Archief voor 2008
Victory Boogie Blaaskaken
‘We hadden een ijzersterke wetenschappelijke vraag: wat zien we, waar kijken we naar?’ Aan het woord is Hans Janssen, conservator van het Haags Gemeentemuseum. Wat zien we, waar kijken we naar – ijzersterker en wetenschappelijker kan het niet. Het Volkskrant Magazine bevatte deze zaterdag een groot interview met Brigitte Kaandorp (voor de tachtigste keer in deze krant, schat ik), maar het humoristisch hoogtepunt was te vinden in de bijlage Kennis, op pagina 7. Een bizarre sketch voor drie heren.
Het gaat om auteur Maarten Evenblij, bovengenoemde Janssen en kunstkenner IJsbrand Hummelen. Onderwerp: het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Mondriaans laatste, onvoltooide werk, dat de Nederlandse staat in 1998 voor veertig miljoen heeft aangekocht. Daar was veel om te doen, toentertijd. Moest dat nou, zoveel geld voor een onaf schilderij, een doek met daarop allerlei stukjes karton en strookjes plakband waarmee Mondriaan nog iets wilde (maar niemand weet wat)? Ja het moest, riep kunstminnend Nederland, want Mondriaan was ook een Nederlander en, onvoltooid of niet, de Victory was zijn laatste werk. Dat hoorde hier, koste wat kost.
Mondriaans onvoltooide knip- en plakwerk is een pure nachtmerrie voor iedere conservator (desondanks toont de foto ZES mensen die er vrijuit boven hangen, pratend en zwetend), en een meesterwerk kan een dergelijk onaf kunstwerk ook moeilijk genoemd worden. Desondanks doen de drie heren in de Volkskrant hun uiterste, opgeblazen best om ons duidelijk te maken dat de Victory een koopje is geweest.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
31 August 2008 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
1 reactie »
Bètacanon: rijp voor de vuilnisbak
Daar is-ie dan eindelijk: de bètacanon. Een overzicht in boekvorm van, zo lees ik op de cover, ‘wat iedereen moet weten van de natuurwetenschappen’. Uigegeven door Meulenhoff, in samenwerking met de Volkskrant. Een canon geboren uit gekrenkt eergevoel, zoals iedereen weet. Na het verschijnen van de Canon van de Nederlandse geschiedenis van Frits van Oostrom, klaagden Robbert Dijkgraaf en Louise Fresco in NRC Handelsblad dat Frits de vaderlandse wetenschap was vergeten. Alleen het planetarium van Eise Eysenga was opgenomen; daar moest de wetenschap het maar mee doen. Prompt ontstond het plan om (temidden van de stortvloed aan ‘alternatieve’ canons door Frits veroorzaakt) een ‘bètacanon’ in elkaar te steken. Het werd een serie in de Volkskrant, nu dus braaf gebundeld en onlangs in Teylers bij een glaasje sju ten doop gehouden.
Die gekrenkte trots klinkt nog altijd helder door in het persbericht dat Meulenhoff bij het boek voegde: ‘Waarom,’ aldus Meulenhoff, ‘komt de grote zeventiende-eeuwse wiskundige Christiaan Huygens niet voor in de historische canon van Nederland? Of Van Leeuwenhoek? Enige kennis van de exacte vakken en hun geschiedenis is ook een kwestie van cultuur.’ Dat klinkt zelfverzekerd, en wraakgevoelens hoeven niet slecht te zijn. Talent bloeit pas op door strijd, zoals Nietzsche ooit zei. Maar dat opbloeien is niet gegarandeerd, en dat blijkt ook in dit geval. Door de gedwongen loop van een veel te lang volgehouden artikelenserie is ‘Wat iedereen moet weten’ uit elkaar gevallen in vijftig onderwerpjes, stukjes over zaken als ‘nul’, ‘plastics’, ‘symbolen en formules’, ‘geld’, ‘waterwerken’, ‘zonnestelsel’, ‘taal’ en ‘stad’. Kortom, een onoverzichtelijk, bij elkaar geraapt zootje. En dat alles beschreven in luchtig bedoelde maar vaak buitengewoon knullige tekstjes. De eerste zin van de canon luidt bijvoorbeeld: ‘Nul is een vanzelfsprekend deel van het dagelijks leven.’ Over het klimaat: ‘Het klimaat is hot’. Het periodiek systeem: ‘Lood is eigenlijk net goud’. Over mobiliteit (ook natuurwetenschap!) lezen we: ‘Jezelf verplaatsen van huis naar werk, naar vrienden en op vakantie is onderdeel van het dagelijks leven’.
De reden waarom gekozen is voor dit samenraapsel (Fresco en Dijkgraaf hebben het in hun inleiding zowaar over: ‘Een indrukwekkend panorama van de natuurwetenschappen’) is simpel: men wilde alles. De bijdrage moesten (alweer beiden) ‘de natuurwetenschappelijke wereld als een atlas van kaarten overdekken’. Het is met andere woorden helemaal geen canon. Een canon hoort de hoogtepunten te geven, de must knows. Deze canon wil de lezer de complete natuurwetenschappen door te strot duwen, en dat op een zo ‘luchtig’ mogelijke wijze.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
23 June 2008 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
3 reacties »
De EICOS-ervaring in gevaar
In mei ben ik twee weken in Duitsland geweest. Eerst een weekje in Göttingen bij het Max Planck-instituut voor biofysische chemie en aansluitend was ik een week te gast bij EMBL in Heidelberg. Ik had dat wel vaker langs zien komen, maar gezien de zwaarbiologische aard van de instituten die aan het EICOS-project meedoen heb ik nooit eerder gesolliciteerd. EICOS is een club die wetenschapsjournalisten aan den lijve wil laten voelen hoe de wetenschappelijke praktijk is. Gewoon een weekje pipetteren, fruitvliegjes uit elkaar rukken of, zoals in mijn geval, celprocessen simuleren op het beeldscherm. Aansluitend kunnen de ‘fellows’ (ook vrouwen worden bij EICOS zo genoemd) nog een of soms zelfs twee weken wetenschap opsnuiven in beroemde labs als het Karolinska-instituut, het Institut Pasteur of het Weizman-instituut.
Zoals gesteld is biologie – en zeker celbiologie – voor mij vreemd terrein. Het mijn idee was eens te onderzoeken hoe het met de nieuwste hype, de synthetische biologie, staat. Mijn redenering is/was dat de natuurkunde, scheikunde en biologie elkaar weldra zullen ontmoeten op atoomschaal. Daar op dat snijpunt ligt de synthetische biologie.
In Göttingen heb ik een beetje zitten fröbelen met computersimulatie; meer bepaald met aquaporine (het eiwit dat als waterfilter in een celwand dienst doet). Veel nieuws gehoord, maar dat kan ook moeilijk anders voor iemand die heg noch steg weet in de biologie. Liep tegen een STED- microscoop aan, een uitvinding van Stefan Hell waarmee de fluorescentiemicroscoop de grenzen van het ‘Abbe-verbod’ heeft doorbroken met behulp van een slimme truc. Daardoor is het oplossend vermogen van deze lichtmicroscoop niet langer gebonden aan de onscherpte die Abbe ‘voorschreef’. En aquaporine blijkt ook bruikbaar in het gewone leven.Ze hadden me al gewaarschuwd: synthetische biologie, daar hielden ze zich niet mee bezig.
Geschreven door
Arno Schrauwers op
19 June 2008 .
Opgeslagen in:
Uncategorized |
Geen reacties »
Een weekje in bijzonder Wonderland
Mijn kinderen vinden mij al een week lang een heel toffe vader. Ze hoeven namelijk – wat zeg ik: ze mogen namelijk geen melk meer drinken. Lekker zoete limonade krijgen ze van me. U weet wel waarom.
Een half jaar geleden riep de Wageningse hoogleraar Toon van Hooijdonk dat melk best wel gezond was. Het kwam hier en daar in de krant – leuk voor Ton, want zo’n intreerede is vaak de enige (en vaak een magere) kans in het leven van een hoogleraar om de krant te halen. Maar al die media die toen schreven dat melk gezond is, maakten een vreselijke fout, schreven Michael Persson en Merijn Rengers in de Volkskrant vorige week zaterdag. ‘Geen enkele krant meldde dat de hoogleraar in kwestie geen gewone, maar een bijzonder hoogleraar is.’ Hooijdonks leerstoel wordt betaald door de lobbyclub voor zuivelboeren. De Volkskrant: ‘Dan is het logisch dat melk gezond is: wij van WC-eend adviseren immers WC-eend.’
Dat was het begin van een paginagroot verhaal over het kwart der hoogleraren dat bijzonder hoogleraar heet. Ze hoeven er niet gelijk uit, dat vindt de Volkskrant te ver gaan. Maar ze moeten aan de schandpaal, met de billen bloot: universiteiten moeten overzichten openbaar van maken welke hoogleraar door welke organisatie wordt betaald. Blijkbaar vonden ze deze zaak bij de Volkskrant zo belangrijk dat ze er een hele campagne van brouwden: de oproep stond die zaterdag ook nog op de voorpagina, er kwam een hoofdredactioneel commentaar waarin de universiteiten daartoe werden opgeroepen, en in de dagen daarna volgde de nodige follow-up.
Is er iets aan de hand? Nee, helemaal niks. Naast de half jaar oude melk van Hooijdonk had de krant geen enkel voorbeeld van een bijzonder hoogleraar wiens uitlatingen mogelijk vanuit zijn portemonnee waren opgestegen. Geen enkel. Het gaat om niks. Maar dat geeft niet in Nederland – dan wordt het juist een echte Hollandse boerkadiscussie (kan dat woord in de Van Dale?), waarbij de vaste spelers hun vaste rituele dansen uitvoeren.
De roep om die gegevens openbaar te maken is al oud, maar stuit voortdurend op academische onwil. Die mopperen dan iets over privacybescherming, maar de ware reden is natuurlijk dat ze geen zin hebben om al die hoogleraren daarover achter hun broek aan te zitten, als de andere universiteiten dat niet ook doen. Er is een gedragscode van de VSNU die zegt dat zoiets openbaar zou moeten zijn maar daar hoeven ze zich niks van aan te trekken. En dus gebeurt er niks. Nooit. En toch deed de Volkskrant een week lang alsof er wel iets gebeurde.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
21 April 2008 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
1 reactie »
Het Evidence Beest
De filosoof Daniel Dennett vergeleek de evolutietheorie ooit met een bijtend zuur. Die theorie vreet zich overal naar binnen, en laat overal een spoor van vernieling achter. Ooit alleen maar opgesteld om te verklaren hoe soorten ontstaan, is de evolutieleer inmiddels doorgedrongen in de antropologie, de psychologie, de sociologie en zelfs de kunstbeschouwing. Als u graag een rustgevend landschapje aan de muur heeft hangen, dan komt dat doordat uw verre, verre voorouders over de Afrikaanse savanne zwierven. Zoiets.
Zo is het ook, vrees ik, met het monster genaamd evidence based medicine. Dat is ooit bedacht om de farmaceutische industrie in toom te houden, en nu zitten we er overal mee opgescheept. Alles moet evidence based zijn. Niet alleen de nieuwe pil, ook het dagje rustig aan doen, het washandje van de verpleegster, de kruiden van dokter Vogel en, heb ik vandaag begrepen, de volkshuisvesting. Het einde van deze ontwikkeling is niet in zicht, en de gevolgen zijn niet te voorspellen. Maar er zijn grenzen, denk ik. Om dat aan te tonen, wil ik graag wat zeggen over inteelt.
Inteelt is erg. En het is nog vies ook. En het is geheid nieuws. Vorige maand bracht het RIVM een rapport uit getiteld: ‘Kinderwens van consaguine ouders: risico’s en erfelijkheidsvoorlichting’. Consanguin is een moeilijk woord, maar de pers had onmiddellijk in de gaten waar het om ging: inteelt. Het rapport constateerde dat de relatief hoge kindersterfte onder allochtonen mogelijk voor een klein deel veroorzaakt werd doordat veel ouders bloedverwanten zijn. Dergelijke huwelijken komen onder allochtonen namelijk veel voor. Met een bijna geniaal gevoel voor prikkelend nieuws plaatste de Volkskrant dat gegeven bovenaan: ‘Bijna een kwart van de Turkse en een vijfde van de Marokkaanse ouders is getrouwd met een familielid’, kopte de krant op 11 maart. Op de voorpagina. Alsof dat een ontdekking was. Alsof dat DE verklaring was voor de hogere kindersterfte. U weet allemaal wat er daarna gebeurde: enkele Tweede-Kamerleden zagen een uitgelezen kans om weer eens stoer te doen in het integratiedebat, en eisten een verbod op huwelijken tussen verwanten. Want daar krijg je zwakke, zo niet gekke kinderen van. Verdedigers van inteelt bleken er in de Kamer niet te zijn. En toch zou dat eigenlijk wel moeten. Evidence based.
Geschreven door
Marcel Hulspas op
14 April 2008 .
Opgeslagen in:
Zonder categorie |
Geen reacties »
Salpeter
Welkom op de weblog van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland. Op deze site geeft een aantal auteurs regelmatig hun commentaar op wetenschap en media.
Laatste reacties