgerij’ op één hoop met een andere groep, de anderhalf miljoen ‘gemaksgeoriënteerden’, een groep die gekenmerkt wordt door een lak aan status (iets waar moderne burgerij wel enig belang aan hecht) en een egocentrische moraal. Ook deze groep ligt in het hart van het electoraat,  tussen beide genoemde uitersten in. Samen vormen ze met andere woorden de gemiddelde Nederlander: geen traditionalist, kritisch tegenover macht en status maar ook geen behoefte aan een al te vrije, ‘postmoderne’ leefstijl. Alles bij elkaar gaat het om vierenhalf miljoen stemmers, eenderde van het electoraat. En dit hart van het electoraat wordt door Motivaction in de bij haar bestelde rapporten simpelweg aangeduid als ‘de buitenstaanders’, of ‘de afzijdige burgers’. Door middel van een opeenstapeling van negatieve clichés, ontleend aan ‘onderzoek’, schildert Motivaction deze groep af als een duistere, oproerige, domme massa die een bedreiging vormt voor de Nederlandse samenleving. De buitenstaander, aldus Motivaction-onderzoeker Martijn Lampert, ‘ervaart een grote afstand tot politiek en overheid, voelt zich bedreigd door globalisering en migratie, is materialistisch ingesteld en op zoek naar zekerheden en maatschappelijke erkenning.’ Hij heeft last van ‘een gering vermogen tot verbinding met een groter geheel’ (lees: hij is geen lid van een kerk of politieke partij), en vertoont ‘een lage score’ op tolerantie, gemeenschapszin en empathie. Maar hij heeft weer wel ‘een hoge score op geweldsfascinatie en ruw hedonisme.’ Verder heeft de buitenstaander ‘een weinig kritische houding ten opzichte van informatie en een moeizame omgang met complexiteit die vooroordelen in de hand kunnen werken.’ (lees: hij is zo dom om Wilders te stemmen). En opvoeden kunnen ze ook al niet. ‘Het is de vraag,’ schrijft Lampert, ‘of deze ouders in staat zijn om hun kinderen in dezelfde mate te stimuleren tot klassieke deugden als matiging, wijsheid, rechtvaardigheid, en een bijdrage aan de gemeenschap, als ouders uit andere milieus.’ Drankmisbruik, spijbelen, vandalisme: Lampert brengt het allemaal in verband met de verrotte moraal van de ‘buitenstaander’. En het worden er steeds meer. Lampert: ‘Zij hebben de meeste kinderen.’ (1)

Natuurlijk, het is in intellectuele kring al eeuwenlang bon ton om het onwillige, onverbeterlijke ‘klootjesvolk’ zwart te maken. Lampert is beslist niet origineel. Drie jaar geleden constateerde de Wiardi Beckam Stichting (het ‘wetenschappelijk’ bureau van de PvdA) dat de opkomst van de commerciële zenders zou leiden ‘een blijvende kloof tussen ‘twee soorten bevolkingsgroepen’ waarbij de kijkers naar commerciëlen ‘zich, zoals uit onderzoek blijkt, minder betrokken voelen bij de maatschappij.’ Ook bij links is het elitaire paternalisme dus allesbehalve dood. Maar Lampert gaat heel ver: in wezen schildert hij de gemiddelde Nederlander af als een amorele, geestelijk instabiele moron. Dat moge absurd klinken, deze analyse vindt ondertussen wel een gewillig oor binnen het CDA. Niet geheel onverwacht, overgens: in confessionele kring beschouwt men zichzelf graag als de kleine, moreel hoogstaande, christelijke minderheid die het moet opnemen tegen de heidense massa. Het CDA was zelfs zo onder de indruk van Lamperts apocalyptische voorspellingen dat Motivaction gevraagd werd als adviesorgaan op te treden tijdens de CDA-verkiezingscampagne van 2006. En het was Lamperts lumineuze idee om Balkende neer te zetten in het hol van de leeuw: ‘Wij hebben gezegd: probeer die onderbuikgroep te bereiken. Geef ze trots in plaats van wrok, bied die zoekende mensen leiderschap.’ Lampert regelde een optreden van lijsttrekker Balkende in RTL Boulevard (‘De commerciële zenders, daar kijken de buitenstaanders naar. Dat is hun venster op de wereld.’) maar waarschuwde de MP wel dat hij het simpel moest houden: ‘Het ging daarom over fatsoen, maatschappelijke stages, trots zijn op Nederland, minder seks en geweld op televisie en meer respect. Balkenende zei ook dat hij van snelle auto’s houdt. Dat sluit aan bij de interesses van de doelgroep.’ (2)

Voor het CDA is Motivactions ‘ontdekking’ van domme, emotionele ‘buitenstaander’ een uitkomst. Het bureau biedt zo een verklaring voor de hardnekkig lage waardering voor de kabinetten-Balkenende. Nederlanders zijn over het algemeen zeer tevreden over de samenleving, maar de helft van de Nederlanders is er van overtuigd dat het kabinet diezelfde samenleving schaadt – een ongekend hoge score. Dat ligt dus niet aan de politiek, of het CDA, zo vertelt Motivaction, maar aan de opmars van de buitenstaander. Het CDA heeft niet gefaald – integendeel, het is de burger die heeft gefaald. Hij is een ‘buitenstaander’ geworden. Geen lid meer van kerk, partij, omroep of carnavalsvereniging, en daarmee egocentrisch, dom en oppervlakkig. Maar gelukkig biedt Motivaction ook een uitweg. Volgens Lampert hebben die buitenstaanders ‘behoefte aan duiding, richting en leiderschap’. Dat zou ‘een aangrijpingspunt voor beleid’ kunnen zijn. Gemakkelijk wordt het niet, de buitenstaander blijft een onbetrouwbaar beest (in de woorden van Lampert: ‘Onvrede die gepaard gaat met verleerde deugden is niet zo maar te beteugelen’) maar de politiek moet streven naar ‘het versterken van opvoeders, politiek, en de morele en sociale infrastructuur’, opdat ook buitenstaanders ‘een deugdzaam en vervullend leven’ mogen verwerven. Ziedaar Lamperts ‘wetenschappelijke’ onderbouwing van het morele offensief van Balkenende IV: het gezemel over koffieshops bij scholen, over ‘gevaarlijke’ paddo’s, over winkelen op zondag, over porno op de buis en broodnodige lessen ‘seksuele moraal’ op school. Om maar te zwijgen van de minister voor jeugd en gezin die alle kinderen in een elektronisch dossier wil hebben. Voor je weet maar nooit. Nederland moet heropgevoed. De buitenstaander moet weer leren waar de grenzen liggen. Als dat niet lukt, en hij niet terugkeert in de schoot van de gevestigde politieke stromingen, wordt ons land straks onbestuurbaar.

Er bestaat in de wetenschap een harde regel: garbage in, garbage out. Motivaction meet wat zijn opdrachtgevers willen meten, en kneedt de uitkomsten tot het gewenste resultaat is bereikt. En zo krijgt CDA wat het hebben wil: een morele veroordeling van de dwarsliggende kiezer. Hij is een ‘buitenstaander’, een loser die hard moet worden aangepakt.

  1. Citaten ontleend aan: Martijn Lampert, ‘Ontevredenen in het hart van de samenleving’. Christen Democratische Verkenningen, zomer 2008 (Uitgeverij Boom). Laatste citaat uit Trouw van 19 december 2006. Maar de denigrerende uitlatingen van Lampert zijn in vrijwel alle media te vinden.
  2. Trouw, 19 december 2006; website Motivaction.

(Dit is een ingekorte versie van een artikel dat Marcel Hulspas plaatste in De Pers van woensdag 4 februari 2009.)

Geschreven door Marcel Hulspas op 6 February 2009.
Categorie: Zonder categorie | 1 reactie »
Tags: ,
Print dit artikel Print dit artikel

Victory Boogie Blaaskaken

‘We hadden een ijzersterke wetenschappelijke vraag: wat zien we, waar kijken we naar?’ Aan het woord is Hans Janssen, conservator van het Haags Gemeentemuseum. Wat zien we, waar kijken we naar – ijzersterker en wetenschappelijker kan het niet. Het Volkskrant Magazine bevatte deze zaterdag een groot interview met Brigitte Kaandorp (voor de tachtigste keer in deze krant, schat ik), maar het humoristisch hoogtepunt was te vinden in de bijlage Kennis, op pagina 7. Een bizarre sketch voor drie heren.
Het gaat om auteur Maarten Evenblij, bovengenoemde Janssen en kunstkenner IJsbrand Hummelen. Onderwerp: het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Mondriaans laatste, onvoltooide werk, dat de Nederlandse staat in 1998 voor veertig miljoen heeft aangekocht. Daar was veel om te doen, toentertijd. Moest dat nou, zoveel geld voor een onaf schilderij, een doek met daarop allerlei stukjes karton en strookjes plakband waarmee Mondriaan nog iets wilde (maar niemand weet wat)? Ja het moest, riep kunstminnend Nederland, want Mondriaan was ook een Nederlander en, onvoltooid of niet, de Victory was zijn laatste werk. Dat hoorde hier, koste wat kost.
Mondriaans onvoltooide knip- en plakwerk is een pure nachtmerrie voor iedere conservator (desondanks toont de foto ZES mensen die er vrijuit boven hangen, pratend en zwetend), en een meesterwerk kan een dergelijk onaf kunstwerk ook moeilijk genoemd worden. Desondanks doen de drie heren in de Volkskrant hun uiterste, opgeblazen best om ons duidelijk te maken dat de Victory een koopje is geweest.

Lees verder »

Geschreven door Marcel Hulspas op 31 August 2008.
Categorie: Zonder categorie | 3 reacties »
Tags:
Print dit artikel Print dit artikel

Bètacanon: rijp voor de vuilnisbak

Daar is-ie dan eindelijk: de bètacanon. Een overzicht in boekvorm van, zo lees ik op de cover, ‘wat iedereen moet weten van de natuurwetenschappen’. Uigegeven door Meulenhoff, in samenwerking met de Volkskrant. Een canon geboren uit gekrenkt eergevoel, zoals iedereen weet. Na het verschijnen van de Canon van de Nederlandse geschiedenis van Frits van Oostrom, klaagden Robbert Dijkgraaf en Louise Fresco in NRC Handelsblad dat Frits de vaderlandse wetenschap was vergeten. Alleen het planetarium van Eise Eysenga was opgenomen; daar moest de wetenschap het maar mee doen. Prompt ontstond het plan om (temidden van de stortvloed aan ‘alternatieve’ canons door Frits veroorzaakt) een ‘bètacanon’ in elkaar te steken. Het werd een serie in de Volkskrant, nu dus braaf gebundeld en onlangs in Teylers bij een glaasje sju ten doop gehouden.

Die gekrenkte trots klinkt nog altijd helder door in het persbericht dat Meulenhoff bij het boek voegde: ‘Waarom,’ aldus Meulenhoff, ‘komt de grote zeventiende-eeuwse wiskundige Christiaan Huygens niet voor in de historische canon van Nederland? Of Van Leeuwenhoek? Enige kennis van de exacte vakken en hun geschiedenis is ook een kwestie van cultuur.’ Dat klinkt zelfverzekerd, en wraakgevoelens hoeven niet slecht te zijn. Talent bloeit pas op door strijd, zoals Nietzsche ooit zei. Maar dat opbloeien is niet gegarandeerd, en dat blijkt ook in dit geval. Door de gedwongen loop van een veel te lang volgehouden artikelenserie is ‘Wat iedereen moet weten’ uit elkaar gevallen in vijftig onderwerpjes, stukjes over zaken als ‘nul’, ‘plastics’, ‘symbolen en formules’, ‘geld’, ‘waterwerken’, ‘zonnestelsel’, ‘taal’ en ‘stad’. Kortom, een onoverzichtelijk, bij elkaar geraapt zootje. En dat alles beschreven in luchtig bedoelde maar vaak buitengewoon knullige tekstjes. De eerste zin van de canon luidt bijvoorbeeld: ‘Nul is een vanzelfsprekend deel van het dagelijks leven.’  Over het klimaat: ‘Het klimaat is hot’. Het periodiek systeem: ‘Lood is eigenlijk net goud’. Over mobiliteit (ook natuurwetenschap!) lezen we: ‘Jezelf verplaatsen van huis naar werk, naar vrienden en op vakantie is onderdeel van het dagelijks leven’.

De reden waarom gekozen is voor dit samenraapsel (Fresco en Dijkgraaf hebben het in hun inleiding zowaar over: ‘Een indrukwekkend panorama van de natuurwetenschappen’) is simpel: men wilde alles. De bijdrage moesten (alweer beiden) ‘de natuurwetenschappelijke wereld als een atlas van kaarten overdekken’. Het is met andere woorden helemaal geen canon. Een canon hoort de hoogtepunten te geven, de must knows. Deze canon wil de lezer de complete natuurwetenschappen door te strot duwen, en dat op een zo ‘luchtig’ mogelijke wijze.

Lees verder »

Geschreven door Marcel Hulspas op 23 June 2008.
Categorie: Zonder categorie | 4 reacties »
Tags:
Print dit artikel Print dit artikel

Salpeter

Welkom op de weblog van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland. Op deze site geeft een aantal auteurs regelmatig hun commentaar op wetenschap en media.

Archief