Auteur archief
Een glas voor de wetenschap!
Albert van den Berg, Michel Ferrari en Marten Scheffer, de drie Spinozapremiewinaars, zagen elkaar voor het eerst tijdens de prijsuitreiking. En toen was er ‘meteen een click’, aldus de NRC van afgelopen zaterdag. Ze zien elkaar nu regelmatig, noemen elkaar dan bij de voornaam (‘Ha Albert!’), en drinken witte wijn. En ze hebben besloten samen te werken aan hetzelfde onderwerp: migraine. Het onderwerp van Ferrari, maar de beide anderen bleken over voor Ferrari nog ongekende vaardigheden te beschikken.
Na enig gebabbel over hun bekroonde werk, over de gepasseerde alfa’s (die geen prijs kregen) en de toestand van Nederland, komt het gezamenlijke onderzoeksidee ter tafel. Ferrari worstelt met de vraag waardoor een migraineaanval wordt getriggerd. Zijn collega’s gaan hem nu helpen: ‘Met de techniek van Albert (labs on a chip, mh) kunnen we de bloedwaarden van patiënten op een niet-invasieve, niet belastende manier en betrouwbare manier van uur tot uur in kaart brengen. Marten (omslagen en stabiele toestanden bij complexe systemen, mh) maakt dan een model waarmee het omslagpunt kan worden voorspeld en vertelt ons hoe het kan worden gekeerd. Daarna kun je medicijnen ontwikkelen. Dat is de droom.’
Een hele droom. Ferrari is vooral bekend om zijn onderzoek naar ‘migrainegenen’ (hij heeft er inmiddels vier geïdentificeerd) die op de een of andere manier de drempel voor een migraineaanval verlagen. Maar wat een dergelijke aanval triggert, daarover weten we vrijwel niets. Het begint in de hersenen, zo luidt de consensus. Daar gebeurt iets waardoor de bloedvaten in het hersenvlies worden verwijd, en een ontstekingsreactie ontstaat. Met vreselijke hoofdpijn tot gevolg. De lijst van factoren die een dergelijke aanval kunnen veroorzaken, of vergemakkelijken, is ellenlang en varieert van spanning tot bepaalde voedingsmiddelen tot onregelmatig leven. De oorzaak lijkt primair psychisch, neurologisch te zijn. Het begint ergens tussen de synapsen. Worden migraineaanvallen veroorzaakt door schommelingen in bloedwaarden? Het is niet ondenkbaar, sommige wellicht. Er bestaan (naar het brede scala aan triggers gekeken) waarschijnlijk meerdere vormen van migraine. Maar als ze primair neurologisch zijn, zijn migraineaanvallen dan voorspelbaar aan de hand van bloedwaarden? Het lijkt heel onwaarschijnlijk. Wat zou er in het bloed gemeten moeten worden? U zegt het maar. En gedragen die bloedwaarden, die gekoppeld zijn aan allerlei regulerende systemen in het lichaam, zich als een complex systeem, zoals de troebele viswateren waarmee Scheffer beroemd is geworden, compleet met het omslaggedrag waar hij alles van weet? Het lijkt me sterk (en geen pretje).
Het is een droom. Ik vrees dat de heren zich wat al te zeer door hun pas ontdekte vriendschap meesleuren. Praten over ‘samen migraine onderzoeken’ (de intro bij het verhaal), en vlotjes babbelen over de weg naar medicijnen, lijkt me, eerlijk gezegd, een beetje frivool.
‘De drie mannen,’ aldus een van de laatste alinea’s, ‘spreken af om elkaar in augustus weer te zien, bij Michel Ferrari thuis, in de wijnkelder.’
Goed idee. Maar misschien een ander onderwerp?
Geschreven door
Marcel Hulspas op
8 July 2009 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
2 reacties »
Nieuws uit niks
Wetenschapsjournalistiek heeft iets van een kermisdraaimolen. Een beperkt aantal onderwerpen keert voortdurend terug; het enige verschil is dat er steeds weer een andere journalist bovenop is geklommen. Een van die eeuwig wederkerende stokpaardjes is mediteren. En dan vooral: hoe goed het wel niet voor je is. Een paar dagen geleden was er een congres in Leiden gewijd aan Imag(in)ing the buddhist brain – reden voor meerdere kranten om het onderwerp voor de zoveelste keer over meerdere pagina’s uit te spreiden. Valt er dan iets te melden? Ne, maar je kunt altijd doen alsof.
Dergelijke artikelen (zie het AD, 28 maart) hebben heel vaak dezelfde legitimatie: vroeger was mediteren ‘gek’, nu wordt het steeds populairder, en wetenschappers zijn uiterst nieuwsgierig. Allemaal onzin natuurlijk (mediteren was dertig jaar geleden veel populairder dan nu) maar je moet zo’n artikel nu eenmaal verkopen. Een andere techniek is er van alles met de haren bijslepen. Zo gaat het artikel van Niki Kortweg in de NRC van 22 maart voor een groot deel over mindfulness based cognitive therapy voor mensen met een lichte depressie, een vorm van cognitieve gedragstherapie die wel popi wordt aangeduid als ‘meditatietherapie’ maar die echt niks met mediteren te maken heeft. Ook heel populair in dat soort artikelen zijn onderzoekjes waaruit moet blijken dat mediteren goed is voor de weerstand, of voor minder stresshormonen zorgt. Effecten van niks, en tja, dat heb je zo met lekker rustig op je gat zitten.
Want wat je te zien krijgt als je het brein van een mediterende doorlicht, weten we allang. Dat brein gaat alfa- en thetagolven produceren. De eerste ontstaan altijd als je in wakkere toestand de ogen sluit. De tweede verraden het begin van slaap. Dat is alles. Meer is er met EEG’s nooit aangetoond. Reden voor Cora de Weerdhof in het AD (28 maart) om te beweren dat mediteren zorgt voor ‘een heldere blik’(!) en voor ‘de nodige ontspanning’ en dat dit ‘fantastisch nieuws’ zou zijn. Daarnaast is er tegenwoordig natuurlijk de mri-scan. Ook daar zijn zo nu en dan mediterenden in geschoven, met als resultaat: geen resultaat. Allerlei hersengebiedjes floepen aan of uit, en wat het betekent weet geen mens. Het enige dat redelijk vast lijkt te staan is de dooddoener dat het brein van mensen die duizenden uren mediteren ietsje anders lijkt te functioneren dan dat van beginnende mediteerders. Om precies te zijn: als ze zich getraind hebben in het onderdrukken van verstoringen zie je dat ze… iets beter zijn in het onderdrukken van verstoringen. Reden voor Niki Kortweg om halleluja te kraaien: ‘Een getraind meditatiebrein (…) herbergt “een geest als water, een belangrijk begrip in de karate. (…) Zeer begerenswaardig, een geest als water.’ Waarom dat zo is (buiten de karatemat) krijgen we niet te horen. Maar Korteweg betreurt het dat ‘tienduizend uren mediteren voor de meeste mensen niet (is) weggelegd.’
Het merkwaardige is dat in dergelijke veel te lange, opgeblazen stukken toch ook onderzoekers aan het woord komen (in beide gevallen Heleen Slagter, University of Wisconsin)* die heel duidelijk stelling nemen tegen alle overspannen prietpraat. Maar dat helpt dus niks. De toon van die stukken (en de uitstraling van die spreads) is en blijft: mediteren is iets unieks, en verbetert het brein. Terwijl alle onderzoek (en dat is veel, met name de Amerikaanse geleuvigen tasten graag en diep in de buidel) slechts één conclusie toelaat: mediteren is een ingewikkelde manier om tot een middagdutje te komen.
Kracht uit niks, heet dat stuk in het NRC. Nieuws uit niks, lijkt me accurater.
* In de NRC staat daar bij ‘aan de telefoon’. Dat doen ze vaker in die krant, als het om buitenlandse wetenschappers gaat. Heel suf. Alsof iemand dat interesseert. Alsof de lezer toch vooral niet moet denken dat de auteur het citaat uit zijn duim heeft gezogen, of daarvoor speciaal in het vliegtuig is gestapt. Mag die belachelijke mededeling voortaan weg?
Geschreven door
Marcel Hulspas op
6 April 2009 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
2 reacties »
Leugens, grote leugens en de mythe van de ‘buitenstaander’
De naderende rechtszaak tegen Geert Wilders doet oude tijden herleven. Volgens een recente peiling uitgevoerd door Maurice de Hond zou Wilders’ PVV momenteel 23 zetels halen in de Tweede Kamer. En ondertussen zakt het CDA naar een schamele 28 zetels. De huidige coalitie heeft bij lange na geen meerderheid meer. Nieuw Rechts dreigt de vaderlandse politiek opnieuw te gaan domineren. De onvrede die in 2002 tot uitbarsting kwam, lijkt nog even levend als voorheen. Waar komt deze vandaan, is de bange vraag die de Haagse politiek zich nu al jaren stelt. Bij het CDA denken ze het te weten. Het probleem is niet de politiek maar de kiezers. Die liggen dwars, zijn eeuwig ontevreden en voelen zich nergens meer bij betrokken – en wel nog het minst bij de landspolitiek. Het zijn ‘buitenstaanders’: een term bedacht door enquêtebureau Motivaction die inmiddels een eigen leven is gaan leiden binnen de Haagse politiek in het algemeen, en het CDA in het bijzonder.
De ‘ontdekking’ van de buitenstaander is een fraai voorbeeld van statistisch gegoochel. Motivaction voert al ruim tien jaar een zogenaamd Mentality-onderzoeksprogramma uit, waarbij duizend mensen schriftelijk worden gevraagd naar hun ‘waarden, oriëntaties, achtergronden en gedrag’. Wat ze vinden, wat ze belangrijk vinden, en wat ze in hun vrije tijd doen. Op basis van hun antwoorden worden de deelnemers onderverdeeld in acht ‘mentaliteitsmilieus’, variërend van aan de ene kan de ‘traditionele burgerij’ (vooral ouderen) en aan het andere uiterste ‘postmoderne hedonisten’. Dit alles lijkt sterk op het met kracht intrappen van een sociologische open deur, maar Motivaction doet er ook iets leuks mee. Het grootste ‘mentaliteitsmilieu’ is de ‘moderne burgerij’. Deze groep, volgens Motivaction ruim drie miljoen stemgerechtigden, kijkt vaker naar de commerciële televisie dan de traditionele burgerij (alweer zo’n open deur) en is tegelijkertijd meer gehecht aan zekerheid en voorspelbaarheid dan de ‘postmodernen’. In haar analyses van dit materiaal – in opdracht van de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid – gooit Motivaction deze ‘moderne burgerij’ op één hoop met een andere groep, de anderhalf miljoen ‘gemaksgeoriënteerden’, een groep die gekenmerkt wordt door een lak aan status (iets waar moderne burgerij wel enig belang aan hecht) en een egocentrische moraal. Ook deze groep ligt in het hart van het electoraat, tussen beide genoemde uitersten in. Samen vormen ze met andere woorden de gemiddelde Nederlander: geen traditionalist, kritisch tegenover macht en status maar ook geen behoefte aan een al te vrije, ‘postmoderne’ leefstijl. Alles bij elkaar gaat het om vierenhalf miljoen stemmers, eenderde van het electoraat. En dit hart van het electoraat wordt door Motivaction in de bij haar bestelde rapporten simpelweg aangeduid als ‘de buitenstaanders’, of ‘de afzijdige burgers’. Door middel van een opeenstapeling van negatieve clichés, ontleend aan ‘onderzoek’, schildert Motivaction deze groep af als een duistere, oproerige, domme massa die een bedreiging vormt voor de Nederlandse samenleving. De buitenstaander, aldus Motivaction-onderzoeker Martijn Lampert, ‘ervaart een grote afstand tot politiek en overheid, voelt zich bedreigd door globalisering en migratie, is materialistisch ingesteld en op zoek naar zekerheden en maatschappelijke erkenning.’ Hij heeft last van ‘een gering vermogen tot verbinding met een groter geheel’ (lees: hij is geen lid van een kerk of politieke partij), en vertoont ‘een lage score’ op tolerantie, gemeenschapszin en empathie. Maar hij heeft weer wel ‘een hoge score op geweldsfascinatie en ruw hedonisme.’ Verder heeft de buitenstaander ‘een weinig kritische houding ten opzichte van informatie en een moeizame omgang met complexiteit die vooroordelen in de hand kunnen werken.’ (lees: hij is zo dom om Wilders te stemmen). En opvoeden kunnen ze ook al niet. ‘Het is de vraag,’ schrijft Lampert, ‘of deze ouders in staat zijn om hun kinderen in dezelfde mate te stimuleren tot klassieke deugden als matiging, wijsheid, rechtvaardigheid, en een bijdrage aan de gemeenschap, als ouders uit andere milieus.’ Drankmisbruik, spijbelen, vandalisme: Lampert brengt het allemaal in verband met de verrotte moraal van de ‘buitenstaander’. En het worden er steeds meer. Lampert: ‘Zij hebben de meeste kinderen.’ (1)
Natuurlijk, het is in intellectuele kring al eeuwenlang bon ton om het onwillige, onverbeterlijke ‘klootjesvolk’ zwart te maken. Lampert is beslist niet origineel. Drie jaar geleden constateerde de Wiardi Beckam Stichting (het ‘wetenschappelijk’ bureau van de PvdA) dat de opkomst van de commerciële zenders zou leiden ‘een blijvende kloof tussen ‘twee soorten bevolkingsgroepen’ waarbij de kijkers naar commerciëlen ‘zich, zoals uit onderzoek blijkt, minder betrokken voelen bij de maatschappij.’ Ook bij links is het elitaire paternalisme dus allesbehalve dood. Maar Lampert gaat heel ver: in wezen schildert hij de gemiddelde Nederlander af als een amorele, geestelijk instabiele moron. Dat moge absurd klinken, deze analyse vindt ondertussen wel een gewillig oor binnen het CDA. Niet geheel onverwacht, overgens: in confessionele kring beschouwt men zichzelf graag als de kleine, moreel hoogstaande, christelijke minderheid die het moet opnemen tegen de heidense massa. Het CDA was zelfs zo onder de indruk van Lamperts apocalyptische voorspellingen dat Motivaction gevraagd werd als adviesorgaan op te treden tijdens de CDA-verkiezingscampagne van 2006. En het was Lamperts lumineuze idee om Balkende neer te zetten in het hol van de leeuw: ‘Wij hebben gezegd: probeer die onderbuikgroep te bereiken. Geef ze trots in plaats van wrok, bied die zoekende mensen leiderschap.’ Lampert regelde een optreden van lijsttrekker Balkende in RTL Boulevard (‘De commerciële zenders, daar kijken de buitenstaanders naar. Dat is hun venster op de wereld.’) maar waarschuwde de MP wel dat hij het simpel moest houden: ‘Het ging daarom over fatsoen, maatschappelijke stages, trots zijn op Nederland, minder seks en geweld op televisie en meer respect. Balkenende zei ook dat hij van snelle auto’s houdt. Dat sluit aan bij de interesses van de doelgroep.’ (2)
Voor het CDA is Motivactions ‘ontdekking’ van domme, emotionele ‘buitenstaander’ een uitkomst. Het bureau biedt zo een verklaring voor de hardnekkig lage waardering voor de kabinetten-Balkenende. Nederlanders zijn over het algemeen zeer tevreden over de samenleving, maar de helft van de Nederlanders is er van overtuigd dat het kabinet diezelfde samenleving schaadt – een ongekend hoge score. Dat ligt dus niet aan de politiek, of het CDA, zo vertelt Motivaction, maar aan de opmars van de buitenstaander. Het CDA heeft niet gefaald – integendeel, het is de burger die heeft gefaald. Hij is een ‘buitenstaander’ geworden. Geen lid meer van kerk, partij, omroep of carnavalsvereniging, en daarmee egocentrisch, dom en oppervlakkig. Maar gelukkig biedt Motivaction ook een uitweg. Volgens Lampert hebben die buitenstaanders ‘behoefte aan duiding, richting en leiderschap’. Dat zou ‘een aangrijpingspunt voor beleid’ kunnen zijn. Gemakkelijk wordt het niet, de buitenstaander blijft een onbetrouwbaar beest (in de woorden van Lampert: ‘Onvrede die gepaard gaat met verleerde deugden is niet zo maar te beteugelen’) maar de politiek moet streven naar ‘het versterken van opvoeders, politiek, en de morele en sociale infrastructuur’, opdat ook buitenstaanders ‘een deugdzaam en vervullend leven’ mogen verwerven. Ziedaar Lamperts ‘wetenschappelijke’ onderbouwing van het morele offensief van Balkenende IV: het gezemel over koffieshops bij scholen, over ‘gevaarlijke’ paddo’s, over winkelen op zondag, over porno op de buis en broodnodige lessen ‘seksuele moraal’ op school. Om maar te zwijgen van de minister voor jeugd en gezin die alle kinderen in een elektronisch dossier wil hebben. Voor je weet maar nooit. Nederland moet heropgevoed. De buitenstaander moet weer leren waar de grenzen liggen. Als dat niet lukt, en hij niet terugkeert in de schoot van de gevestigde politieke stromingen, wordt ons land straks onbestuurbaar.
Er bestaat in de wetenschap een harde regel: garbage in, garbage out. Motivaction meet wat zijn opdrachtgevers willen meten, en kneedt de uitkomsten tot het gewenste resultaat is bereikt. En zo krijgt CDA wat het hebben wil: een morele veroordeling van de dwarsliggende kiezer. Hij is een ‘buitenstaander’, een loser die hard moet worden aangepakt.
- Citaten ontleend aan: Martijn Lampert, ‘Ontevredenen in het hart van de samenleving’. Christen Democratische Verkenningen, zomer 2008 (Uitgeverij Boom). Laatste citaat uit Trouw van 19 december 2006. Maar de denigrerende uitlatingen van Lampert zijn in vrijwel alle media te vinden.
- Trouw, 19 december 2006; website Motivaction.
(Dit is een ingekorte versie van een artikel dat Marcel Hulspas plaatste in De Pers van woensdag 4 februari 2009.)
Geschreven door
Marcel Hulspas op
6 February 2009 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
1 reactie »
Victory Boogie Blaaskaken
‘We hadden een ijzersterke wetenschappelijke vraag: wat zien we, waar kijken we naar?’ Aan het woord is Hans Janssen, conservator van het Haags Gemeentemuseum. Wat zien we, waar kijken we naar – ijzersterker en wetenschappelijker kan het niet. Het Volkskrant Magazine bevatte deze zaterdag een groot interview met Brigitte Kaandorp (voor de tachtigste keer in deze krant, schat ik), maar het humoristisch hoogtepunt was te vinden in de bijlage Kennis, op pagina 7. Een bizarre sketch voor drie heren.
Het gaat om auteur Maarten Evenblij, bovengenoemde Janssen en kunstkenner IJsbrand Hummelen. Onderwerp: het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Mondriaans laatste, onvoltooide werk, dat de Nederlandse staat in 1998 voor veertig miljoen heeft aangekocht. Daar was veel om te doen, toentertijd. Moest dat nou, zoveel geld voor een onaf schilderij, een doek met daarop allerlei stukjes karton en strookjes plakband waarmee Mondriaan nog iets wilde (maar niemand weet wat)? Ja het moest, riep kunstminnend Nederland, want Mondriaan was ook een Nederlander en, onvoltooid of niet, de Victory was zijn laatste werk. Dat hoorde hier, koste wat kost.
Mondriaans onvoltooide knip- en plakwerk is een pure nachtmerrie voor iedere conservator (desondanks toont de foto ZES mensen die er vrijuit boven hangen, pratend en zwetend), en een meesterwerk kan een dergelijk onaf kunstwerk ook moeilijk genoemd worden. Desondanks doen de drie heren in de Volkskrant hun uiterste, opgeblazen best om ons duidelijk te maken dat de Victory een koopje is geweest.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
31 August 2008 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
1 reactie »
Bètacanon: rijp voor de vuilnisbak
Daar is-ie dan eindelijk: de bètacanon. Een overzicht in boekvorm van, zo lees ik op de cover, ‘wat iedereen moet weten van de natuurwetenschappen’. Uigegeven door Meulenhoff, in samenwerking met de Volkskrant. Een canon geboren uit gekrenkt eergevoel, zoals iedereen weet. Na het verschijnen van de Canon van de Nederlandse geschiedenis van Frits van Oostrom, klaagden Robbert Dijkgraaf en Louise Fresco in NRC Handelsblad dat Frits de vaderlandse wetenschap was vergeten. Alleen het planetarium van Eise Eysenga was opgenomen; daar moest de wetenschap het maar mee doen. Prompt ontstond het plan om (temidden van de stortvloed aan ‘alternatieve’ canons door Frits veroorzaakt) een ‘bètacanon’ in elkaar te steken. Het werd een serie in de Volkskrant, nu dus braaf gebundeld en onlangs in Teylers bij een glaasje sju ten doop gehouden.
Die gekrenkte trots klinkt nog altijd helder door in het persbericht dat Meulenhoff bij het boek voegde: ‘Waarom,’ aldus Meulenhoff, ‘komt de grote zeventiende-eeuwse wiskundige Christiaan Huygens niet voor in de historische canon van Nederland? Of Van Leeuwenhoek? Enige kennis van de exacte vakken en hun geschiedenis is ook een kwestie van cultuur.’ Dat klinkt zelfverzekerd, en wraakgevoelens hoeven niet slecht te zijn. Talent bloeit pas op door strijd, zoals Nietzsche ooit zei. Maar dat opbloeien is niet gegarandeerd, en dat blijkt ook in dit geval. Door de gedwongen loop van een veel te lang volgehouden artikelenserie is ‘Wat iedereen moet weten’ uit elkaar gevallen in vijftig onderwerpjes, stukjes over zaken als ‘nul’, ‘plastics’, ‘symbolen en formules’, ‘geld’, ‘waterwerken’, ‘zonnestelsel’, ‘taal’ en ‘stad’. Kortom, een onoverzichtelijk, bij elkaar geraapt zootje. En dat alles beschreven in luchtig bedoelde maar vaak buitengewoon knullige tekstjes. De eerste zin van de canon luidt bijvoorbeeld: ‘Nul is een vanzelfsprekend deel van het dagelijks leven.’ Over het klimaat: ‘Het klimaat is hot’. Het periodiek systeem: ‘Lood is eigenlijk net goud’. Over mobiliteit (ook natuurwetenschap!) lezen we: ‘Jezelf verplaatsen van huis naar werk, naar vrienden en op vakantie is onderdeel van het dagelijks leven’.
De reden waarom gekozen is voor dit samenraapsel (Fresco en Dijkgraaf hebben het in hun inleiding zowaar over: ‘Een indrukwekkend panorama van de natuurwetenschappen’) is simpel: men wilde alles. De bijdrage moesten (alweer beiden) ‘de natuurwetenschappelijke wereld als een atlas van kaarten overdekken’. Het is met andere woorden helemaal geen canon. Een canon hoort de hoogtepunten te geven, de must knows. Deze canon wil de lezer de complete natuurwetenschappen door te strot duwen, en dat op een zo ‘luchtig’ mogelijke wijze.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
23 June 2008 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
3 reacties »
Een weekje in bijzonder Wonderland
Mijn kinderen vinden mij al een week lang een heel toffe vader. Ze hoeven namelijk – wat zeg ik: ze mogen namelijk geen melk meer drinken. Lekker zoete limonade krijgen ze van me. U weet wel waarom.
Een half jaar geleden riep de Wageningse hoogleraar Toon van Hooijdonk dat melk best wel gezond was. Het kwam hier en daar in de krant – leuk voor Ton, want zo’n intreerede is vaak de enige (en vaak een magere) kans in het leven van een hoogleraar om de krant te halen. Maar al die media die toen schreven dat melk gezond is, maakten een vreselijke fout, schreven Michael Persson en Merijn Rengers in de Volkskrant vorige week zaterdag. ‘Geen enkele krant meldde dat de hoogleraar in kwestie geen gewone, maar een bijzonder hoogleraar is.’ Hooijdonks leerstoel wordt betaald door de lobbyclub voor zuivelboeren. De Volkskrant: ‘Dan is het logisch dat melk gezond is: wij van WC-eend adviseren immers WC-eend.’
Dat was het begin van een paginagroot verhaal over het kwart der hoogleraren dat bijzonder hoogleraar heet. Ze hoeven er niet gelijk uit, dat vindt de Volkskrant te ver gaan. Maar ze moeten aan de schandpaal, met de billen bloot: universiteiten moeten overzichten openbaar van maken welke hoogleraar door welke organisatie wordt betaald. Blijkbaar vonden ze deze zaak bij de Volkskrant zo belangrijk dat ze er een hele campagne van brouwden: de oproep stond die zaterdag ook nog op de voorpagina, er kwam een hoofdredactioneel commentaar waarin de universiteiten daartoe werden opgeroepen, en in de dagen daarna volgde de nodige follow-up.
Is er iets aan de hand? Nee, helemaal niks. Naast de half jaar oude melk van Hooijdonk had de krant geen enkel voorbeeld van een bijzonder hoogleraar wiens uitlatingen mogelijk vanuit zijn portemonnee waren opgestegen. Geen enkel. Het gaat om niks. Maar dat geeft niet in Nederland – dan wordt het juist een echte Hollandse boerkadiscussie (kan dat woord in de Van Dale?), waarbij de vaste spelers hun vaste rituele dansen uitvoeren.
De roep om die gegevens openbaar te maken is al oud, maar stuit voortdurend op academische onwil. Die mopperen dan iets over privacybescherming, maar de ware reden is natuurlijk dat ze geen zin hebben om al die hoogleraren daarover achter hun broek aan te zitten, als de andere universiteiten dat niet ook doen. Er is een gedragscode van de VSNU die zegt dat zoiets openbaar zou moeten zijn maar daar hoeven ze zich niks van aan te trekken. En dus gebeurt er niks. Nooit. En toch deed de Volkskrant een week lang alsof er wel iets gebeurde.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
21 April 2008 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
1 reactie »
Het Evidence Beest
De filosoof Daniel Dennett vergeleek de evolutietheorie ooit met een bijtend zuur. Die theorie vreet zich overal naar binnen, en laat overal een spoor van vernieling achter. Ooit alleen maar opgesteld om te verklaren hoe soorten ontstaan, is de evolutieleer inmiddels doorgedrongen in de antropologie, de psychologie, de sociologie en zelfs de kunstbeschouwing. Als u graag een rustgevend landschapje aan de muur heeft hangen, dan komt dat doordat uw verre, verre voorouders over de Afrikaanse savanne zwierven. Zoiets.
Zo is het ook, vrees ik, met het monster genaamd evidence based medicine. Dat is ooit bedacht om de farmaceutische industrie in toom te houden, en nu zitten we er overal mee opgescheept. Alles moet evidence based zijn. Niet alleen de nieuwe pil, ook het dagje rustig aan doen, het washandje van de verpleegster, de kruiden van dokter Vogel en, heb ik vandaag begrepen, de volkshuisvesting. Het einde van deze ontwikkeling is niet in zicht, en de gevolgen zijn niet te voorspellen. Maar er zijn grenzen, denk ik. Om dat aan te tonen, wil ik graag wat zeggen over inteelt.
Inteelt is erg. En het is nog vies ook. En het is geheid nieuws. Vorige maand bracht het RIVM een rapport uit getiteld: ‘Kinderwens van consaguine ouders: risico’s en erfelijkheidsvoorlichting’. Consanguin is een moeilijk woord, maar de pers had onmiddellijk in de gaten waar het om ging: inteelt. Het rapport constateerde dat de relatief hoge kindersterfte onder allochtonen mogelijk voor een klein deel veroorzaakt werd doordat veel ouders bloedverwanten zijn. Dergelijke huwelijken komen onder allochtonen namelijk veel voor. Met een bijna geniaal gevoel voor prikkelend nieuws plaatste de Volkskrant dat gegeven bovenaan: ‘Bijna een kwart van de Turkse en een vijfde van de Marokkaanse ouders is getrouwd met een familielid’, kopte de krant op 11 maart. Op de voorpagina. Alsof dat een ontdekking was. Alsof dat DE verklaring was voor de hogere kindersterfte. U weet allemaal wat er daarna gebeurde: enkele Tweede-Kamerleden zagen een uitgelezen kans om weer eens stoer te doen in het integratiedebat, en eisten een verbod op huwelijken tussen verwanten. Want daar krijg je zwakke, zo niet gekke kinderen van. Verdedigers van inteelt bleken er in de Kamer niet te zijn. En toch zou dat eigenlijk wel moeten. Evidence based.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
14 April 2008 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
Geen reacties »
Kankeren over de perslunch
Een perslunch, dat was de bedoeling. En nee, wat daar zou worden onthuld, dat kon ik niet van tevoren te horen krijgen. Ook niet met embargo. Ik MOEST komen. Ik ging niet. Mijn lunchbehoefte is beperkt. En wereldschokkend wetenschappelijk nieuws, daar geloof ik per definitie niet in. Toch deed het World Cancer Research Fund zijn uiterste best om er dat van te maken. Met gelijktijdige persconferenties in Amsterdam, Londen, Washington, Peking en Hongkong. De hele wereld moest het weten, dat niet minder dan honderd kankerspecialisten uit dertig landen in vijf jaar tijd zevenduizend wetenschappelijke publicaties hadden doorgeworsteld. Waarna hun conclusies nog eens waren gecontroleerd door een internationaal panel van 21 ´world renowned scientists´ (aldus de website van het WCRF). Kortom, dit was het definitieve rapport over voedsel en kanker. En wat staat erin? Oud nieuws. Dat we niet moeten roken, en dagelijks hooguit een of twee glaasjes drank mogen drinken. Dat we op ons gewicht moeten letten, meer moeten bewegen, en minder zout, rood vlees en frisdrank moeten consumeren. Adviezen die iedereen allang kende. Met name de waarschuwing tegen rood vlees werd hoog in de lucht geheven, maar zoals de VU-hoogleraar Jaap Seidell vrijdag in de Volkskrant duidelijk maakte: om wat dat betreft over de streep te gaan moet je dagelijks een pond vlees eten. En dat lang volhouden. Ik geef het je te doen.
Alles bij elkaar een uiterst mager resultaat voor zoveel wetenschappelijke slavenarbeid. Maar dat lag dan ook volstrekt voor de hand.
‘Meer kans op kanker door ham en worst’, kopte het Algemeen Dagblad. Een mooie, nostalgische kop. Vroeger, in de goeie ouwe tijd, werd het ene na het andere voedingsmiddel in het verdachtenbankje geplaatst. Boter, worst, kaas, eieren, pindakaas – de rij boosdoeners werd als maar langer. En daarnaast had je dan de regelmatig terugkerende ‘medische doorbraken’ waarin weer een nieuw medicijn tegen kanker werd aangekondigd. Het hoogtepunt in dat geloof en in de magic bullet werd bereikt nadat het menselijk genoom in kaart was gebracht. Toen riepen de deskundigen in koor dat de ‘kankergenen’ nu snel gevonden zouden worden, en dat de medicijnen dan niet lang op zich zouden laten wachten. Wat is het toch opmerkelijk stil geworden, daar in dat hoekje.
Het mega-onderzoek van het WCRF zal in de komende decennia niet meer worden herhaald. Zeker niet na zo’n resultaat. En dat betekent in wezen dat de medische wetenschap niets meer te bieden heeft dan treurig stemmende leefstijladviezen: ‘meer bewegen, gevarieerd eten’. Maar waarom zou je. Op dit moment heeft tweederde van de kankers niks met leefstijl te maken. Met gezonder leven vermijd je de ene kanker, om spoedig daarna ingehaald te worden door die andere, die zich niets aantrok van je verantwoorde gedrag. De brave burger die alle voorschriften angstvallig naleeft, leeft een paar vreugdeloze jaartjes langer, maar loopt tegen het eind van zijn leven toch tegen deze ziekte aan. Dat is wat ik tijdens die perslunch had kunnen leren. Dat die o zo verantwoorde broodjes en drankjes die ik had kunnen nuttigen, eigenlijk geen enkel verschil maken.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
2 November 2007 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
1 reactie »
Enkwetes
Zouden ze nu blij zijn, daar op de redactie van Quest? Dat tijdschrift is toch vooral gewijd aan de natuurlijke wonderen der wereld, en de zegeningen van wetenschap en techniek, en nu blijkt uit hun eigen enquête dat ze nog heel wat missiewerk te verrichten hebben.
Quest wilde wel eens weten hoe het met het geloof in het bovennatuurlijke is gesteld, en liet duizend Nederlanders enquêteren. Je zou verwachten dat zoiets uitdraait op een klinkende overwinning voor de ratio. Het paranormale, dat was toch meer iets van de jaren zeventig. Nou nee dus. Driekwart van hen gelooft dat de wetenschap nooit alles zal kunnen verklaren, met andere woorden in bovennatuurlijke verschijnselen. Meer dan de helft gelooft dat er mensen zijn die de toekomst kunnen voorspellen en een op de drie gelooft dat het tranentrekkende en tenenkrommende televisiemedium Char werkelijk met de doden kan communiceren. Tot zover de invloed van het rationele denken. (En voor wie gelooft dat de emancipatie van de vrouw voltooid is: driekwart van de vrouwen gelooft in Char, tegen zo´n veertig procent van de mannen.) Het beeld is niet nieuw (60 procent gelooft in een leven na de dood, 40 procent in reïncarnatie, 25 procent gelooft dat ´de regering´ meer weet van buitenaars bezoek.) en de betekenis is duidelijk: het paranormale moge in de media op sterven na dood zijn, de voedingsbodem is er nog steeds, en kan zo worden benut. De vraag is niet of, maar: wanneer.
Een andere voor de hand liggende conclusie luidt: je kunt als redactie maar beter niet te veel weten van je lezers. Dat weten ze inmiddels ook bij het blad J/M, dat in verband met het tienjarig bestaan op de onzalige gedachte kwam de mening van ouders te peilen over opvoeding. Met een al even schrikbarend resultaat. Het moderne gebrek aan respect, en geduld, voor de net even iets andere medemens, gecombineerd met een heilig geloof in eigen voortreffelijkheid, blijkt inmiddels ook onder ouders van jonge kinderen gemeengoed. Tachtig procent van de ouders vindt dat de samenleving verloedert (what´s new…); tweederde vindt dat kinderen veel strenger moeten worden aangepakt. Ze zijn brutaal, asociaal en ongehoorzaam. Maar let wel: op hun eigen opvoedingsmethoden hebben ouders niks aan te merken. Ze geven zichzelf wat dat betreft een dikke zeven. 95 procent van de ouders is over zijn eigen functioneren ‘redelijk tevreden´ tot ´zeer tevreden’. Nee, het zijn andermans kinderen waaraan van alles mankeert. Dat zijn de ettertjes. De school moet harder optreden, en mag ook best ingrijpen in de opvoeding als het ergens mis gaat, vindt ruim de helft van de ouders. Tegelijkertijd is het modieuze verschijnsel ‘zorgleerling’, een die extra aandacht verdient, diezelfde ouders een doorn in het oog. Al die aandacht voor losers gaat ten koste van hun eigen o zo welgemanierde kroost, weet eenderde te vertellen.
Tien jaar lang heeft de redactie van J/M zijn best gedaan om de Nederlandse ouders op te voeden tot aardige, tolerante, goed geïnformeerde medeburgers. Dat project is dus volkomen mislukt. Ouders zijn zelfingenomen, kortzichtige, pessimistische zeikers.
Kortom, als journalisten waar dan ook nog plezier in hun werk willen houden, moeten ze elke enquête naar de mening of kennis van hun lezers radicaal afwijzen. Je wordt er doodongelukkig van.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
27 August 2007 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
3 reacties »
De arrogantie van de wetenschap
Heeft wetenschap nut? Het lijkt geen vraag die je in één dag kunt beantwoorden, maar desondanks organiseerden de VSNU en de Koninklijke Academie half juni een bijeenkomst in de Rode Hoed gewijd aan deze vraag. Michael Persson schreef er een verslagje over, in de Volkskrant van 16 juni. Een verslagje dat (en ik ben ervan overtuigd dat Michael de sfeer die middag juist weergeeft) aangeeft dat de wetenschap nog lang niet toe is aan het zelfs maar eerlijk overwegen van die vraag.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
1 July 2007 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
Geen reacties »
Salpeter
Welkom op de weblog van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland. Op deze site geeft een aantal auteurs regelmatig hun commentaar op wetenschap en media.
De auteur
Marcel Hulspas (1960) is wetenschapsjournalist en columnist. Hij is redacteur wetenschap bij De Pers.
Website van Marcel Hulspas
Laatste reacties