De EICOS-ervaring in gevaar

In mei ben ik twee weken in Duitsland geweest. Eerst een weekje in Göttingen bij het Max Planck-instituut voor biofysische chemie en aansluitend was ik een week te gast bij EMBL in Heidelberg. Ik had dat wel vaker langs zien komen, maar gezien de zwaarbiologische aard van de instituten die aan het EICOS-project meedoen heb ik nooit eerder gesolliciteerd. EICOS is een club die wetenschapsjournalisten aan den lijve wil laten voelen hoe de wetenschappelijke praktijk is. Gewoon een weekje pipetteren, fruitvliegjes uit elkaar rukken of, zoals in mijn geval, celprocessen simuleren op het beeldscherm.  Aansluitend kunnen de ‘fellows’ (ook vrouwen worden bij EICOS zo genoemd) nog een of soms zelfs twee weken wetenschap opsnuiven in beroemde labs als het Karolinska-instituut, het Institut Pasteur of het Weizman-instituut.

Zoals gesteld is biologie – en zeker celbiologie – voor mij vreemd terrein. Het mijn idee was eens te onderzoeken hoe het met de nieuwste hype, de synthetische biologie,  staat. Mijn redenering is/was dat de natuurkunde, scheikunde en biologie elkaar weldra zullen ontmoeten op atoomschaal. Daar op dat snijpunt ligt de synthetische biologie.

In Göttingen heb ik een beetje zitten fröbelen met  computersimulatie; meer bepaald met aquaporine (het eiwit  dat als waterfilter in een celwand dienst doet). Veel nieuws  gehoord, maar dat kan ook moeilijk anders voor iemand die  heg noch steg weet in de biologie. Liep tegen een STED-  microscoop aan, een uitvinding van Stefan Hell waarmee de  fluorescentiemicroscoop de grenzen van het ‘Abbe-verbod’  heeft doorbroken met behulp van een slimme truc.  Daardoor is het oplossend vermogen van deze  lichtmicroscoop niet langer gebonden aan de onscherpte die  Abbe ‘voorschreef’. En aquaporine blijkt ook bruikbaar in het gewone leven.Ze hadden me al gewaarschuwd: synthetische biologie, daar hielden ze zich niet mee bezig.

Het Europese MoleculairBiologische Lab in het, eind mei, lauwtropische Heidelberg (33 °C bij een luchtvochtigheid van, ik schat, 95%) was zo mogelijk nog verwarrender voor deze biologieleek. De pr-mevrouw van het EMBL had een net programma opgesteld waarbij we (ik was daar met mijn Griekse collega Vangelis Pratikakis) elke dag geconfronteerd werden met vier of vijf zeer gespecialiseerde onderzoekers (op het gebied van mikrotubuli, bijvoorbeeld). Het duizelde me somtijds (was biologie niet dat leuke vak waarmee je met een trommeltje onder de arm de natuur introk?), maar er zaten ook zelfs voor mij begrijpelijke en mooie dingen tussen. Zoals de eigenwijze Eric Karsenti, die zich met de zelforganisatie van mikrotubuli bezighield en en passant het bewijs zei te kunnen leveren dat God niet bestaat. Of de bedeesde Roemeen Alexandru Denes die de zenuwcellen van zeewormen bestudeert die nauwelijks minder genen hebben dan een mens en meer dan een vlieg en die tot de conclusie kwam dat de evolutie allesbehalve ‘rechtlijnig’ is. Karsenti zou zeggen dat dat het lot is: alles is per ongeluk ontstaan, ook het leven. En ja, zei de koele pr-dame met enige droefheid in haar stem, die STED-microscoop is eigenlijk hier in Heidelberg ‘geboren’. Vette pech.

Ik ben er nog niet klaar mee. In november is er in Heidelberg een publiekscongres over synthetische biologie, het terrein waar biologie en mijn ‘eigen’ scheikunde elkaar zullen ontmoeten. Hoe leven en dood elkaar zullen raken. Leven gaat dood, dat weten we, maar wanneer wordt dood materiaal levend?

Dat is leuk voor je, zul je zeggen, maar wat moet ik met die jouw gelukzaligheid? Niks. Ik wilde alleen een beetje reclame maken voor een mooi initiatief dat op sterven na dood blijkt. Dit jaar was de zestiende editie en de grote animator (niet letterlijk, want het is maar een klein mannetje) Ulrich Kuhnt vroeg zich af of er nog een zeventiende editie zou komen. Er liepen in Göttingen twee dames mee van een stichting die mogelijkerwijs de volgende editie zouden gaan stieken. EICOS is, meiner Meinung nach, een te koesteren project. Geen geleuter over hoe belangrijk wetenschap is en hoe we die belangrijke boodschap aan het gemene volk over kunnen brengen, maar gewoon ervaren wat het is om wetenschap te bedrijven (nou ja, ik heb me vooral zitten verbazen over de vingervlugheid van onze tutors) en nog wat aardige dingetjes meepikken op de koop toe. Kuhnt klaagde ook dat er wel wat erg weinig journalisten solliciteren naar het ‘fellowship’, wat waarschijnlijk mijn geluk was. Een aanrader, wat mij betreft en dat zeg ik zonder enige ironie.

Print dit artikel Print dit artikel

Geef een reactie

Salpeter

Welkom op de weblog van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland. Op deze site geeft een aantal auteurs regelmatig hun commentaar op wetenschap en media.

De auteur

Arno Schrauwers geeft zich uit voor wetenschapsjournalist en grauwt er verder op los op zijn eigen webstek.
Website van Arno Schrauwers

Archief