Weg met de journalistieke masters!

Of ons tijdschrift interesse had in een stuk over exoten, wilden de twee studenten weten. Ze wisten allerlei voorbeelden: van de kastanjemineermot tot de roodrugspin. Niet oninteressant, was mijn antwoord, maar wat was nou het nieuws? Wat voor opmerkelijke eye opener zou hun artikel toevoegen? Het duurde een paar dagen voordat de mail rinkelde. De studenten hadden het: “Het is wel degelijk nieuws”, schreven ze, enigszins gepikeerd. “NRC, de Volkskrant en Trouw hebben er ook over geschreven. En Netwerk had er een item over.”

De studenten zaten – uiteraard – op een van de ‘journalistieke masters’ die steeds meer universiteiten aanbieden. Een misleidende term: op de meeste van die masters leer je immers nauwelijks iets over journalistiek, maar vooral over wetenschapscommunicatie. Nog de afgelopen week kreeg ik een stuk onder ogen van een andere masterstudent ‘journalistiek’. Een keurig tekstje met een onberispelijke uitleg van een ingewikkeld onderwerp. Had zo in een folder van een of ander ministerie gekund. Maar niet in een krant of publiekstijdschrift.

We maken ons druk als er weer eens een universiteitskrant wordt gemuilkorfd, maar de échte overwinning van de voorlichters op de onafhankelijke journalistiek vormen de meeste ‘journalistieke masters’. Onbeschaamd maken ze er misbruik van dat ‘journalistiek’ een vrij beroep is, een vaag woord. En dus leer je er, onder het mom van journalistiek, hoe je een brave uitlegger wordt, een communicator. Hoe je een fatsoenlijk nieuwsbericht of een pakkende nieuwskop schrijft, zul je er slechts in de marges horen. Dat is te mundaan; niet academisch genoeg.

Een tijdje geleden sprak ik alweer een andere student van zo’n opleiding – blijkt die niet eens te weten wat de vijf w’s en de h zijn. Topische zinnen, het verschil tussen een intro en een lead, het upgraden van nieuws, het onderscheid tussen een getrapte lead en een slagzinlead, het is voor deze lieden abracadabra. Laat staan dat deze wannabe-journalisten het vermogen aanleren om kritische vragen te stellen, een WOB-procedure in te zetten of off the record-informatie los te peuteren.

Voor mij is een journalist iemand die een dodelijk saaie bijeenkomst bijwoont en daar de enige interessante opmerking van de middag weet te herkennen als nieuws. Iemand die in staat is feilloos door te dringen tot de kern van de zaak door precies de juiste vragen te stellen. Iemand die in tien minuten een foutloos en oprolbaar nieuwsbericht van precies 350 woorden kan schrijven, op een redactie waar het een rumoer is van jewelste.

Dat is het ambacht; de kunde komt later. Maar die kunde is wel waarop de masters zich richten: staatsrecht, de geschiedenis van de journalistiek, publieksgericht schrijven, journalistieke ethiek en meer van die academische achtergrond-blabla. (Lees maar na). Ja, dan zit je met afgestudeerden die nog niet eens nieuws herkennen als ze erover struikelen.

Ik zeg: opheffen, die als ‘journalistieke opleiding’ vermomde voorlichterscursussen. Laat studenten gewoon elke ochtend de politiepersberichten bewerken, laat ze kamercommissies bijwonen en daar de essentie uit oppikken, stuur ze de straat op en laat ze pas terugkomen als ze nieuws hebben. En als ze dat een beetje kunnen, begin dán pas eens over de rest. Bakker word je ook niet door te leren over de organisatie van het bakkerijwezen en de geschiedenis van het brood.

Print dit artikel Print dit artikel

19 reacties op “Weg met de journalistieke masters!”

  1. Harm Ikink zegt:

    Weg met de VWN?

    Maarten raakt hier een wezenlijk punt dat mij al dwars zit sinds ik terugkeerde van een klein jaartje in de VS. Daar ben ik lid geweest van de NASW, zeg maar de Amerikaanse VWN. De afkorting staat voor National Association of Science Writers. Let op: WRITERS staat er, en niet JOURNALISTS. Hun mission statement: ‘Fosters the dissemination of accurate information regarding science through all media normally devoted to informing the public.’ Dat is wat Maarten wetenschapsCOMMUNICATIE zou noemen. Overigens zijn er zat gerenommeerde journalisten lid van die club.

    Hier in Nederland hebben we volgens mij last van spraakverwarring waar we zelf als VWN ook aan bijdragen. Iedereen die over wetenschap schrijft wordt hier wetenschapsJOURNALIST genoemd en mag lid van onze club worden. OK, als je duidelijk een voorlichter bent dan wordt je gedegradeerd tot B-lid, maar alle freelancers krijgen zomaar de A-status. Wat ik me nu afvraag is hoeveel échte journalisten (volgens Maartens definitie dan) we eigenlijk bij de club hebben.

    Voor mezelf sprekend: ik twijfel. Ik vind mezelf niet zo’n scoopjager en moest de VWN besluiten dat dat toch echt de kern van de wetenschapsjournalistiek is, dan weet ik nog niet of ik wel lid zou (mogen) blijven.

    Overigens is het wel opmerkelijk dat Maarten deze kwestie opwerpt terwijl hij bij een blad werkt dat jarenlang als boegbeeld van de Nederlandse wetenschapsjournalistiek werd gezien en daarbij uitblonk in precies het soort teksten waar hij nu van gruwt: keurige teksten met onberispelijke uitleg van een ingewikkeld onderwerp….

  2. Lennard Bonapart zegt:

    Vereniging voor wetenschappelijke schrijvers

    Als gastdocent (VU) geef ik af en toe de les structuur aan vierdejaars bèta’s met aspiraties in de wetenschapscommunicatie. De nadruk ligt dan altijd op de 5 w’s (en een h), topische zinnen, structuur van alinea’s. Bovendien is er speciaal aandacht voor koppen, chapeau’s streamers, ankeilers en uiteraard ‘Kill your Darling’ (Faulkner), of het Nederlandse ’schrijven is schrappen’ (Godfried Bomans). Het is prachtig om iemand te leren dat een nieuwsbericht eigenlijk begint met een soort conclusie. Natuurlijk pakt niet elke student alles op wat je ze leert. En heeft niet iedere student evenveel talent in het schrijven – al had ik laatst een soort mini Bas Haring in mijn klas. Toch zit dergelijke ambachtelijke informatie wel degelijk in de ‘journalistieke’ masters.

    Ik vind overigens ook dat Vereniging van Wetenschapsjournalisten de lading niet dekt. Ik heb mij eigenlijk ook nooit echt een journalist gevoeld. Moet ik nu mijn lidmaatschap opzeggen? Ik vond mezelf altijd meer een publicist of ‘communicator’. Als freelancer bestond destijds driekwart van mijn werk uit kleine en grote opdrachten. Het tijdrovende nieuwsjagen deed ik alleen voor de korte berichten van sommige vakbladen en andere media.
    Andere science writers en medical writers ondersteunen die gedachte. Een van onze belangrijkste freelancers was beledigd toen wij ‘wetenschapsjournalist’ in het colofon achter zijn naam hadden gezet. Hij gaf aan dat journalisten mensen waren die op feitjes jaagden of ANP-berichtjes herschreven tot voor Metro, Spits of DAG geschikte kopij. Hij gaf de voorkeur aan de term ‘Publicist’.

    Waarom dan toch die verwarring?
    Een journalist is iemand de feiten verzamelt over recente gebeurtenissen van algemeen belang. Hij maakt daarvan een verslag dat hij publiceert in een actueel nieuwsmedium. Een wetenschapsjournalist gaat daarbij een stapje verder. Hij/zij kan de verzamelde informatie populariseren (begrijpelijk maken voor de leek). Er zijn desalniettemin niet veel wetenschapsbijlagen, en wetenschappelijk nieuws haalt zelden de voorpagina. De meeste wetenschappelijke auteurs (freelancers) schrijven daarom voor verenigingen, reclamebureau’s, vakbladen, commerciele uitingen, bedrijven, en schrijven dus dagelijks tal van niet-journalistieke stukken. Een wetenschapsjournalist is dus eigenlijk geen journalist.

    Maar om VWN dan te hernoemen naar iets als VWC (vereniging voor wetenschapscommunicatie), VWS (vereniging voor wetenschappelijke schrijvers) of VWB (Vereniging van wetenschappelijke broodschrijvers), lijkt mij uiteraard geen goed plan.

  3. Bruno van Wayenburg zegt:

    Uit de krochten van het VWN-archief (ofwel gewoon de statuten) blijkt dat de vereniging ook is bedoeld voor ‘wetenschapscorrespondenten’. Wie dat zijn, wordt nergens uitgelegd, de term was blijkbaar gemeengoed. Ik vermoed dat het ging om enthousiaste stukjesschrijvers bij Natlab, of zo. Wie weet het beter?

    Overigens gaat het Maarten volgens mij meer om het ontbreken van journalistieke basiskennis en vooral -kunde. Niet Oof je in het dagelijks leven ook echt 100 procent, nieuwsjagende, wobbende journalist bent (lijkt me zelden).

    Verder is NW&T al lang geen uitsluitend braaf, uitleggend blad meer, met nogal wat tegendraadse verhalen, verhalen over gedoe in de wetenschap en regelmatig eigen nieuws. Hoewel uitleggen, braaf of niet, er bij wetenschap wel altijd bij zal blijven horen, je voert mensen tenslotte een voor hen onbekende wereld in.

  4. Marcus Werner zegt:

    Inderdaad, daar sla je steil van achterover, het programma van de Journ Masters in Groningen (zie ‘lees maar na’).
    Lijkt me lastig de deadline halen wanneer je je eerst moet verdiepen in al die journalistieke themata op micro- mesa- en macroniveau.

    Hear hear Maarten!

  5. Frank Nuijens zegt:

    Maarten, ik denk dat je de plank misslaat en het kind met het badwater weggooit. Oeps, clichés, strikt verboden in de journalistiek. ;-)

    Journalistiek is absoluut een ambacht, en het is ook absoluut een ambacht dat gedoceerd zou moeten worden op een journalistieke Master. Iedere Master die z’n leerlingen niet vertelt wat het verschil is tussen een intro en een lead, de omgekeerde pyramide inprent en de 5 W’s en H leert gebruiken, zou zichzelf onmiddelijk met het schaamrood op de kaken moeten opheffen. Tot zover zijn we het eens. Maar Maarten, een chimpanzee kan deze ambacht ook leren. En geloof me, ik heb in mijn Hilversumse tijd een hoop chimpanzees ontmoet met een HBO Journalistiek diploma op zak. Jij hebt ze waarschijnlijk ook ontmoet. Dus laten we de ambacht die journalistiek heet nou niet sublimeren, om maar eens een term op Master niveau te gebruiken.

    Ik geef aan de TU Delft een cursus wetenschapsjournalistiek aan Master studenten, overigens om wetenschapscommunicatoren-in-opleiding kennis te geven van de wetenschapsjournalistiek en niet met het doel wetenschapsjournalisten af te leveren. Zelfs in die 7 korte weken horen ze over alle karakteristieken van een journalstiek artikel en moeten ze er zelf een aantal schrijven. Maar daarnaast leren ze ook nadenken over de zin en onzin van het embargosysteem, hoor en wederhoor in de wetenschapsjournalistiek en het omgaan met wetenschappelijke controverses. Het grote aanbod aan journalistieke Masters doet dan ook vermoeden dat er behoefte is in de markt aan journalisten die wat meer bagage hebben op het gebied van hun eigen vak. Journalistiek is immers meer dan een ambacht, journalistiek is een kunde. Een goed brood bakken is meer dan de ingredienten volgens een recept bij elkaar gooien. Een goede bakker heeft ook wel eens een boek gelezen over de geschiedenis van het brood maken.

    Misschien is het probleem dat er te weinig docenten aan deze Masters zijn met een achtergrond in de journalistiek? Dus Maarten, bied je vaardigheden, en kunde, aan bij deze opleidingen!

  6. Jos van den Broek zegt:

    Beste Maarten,
    Ik heb me een beetje boos gemaakt om je arrogante stukje. Je doet de groep kanjers die wel veel hebben gehad aan een Ma-opleiding in de journalistiek ernstig tekort. Ik heb de afgelopen decennia heel veel stagiairs afkomstig van dergelijke opleidingen de revue zien passeren, o.a. bij jouw blad – ooit mijn blad. Verreweg het grootste deel van hen is goed tot zeer goed terechtgekomen: als voorlichter, promovendus, museummedewerker, docent, redeacteur of hoofdredacteur, zelfs als journalist. De recente winnares van de Glazen Griffioen – ooit stagiaire bij NWT – behoort daartoe. Er loopt bij de studenten groot talent rond. Het is leuk om die talenten tot bloei te zien komen, en om een kleine bijdrage aan hun ontwikkeling te kunnen leveren.
    Jawel, er zijn studenten die een opleiding journalistek als laatste strohalm misbruiken. Ze hebben ooit – vaak uit romantische overwegingen – voor een of andere studie gekozen, en zijn nu teleurgesteld. Dan maar de journalistiek… Deze ‘kneuzen’ zullen opnieuw met een tegenvaller worden geconfronteerd: de journalistiek is een spannend en lastig vak dat veel van je vraagt en dat je voor een belangrijk deel in de praktijk leert. Je hebt voor ons vak kennis, vaardigheden, nieuwsgierigheid, een flinke dosis eigenwijsheid, inzet en motivatie nodig. Dat is nogal wat. Nogmaals, een flink deel van onze studenten wordt door de opleiding geprikkeld en slaagt erin een weg uit te stippelen – binnen of buiten de journalistiek – die bij hen past. Gelukkig ken ik veel collega’s die de moeite nemen hun a.s. collega’s op dat lastige pad te begeleiden en hun bij te staan met raad en daad. Weet je, Maarten, ook het herkennen van talent dat het in zich heeft beter te worden dan jijzelf ooit bent geweest, is een kunst. Als ik ergens trots op ben, is het dat ik een aantal toppers op hun pad heb mogen begeleiden.

  7. Alexander Pleijter zegt:

    Wat een lachwekkend kortzichtig stuk.

    Toch maar even de domste misverstanden in het stuk weerleggen:

    Dat je studenten van een master journalistiek tegenkomt die nog geen goed nieuwsbericht kunnen schrijven is helemaal niet zo raar: dat komt doordat ze student zijn. ‘Student’ betekent dat je het nog niet kan en daarom een opleiding volgt. Je neemt het een leerling van de bakkerschool toch ook niet kwalijk dat hij nog niet het perfecte brood kan bakken?

    Een student van een master journalistiek is dus nog bezig met het leren schrijven van goede berichten en artikelen. En is ook nog bezig met het ontwikkelen van een neus voor nieuws. Daarom worden ze bij zo’n opleiding ook aangespoord om hun artikelen aan te bieden bij redacties, want dan worden ze geconfronteerd met de vraag: wat is nou het nieuws? Heel leerzaam dus.

    De vergelijking met een bakker is ook tamelijk lachwekkend. Een bakker heeft een opleiding op mbo-niveau gedaan. Om journalistieke opleidingen daarmee te vergelijken is op zijn minst merkwaardig. Ik geloof niet dat een journalist met een mbo-opleiding “in tien minuten een foutloos en oprolbaar nieuwsbericht van precies 350 woorden kan schrijven”. En al helemaal niet als het over nieuws uit de wetenschap gaat. Dan is het juist handig als een journalist een wetenschappelijke achtergrond heeft.

    Ik begrijp ook niet wat er mis is met een cursus ‘publieksgericht schrijven’ voor aankomende journalisten. Het is toch juist de bedoeling dat aankomende journalisten voor een publiek leren schrijven? Dat ze de abracadabra uit de wetenschap kunnen vertalen naar een helder nieuwsartikel?

    Tot slot de opmerking dat je op de meeste van de journalistieke masters nauwelijks iets over journalistiek leert, maar vooral over wetenschapscommunicatie. In het curriculum van de master aan de VU (dat als voorbeeld wordt gegeven) zie ik echter helemaal niets over wetenschapscommunicatie staan. Die master is gericht op ‘civiele journalistiek’.

    Ook de master Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden richt zich niet op communiceren over wetenschap. Vorig jaar maakten de studenten bijvoorbeeld een special voor Planet Internet over de Nederlandse missie in Uruzgan. Niks wetenschap, gewoon berichtgeving over een actueel onderwerp. En dat leverde zelfs nog nieuws op dat is overgenomen door andere media. Mooi staaltje dus van studenten die nog bezig zijn het ambacht onder de knie te krijgen.

    Alexander Pleijter
    Docent Journalistiek en Nieuwe Media
    Universiteit Leiden

  8. Peter Burger zegt:

    Beste Maarten,

    Laten we het als journalisten onder elkaar eerst even hebben over de feiten. De twee studenten uit het begin van je betoog volgen geen journalistieke master. Ze volgen bij Journalistiek & Nieuwe Media in Leiden als bachelorstudenten een bijvak. Onderdeel daarvan is mijn werkgroep Wetenschapsjournalistiek, waarvoor studenten onder meer een serieuze poging moeten doen om een artikel te publiceren.

    Ik geef die werkgroep al zeven jaar en ik mag niet klagen over de resultaten: die schrijfopdracht is zwaar en frustrerend, maar ongeveer de helft van de studenten slaagt er toch in om een verhaal te verkopen aan Quest, Triv, Archeologie Magazine en andere bladen. De rest is een nuttige ervaring rijker. Natuurlijk, ze moeten nog veel leren, en dat doen ze in de stage die het bachelorprogramma afsluit. De stagebieders zijn vrijwel zonder uitzondering lovend over de capaciteiten van onze studenten.

    Tot zover over het bijvak. Bij Journalistiek & Nieuwe Media kunnen studenten ook een masterprogramma volgen van een jaar. Kritische vragen stellen, off-the-record-informatie lospeuteren, WOB-procedures inzetten en alle andere items op je verlanglijstje: het hoort er allemaal bij. We hebben pas twee lichtingen afgeleverd, maar zien studenten al werken op de redacties van Elsevier, De Pers, bij RTL4 en bij andere media. Over de ‘academische achtergrondblabla’ van onze opleiding (zoals technieken voor publieks- en usability-onderzoek, kennis van retorica en argumentatieleer, en onderzoek naar journalistiek bronnengebruik)horen wij stagebegeleiders niet klagen.

    Overigens ben je van harte welkom om in onze ivoren toren eens kennis te maken met studenten en docenten.

    Vriendelijke groet,

    Peter Burger

  9. Eline Levering zegt:

    Als een van de twee schrijvers van het bewuste artikel over exoten (waaronder de gevaarlijke tijgermug) voel ik me geroepen om even te reageren op dit zure stuk. Laat het allereerst duidelijk zijn dat wij de Praktijkstudie Journalistiek en Nieuwe Media volgen naast onze hoofdstudies. Daarnaast was het de eerste keer dat wij een artikel aanboden aan een blad. Het mag duidelijk zijn dat wij deze studie doen om het vak te leren. We zijn dus geen door de wol geverfde journalisten. Daarom is het goed dat je bij het aanbieden van een artikel (ongezouten) kritiek krijgt met het liefst daarbij aanwijzingen en suggesties. Daarom was de reactie van Maarten Keulemans voor ons ook prikkelen: wat is het nieuws precies. Dit was nou juist het punt waar wij mee worstelden. Toch ben ik er nog steeds van overtuigd dat er nieuwswaarde in het stuk zit. Niet omdat andere media het behandelen (wij waren al voor de netwerk uitzending met dit artikel bezig) maar het feit dat andere media dit behandelen is wel een indicatie voor de nieuwswaarde. Jammer dat Maarten Keulemans ons, na een poging om ons te helpen, nu afschilderd als twee studenten die nog helemaal niets van journalistiek begrepen hebben.
    Als Maarten Keulemans de journalistieke waarden hoog in het vaandel heeft staan zou hij nu moeten reageren op al deze reacties. Hoor en wederhoor!
    Eline Levering

  10. Maarten Keulemans zegt:

    Beste Jos, Lennard, Frank, Alexander, Eline, Peter en anderen,

    Fijn dat mijn column aanleiding is voor een stevige discussie! Belangrijk onderwerp, lijkt me.

    Wel wil ik direct twee misverstanden uit de wereld helpen:

    (a) Ik heb absoluut niets tegen voorlichters en/of communicatoren. Integendeel, ik reken er heel wat tot mijn vrienden en heb zeer veel respect voor goede voorlichters en communicatoren. Je moet het maar kunnen.

    (b) Datzelfde geldt voor de studenten. Mij zul je niet horen zeggen dat er geen ‘kanjers’ rondlopen op de universiteit. Ik vind het in dat licht vervelend dat de studenten die ik noemde als (anoniem) voorbeeld nu opeens een ‘gezicht’ hebben gekregen. En mea culpa, het voorbeeld rammelde. Maar er zijn veel meer voorbeelden, ik kom met grote regelmaat dit soort voorvallen tegen.

    Mijn grief richt zich tegen masters ‘journalistiek’ die geen onderscheid maken tussen ‘communicatie’ en ‘journalistiek’. Journalistiek is een heel ander vak dan communicatie, zoals Frank en anderen al aangeven.

    En juist omdat die twee in de wetenschapsbranche toch al erg dicht tegen elkaar aan liggen (touché, Lennard) vind ik het belangrijk dat het onderscheid ook expliciet wordt gemaakt.

    Juist in de wetenschap is een journalistieke, onafhankelijke, kritische houding broodnodig. Meer dan waar ook wordt er een beroep gedaan op je vermogen om zin van onzin te scheiden, om niet mee te juichen met alle ‘doorbraken’ en ‘heilige gralen’, om het tegengeluid te zoeken, de redenering te checken op lekkages, de statistiek na te gaan.
    Je moet dubbel opletten, tussen al die knappe koppen. Daarom vind ik het vak ook zo leuk. :-)

    Ik ken ze heus niet allemaal, maar de jonge ‘journalisten’ die ik zelf van de masters zie komen, beheersen allerlei vaardigheden – maar opvallend vaak *niet* de specifieke combinatie van vaardigheden die goede journalistiek vereist. Dat vind ik een veeg teken.

    De reacties van de ‘opleiders’ hierboven bevestigen trouwens mijn punt. Ik hoor van alles langskomen: museumdirecteuren, voorlichters, publiekscommunicatie, brede kennis en o ja, journalistiek.

    Mijn vraag is dan: als dat zo is, waarom heten jullie masters eigenlijk ‘journalistiek’? Om studenten te lokken naar dit romantische beroep?

  11. Alexander Pleijter zegt:

    Beste Maarten,

    Je zegt:
    “Juist in de wetenschap is een journalistieke, onafhankelijke, kritische houding broodnodig. Meer dan waar ook wordt er een beroep gedaan op je vermogen om zin van onzin te scheiden, om niet mee te juichen met alle ‘doorbraken’ en ‘heilige gralen’, om het tegengeluid te zoeken, de redenering te checken op lekkages, de statistiek na te gaan.”

    Dat bevestigt naar mijn idee dat er juist behoefte is aan masters journalistiek op academisch niveau. Om te kunnen wat je beschrijft moet je immers wetenschappelijk geschoold zijn en ook nog eens journalistieke vaardigheden en talenten bezitten.

    Dat er ook masters zijn die zich niet op journalistiek richten, maar op wetenschapscommunicatie is waar. Maar volgens mij gebruiken die nooit de naam ‘master journalistiek’. Ik zou in elk geval geen voorbeeld kunnen noemen.

  12. Maarten Keulemans zegt:

    Ik wel, Alexander.

    De VU mengt veel ‘massacommunicatie’ en ‘communicatiewetenschap’ in z’n curriculum (van wat toch echt ‘master journalistiek’ heet). En Leiden schenkt volgens z’n site steeds meer aandacht aan onder meer ‘webcommunicatie’ en ‘bedrijfsjournalistiek’ binnen het bestek van ‘journalistiek en nieuwe media’.

    Nogmaals – op zich geen punt. Het gaat mij om het contrast met de harde praktijkvakken.

    Een snelle, globale inventarisatie op basis van vakkentitels biedt het volgende beeld: Groningen besteedt 40 uit 90 punten aan ‘harde praktijkvakken’ (stage inbegrepen), bij de VU is 10 uit 60 punten uitgeruimd voor vaardighedenvakken en in Leiden herken ik in de master alleen de 10 punten stage als duidelijk herkenbaar vaardighedenonderdeel: 10 uit 60.

    Ik hoor de opleiders al roepen: ‘Maar dit, maar dat’.

    Laat onverlet dat ik in het curriculum vooral dingen lees als ‘retorica en argumentatie in de journalistiek’, ‘interculturele theorie en journalistieke praktijk’, ‘publieks- en effectenonderzoek’ of ‘themata rond het journalistieke beroep en bedrijf op macro-, meso-, en microniveau’.

    Tel dat maar op bij mijn waarneming dat ik rond de uitgang van dergelijke opleidingen vooral communicatoren tegenkom en geen journalisten.

    Dit doet me erg denken aan de overal de kop opstekende kritiek op het onderwijs dat de leermaterialen allemaal zo nodig interessant en leuk en boeiend moeten zijn, dat het aspect ‘leerzaam’ raakt ondergesneeuwd. Mijn zoontje leert allemaal interessante dingen over moeders die boodschappen doen en jongetjes die taarten verdelen, maar de tafels stampen, ho maar. Dat idee.

  13. Peter Burger zegt:

    Beste Maarten,

    Tja, het zijn allemaal universitaire opleidingen, dus de vakken hebben allemaal mooie academische namen. Maar als je naar de inhoud kijkt, valt het wel mee. Leidse masterstudenten Journalistiek & Nieuwe Media beginnen hun studie met een introductieweek, die dit jaar bestond uit werken op de redactie van Spits, waar de studenten twee maal een dubbele pagina over veranderingen in mediagebruik schreven. De rest van het eerste semester heeft een sterk wetenschappelijke inslag (het *is* een academische opleiding, tenslotte), al besteden ze bij Bronnenonderzoek ongeveer de helft van de tijd aan eigen onderzoeksjournalistiek. Bovendien volgen studenten met een tekort aan praktijkervaring in deze periode ook nog een of twee praktische vakken van ons bachelorprogramma. In het tweede semester zijn vier maanden gereserveerd voor de praktijk. Ten eerste een Multimediamaand, waarin de studenten voor verschillende media nieuws produceren (vorig jaar was dat onder meer voor Planet Internet; het leverde landelijk een primeur op over de bloggende Nederlandse soldaten in Afghanistan). En dan nog een stage van drie maanden, waarin de studenten uitstekend functioneren. Kennelijk worden er in de rest van het programma toch genoeg tafels gestampt.

    Ik heb het idee dat je ontevredenheid over journalistieke masteropleidingen behalve met een gebrek aan kennis te maken heeft met het populaire discussiepunt: wat is een journalist? Is dat de kritische nieuwsjager die jij voor ogen hebt? Of mag het ook een commentator zijn, zoals Henk Hofland, die al heel lang geleden zijn laatste tegel heeft gelicht, maar toch door collega’s werd uitgeroepen tot Journalist van de Eeuw? Mag een journalist ook iemand zijn die een concept voor een nieuwssite kan uitwerken en die site ook nog kan bouwen? Valt Quest, dat zichzelf afficheert als ‘braintainment’ niet onder de journalistiek, en moet je om daarvoor te leren schrijven dus een andere opleiding volgen? Wij zien het graag breder, en worden daar tot nu toe door studenten en stagebieders in aangemoedigd.

  14. Tom de Jong zegt:

    Gewoon zo doorgaan Maarten.
    Je lokt interessante discussies uit.
    Heerlijk om te lezen.

  15. dennisrijnvis zegt:

    Ik ben het wel met Peter Burger eens. Zelf ben ik absoluut geen nieuwsjager. Maar het is ook een kunst om wetenschapsnieuws te presenteren, om het aantrekkelijk te maken en om verrassende invalshoeken te verzinnen. Ik zou zelf durven beweren dat dit voor de lezer belangrijker is dan die ene quote oppikken uit een saaie bijeenkomst. Al ligt dat er natuurlijk aan wie je als lezer in gedachten hebt. Zelf schrijf ik voor veel verschillende kranten en tijdschriften- van Kidsweek tot nrc.next tot Triv’ en KIJK. Vooral de lezers van kranten hebben in beginsel niets met wetenschap – je moet hen erbij trekken, boeien en fascineren. Ik vind dat daar vrij weinig aandacht voor is in de huidige, vrij traditionele wetenschapsjournalistiek. Want je kunt wel nieuws hebben, maar mensen moeten het eerst lezen.

  16. Sigrid zegt:

    Gelukkig is het zo dat de w’s plus de h de eerste dingen zijn die je als HBO-student op Hogeschool Windesheim leert. De rest van die alinea is voor mij inderdaad al gesneden koek.

    Groet,
    Sigrid (tweedejaars student journalistiek)

  17. Nadine zegt:

    Ik wil graag nog even op de bres springen voor een ‘master journalistiek’ die hier niet genoemd is, namelijk de opleiding journalistiek en media van de Universiteit van Amsterdam. En ja, die heb ik zelf gevolgd. Alle praktijkdingen die in het bovenstaande stuk beschreven worden maken een belangrijk deel uit van deze opleiding. Zo wordt er een intensieve cursus nieuwsberichten schrijven gegeven door het hoofd van de binnenlandredactie van het ANP. De 5 w’s en de h, topische zinnen, de omgekeerde pirmadestructuur, nieuwsaanleidingen weergeven enz kwamen hier uitgebreid aan het bod. Op eenzelfde manier worden bij deze master, door gevestigde namen uit het veld, trainingen gegeven in interviews, reportages, is er een tutoraat waarbij studenten in kleine groepjes heel gespecialiseerd met een professional aan de slag gaan etc.

    Wat in deze master juist niet aan het bod komt, zijn dingen als (wetenschaps)communicatie of bedrijfsjournalistiek. Ik ben ook de enige van mijn lichting die wetenschapsjournalist is geworden (journalist, geen voorlichter). Mijn medestudenten hebben na hun afstuderen allemaal gelijk een baan gevonden bij o.a. NRC, NRC Next, De Volkskrant en De Pers. Ikzelf was altijd al geinteresseerd in wetenschapsjournalistiek, had hier ook al ervaring in. Voor deze master journalistiek had ik biologie gestudeerd aan de VU, daar ook een cursus wetenschapscommunicatie en een wetenschapsjournalistieke stage gelopen, maar ik had het idee dat ik in journalistiek opzicht nog veel kon bijleren. En dat heb ik aan de master aan de UvA ook gedaan. Ik kan niet oordelen over andere opleidingen; maar ik vind dat het bovenstaande stuk geen recht doet aan de master die ik heb gevolgd.

    Vriendelijke groeten van Nadine

  18. Nathalia zegt:

    Help, ik ben afgestudeerd als antropoloog en werkzaam als ambtenaar. Ik wil heel graag een master journalistiek gaan doen, maar weet nu niet meer waar…help

  19. Sernandoz zegt:

    Hi :)
    I would like to present interesting site:
    acomplia prezzo [url=http://moracom.co.cc/acomplia-sale/]acomplia doctor[/url] ceftin apotheke [url=http://morceft.co.cc/ceftin-gsk/]ceftin espana[/url] celexa pharmacy [url=http://morcelex.co.cc/Celexa-prix/]celexa pharmacy[/url] cleocin fedex [url=http://morcleo.co.cc/online-Cleocin/]cleocin sale[/url] diflucan prix [url=http://mordifl.co.cc/whoneedsdiflucan/]diflucan purchase[/url] elavil uk [url=http://morelav.co.cc/elavil-Italia/]elavil online[/url] hytrin price [url=http://morhytr.co.cc/hytrin-efficacy/]hytrin drug[/url] imitrex prix [url=http://morimit.co.cc/how-imitrex/]imitrex prix[/url] lexapro sale [url=http://morlexa.co.cc/Lexapro-canada/]lexapro canada[/url] prednisone pharmacy [url=http://morpred.co.cc/prednisone-rezept/]prednisone prescription[/url] remarin buy [url=http://morprem.co.cc/natural-Premarin/]remarin generic[/url] prevacid overnight [url=http://morprev.co.cc/Prevacid-order/]prevacid discount[/url] sustiva overnight [url=http://morsust.co.cc/stocrin/]sustiva buy[/url] testosterone cheap [url=http://mortest.co.cc/pharmacy-testosterone/]testosterone oral[/url] topamax apotheke [url=http://mortopa.co.cc/Topamax/]topamax doctor[/url] viramune doctor [url=http://morvira.co.cc/Viramune-lawyer/]viramune effects[/url] xenical nextday [url=http://morxeni.co.cc/canada-Xenical/]xenical buying[/url] zyban pharmacy [url=http://morzyba.co.cc/spotting-zyban/]zyban price[/url] zyloprim prix [url=http://morzylo.co.cc/zyloprim-grapefruit/]zyloprim espana[/url] zyprexa pharmacy [url=http://morzypr.co.cc/zyprexa-sale/]zyprexa overnight[/url]
    Thanks!
    See you!

Geef een reactie

Salpeter

Welkom op de weblog van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland. Op deze site geeft een aantal auteurs regelmatig hun commentaar op wetenschap en media.

De auteur

Maarten Keulemans (1968) is wetenschapsjournalist. Hij is adjunct-hoofdredacteur van NWT en vaste columnist bij het katern Kennis van de Volkskrant.
Website van Maarten Keulemans

Archief