Archief voor February 2009

Leugens, grote leugens en de mythe van de ‘buitenstaander’

De naderende rechtszaak tegen Geert Wilders doet oude tijden herleven. Volgens een recente peiling uitgevoerd door Maurice de Hond zou Wilders’  PVV momenteel 23 zetels halen in de Tweede Kamer. En ondertussen zakt het CDA naar een schamele 28 zetels. De huidige coalitie heeft bij lange na geen meerderheid meer. Nieuw Rechts dreigt de vaderlandse politiek opnieuw te gaan domineren. De onvrede die in 2002 tot uitbarsting kwam, lijkt nog even levend als voorheen. Waar komt deze vandaan, is de bange vraag die de Haagse politiek zich nu al jaren stelt. Bij het CDA denken ze het te weten. Het probleem is niet de politiek maar de kiezers. Die liggen dwars, zijn eeuwig ontevreden en voelen zich nergens meer bij betrokken – en wel nog het minst bij de landspolitiek. Het zijn ‘buitenstaanders’: een term bedacht door enquêtebureau Motivaction die inmiddels een eigen leven is gaan leiden binnen de Haagse politiek in het algemeen, en het CDA in het bijzonder.

De ‘ontdekking’ van de buitenstaander is een fraai voorbeeld van statistisch gegoochel. Motivaction voert al ruim tien jaar een zogenaamd Mentality-onderzoeksprogramma uit, waarbij duizend mensen schriftelijk worden gevraagd naar hun ‘waarden, oriëntaties, achtergronden en gedrag’. Wat ze vinden, wat ze belangrijk vinden, en wat ze in hun vrije tijd doen. Op basis van hun antwoorden worden de deelnemers onderverdeeld in acht ‘mentaliteitsmilieus’,  variërend van aan de ene kan de ‘traditionele burgerij’ (vooral ouderen) en aan het andere uiterste ‘postmoderne hedonisten’. Dit alles lijkt sterk op het met kracht intrappen van een sociologische open deur, maar Motivaction doet er ook iets leuks mee. Het grootste ‘mentaliteitsmilieu’ is de ‘moderne burgerij’. Deze groep, volgens Motivaction ruim drie miljoen stemgerechtigden, kijkt vaker naar de commerciële televisie dan de traditionele burgerij (alweer zo’n open deur) en is tegelijkertijd meer gehecht aan zekerheid en voorspelbaarheid dan de ‘postmodernen’. In haar analyses van dit materiaal – in opdracht van de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid – gooit Motivaction deze ‘moderne burgerij’ op één hoop met een andere groep, de anderhalf miljoen ‘gemaksgeoriënteerden’, een groep die gekenmerkt wordt door een lak aan status (iets waar moderne burgerij wel enig belang aan hecht) en een egocentrische moraal. Ook deze groep ligt in het hart van het electoraat,  tussen beide genoemde uitersten in. Samen vormen ze met andere woorden de gemiddelde Nederlander: geen traditionalist, kritisch tegenover macht en status maar ook geen behoefte aan een al te vrije, ‘postmoderne’ leefstijl. Alles bij elkaar gaat het om vierenhalf miljoen stemmers, eenderde van het electoraat. En dit hart van het electoraat wordt door Motivaction in de bij haar bestelde rapporten simpelweg aangeduid als ‘de buitenstaanders’, of ‘de afzijdige burgers’. Door middel van een opeenstapeling van negatieve clichés, ontleend aan ‘onderzoek’, schildert Motivaction deze groep af als een duistere, oproerige, domme massa die een bedreiging vormt voor de Nederlandse samenleving. De buitenstaander, aldus Motivaction-onderzoeker Martijn Lampert, ‘ervaart een grote afstand tot politiek en overheid, voelt zich bedreigd door globalisering en migratie, is materialistisch ingesteld en op zoek naar zekerheden en maatschappelijke erkenning.’ Hij heeft last van ‘een gering vermogen tot verbinding met een groter geheel’ (lees: hij is geen lid van een kerk of politieke partij), en vertoont ‘een lage score’ op tolerantie, gemeenschapszin en empathie. Maar hij heeft weer wel ‘een hoge score op geweldsfascinatie en ruw hedonisme.’ Verder heeft de buitenstaander ‘een weinig kritische houding ten opzichte van informatie en een moeizame omgang met complexiteit die vooroordelen in de hand kunnen werken.’ (lees: hij is zo dom om Wilders te stemmen). En opvoeden kunnen ze ook al niet. ‘Het is de vraag,’ schrijft Lampert, ‘of deze ouders in staat zijn om hun kinderen in dezelfde mate te stimuleren tot klassieke deugden als matiging, wijsheid, rechtvaardigheid, en een bijdrage aan de gemeenschap, als ouders uit andere milieus.’ Drankmisbruik, spijbelen, vandalisme: Lampert brengt het allemaal in verband met de verrotte moraal van de ‘buitenstaander’. En het worden er steeds meer. Lampert: ‘Zij hebben de meeste kinderen.’ (1)

Natuurlijk, het is in intellectuele kring al eeuwenlang bon ton om het onwillige, onverbeterlijke ‘klootjesvolk’ zwart te maken. Lampert is beslist niet origineel. Drie jaar geleden constateerde de Wiardi Beckam Stichting (het ‘wetenschappelijk’ bureau van de PvdA) dat de opkomst van de commerciële zenders zou leiden ‘een blijvende kloof tussen ‘twee soorten bevolkingsgroepen’ waarbij de kijkers naar commerciëlen ‘zich, zoals uit onderzoek blijkt, minder betrokken voelen bij de maatschappij.’ Ook bij links is het elitaire paternalisme dus allesbehalve dood. Maar Lampert gaat heel ver: in wezen schildert hij de gemiddelde Nederlander af als een amorele, geestelijk instabiele moron. Dat moge absurd klinken, deze analyse vindt ondertussen wel een gewillig oor binnen het CDA. Niet geheel onverwacht, overgens: in confessionele kring beschouwt men zichzelf graag als de kleine, moreel hoogstaande, christelijke minderheid die het moet opnemen tegen de heidense massa. Het CDA was zelfs zo onder de indruk van Lamperts apocalyptische voorspellingen dat Motivaction gevraagd werd als adviesorgaan op te treden tijdens de CDA-verkiezingscampagne van 2006. En het was Lamperts lumineuze idee om Balkende neer te zetten in het hol van de leeuw: ‘Wij hebben gezegd: probeer die onderbuikgroep te bereiken. Geef ze trots in plaats van wrok, bied die zoekende mensen leiderschap.’ Lampert regelde een optreden van lijsttrekker Balkende in RTL Boulevard (‘De commerciële zenders, daar kijken de buitenstaanders naar. Dat is hun venster op de wereld.’) maar waarschuwde de MP wel dat hij het simpel moest houden: ‘Het ging daarom over fatsoen, maatschappelijke stages, trots zijn op Nederland, minder seks en geweld op televisie en meer respect. Balkenende zei ook dat hij van snelle auto’s houdt. Dat sluit aan bij de interesses van de doelgroep.’ (2)

Voor het CDA is Motivactions ‘ontdekking’ van domme, emotionele ‘buitenstaander’ een uitkomst. Het bureau biedt zo een verklaring voor de hardnekkig lage waardering voor de kabinetten-Balkenende. Nederlanders zijn over het algemeen zeer tevreden over de samenleving, maar de helft van de Nederlanders is er van overtuigd dat het kabinet diezelfde samenleving schaadt – een ongekend hoge score. Dat ligt dus niet aan de politiek, of het CDA, zo vertelt Motivaction, maar aan de opmars van de buitenstaander. Het CDA heeft niet gefaald – integendeel, het is de burger die heeft gefaald. Hij is een ‘buitenstaander’ geworden. Geen lid meer van kerk, partij, omroep of carnavalsvereniging, en daarmee egocentrisch, dom en oppervlakkig. Maar gelukkig biedt Motivaction ook een uitweg. Volgens Lampert hebben die buitenstaanders ‘behoefte aan duiding, richting en leiderschap’. Dat zou ‘een aangrijpingspunt voor beleid’ kunnen zijn. Gemakkelijk wordt het niet, de buitenstaander blijft een onbetrouwbaar beest (in de woorden van Lampert: ‘Onvrede die gepaard gaat met verleerde deugden is niet zo maar te beteugelen’) maar de politiek moet streven naar ‘het versterken van opvoeders, politiek, en de morele en sociale infrastructuur’, opdat ook buitenstaanders ‘een deugdzaam en vervullend leven’ mogen verwerven. Ziedaar Lamperts ‘wetenschappelijke’ onderbouwing van het morele offensief van Balkenende IV: het gezemel over koffieshops bij scholen, over ‘gevaarlijke’ paddo’s, over winkelen op zondag, over porno op de buis en broodnodige lessen ‘seksuele moraal’ op school. Om maar te zwijgen van de minister voor jeugd en gezin die alle kinderen in een elektronisch dossier wil hebben. Voor je weet maar nooit. Nederland moet heropgevoed. De buitenstaander moet weer leren waar de grenzen liggen. Als dat niet lukt, en hij niet terugkeert in de schoot van de gevestigde politieke stromingen, wordt ons land straks onbestuurbaar.

Er bestaat in de wetenschap een harde regel: garbage in, garbage out. Motivaction meet wat zijn opdrachtgevers willen meten, en kneedt de uitkomsten tot het gewenste resultaat is bereikt. En zo krijgt CDA wat het hebben wil: een morele veroordeling van de dwarsliggende kiezer. Hij is een ‘buitenstaander’, een loser die hard moet worden aangepakt.

  1. Citaten ontleend aan: Martijn Lampert, ‘Ontevredenen in het hart van de samenleving’. Christen Democratische Verkenningen, zomer 2008 (Uitgeverij Boom). Laatste citaat uit Trouw van 19 december 2006. Maar de denigrerende uitlatingen van Lampert zijn in vrijwel alle media te vinden.
  2. Trouw, 19 december 2006; website Motivaction.

(Dit is een ingekorte versie van een artikel dat Marcel Hulspas plaatste in De Pers van woensdag 4 februari 2009.)

Geschreven door Marcel Hulspas op 6 February 2009 .
Opgeslagen in: Zonder categorie | 1 reactie »

Salpeter

Welkom op de weblog van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland. Op deze site geeft een aantal auteurs regelmatig hun commentaar op wetenschap en media.

Archief