Bètacanon: rijp voor de vuilnisbak
Daar is-ie dan eindelijk: de bètacanon. Een overzicht in boekvorm van, zo lees ik op de cover, ‘wat iedereen moet weten van de natuurwetenschappen’. Uigegeven door Meulenhoff, in samenwerking met de Volkskrant. Een canon geboren uit gekrenkt eergevoel, zoals iedereen weet. Na het verschijnen van de Canon van de Nederlandse geschiedenis van Frits van Oostrom, klaagden Robbert Dijkgraaf en Louise Fresco in NRC Handelsblad dat Frits de vaderlandse wetenschap was vergeten. Alleen het planetarium van Eise Eysenga was opgenomen; daar moest de wetenschap het maar mee doen. Prompt ontstond het plan om (temidden van de stortvloed aan ‘alternatieve’ canons door Frits veroorzaakt) een ‘bètacanon’ in elkaar te steken. Het werd een serie in de Volkskrant, nu dus braaf gebundeld en onlangs in Teylers bij een glaasje sju ten doop gehouden.
Die gekrenkte trots klinkt nog altijd helder door in het persbericht dat Meulenhoff bij het boek voegde: ‘Waarom,’ aldus Meulenhoff, ‘komt de grote zeventiende-eeuwse wiskundige Christiaan Huygens niet voor in de historische canon van Nederland? Of Van Leeuwenhoek? Enige kennis van de exacte vakken en hun geschiedenis is ook een kwestie van cultuur.’ Dat klinkt zelfverzekerd, en wraakgevoelens hoeven niet slecht te zijn. Talent bloeit pas op door strijd, zoals Nietzsche ooit zei. Maar dat opbloeien is niet gegarandeerd, en dat blijkt ook in dit geval. Door de gedwongen loop van een veel te lang volgehouden artikelenserie is ‘Wat iedereen moet weten’ uit elkaar gevallen in vijftig onderwerpjes, stukjes over zaken als ‘nul’, ‘plastics’, ‘symbolen en formules’, ‘geld’, ‘waterwerken’, ‘zonnestelsel’, ‘taal’ en ‘stad’. Kortom, een onoverzichtelijk, bij elkaar geraapt zootje. En dat alles beschreven in luchtig bedoelde maar vaak buitengewoon knullige tekstjes. De eerste zin van de canon luidt bijvoorbeeld: ‘Nul is een vanzelfsprekend deel van het dagelijks leven.’ Over het klimaat: ‘Het klimaat is hot’. Het periodiek systeem: ‘Lood is eigenlijk net goud’. Over mobiliteit (ook natuurwetenschap!) lezen we: ‘Jezelf verplaatsen van huis naar werk, naar vrienden en op vakantie is onderdeel van het dagelijks leven’.
De reden waarom gekozen is voor dit samenraapsel (Fresco en Dijkgraaf hebben het in hun inleiding zowaar over: ‘Een indrukwekkend panorama van de natuurwetenschappen’) is simpel: men wilde alles. De bijdrage moesten (alweer beiden) ‘de natuurwetenschappelijke wereld als een atlas van kaarten overdekken’. Het is met andere woorden helemaal geen canon. Een canon hoort de hoogtepunten te geven, de must knows. Deze canon wil de lezer de complete natuurwetenschappen door te strot duwen, en dat op een zo ‘luchtig’ mogelijke wijze.
Fresco en Dijkgraaf spreken de wens uit dat de bètacanon een weg zal vinden ‘naar het grote publiek, te beginnen in het onderwijs, liefst het basisonderwijs.’ Hetzelfde verlangen keert terug in het voorwoord dat minister Plasterk het boek meegaf: ‘Ik ben er zeker van dat deze canon zijn weg zal vinden: in lagere en middelbare scholen.’ Dat is echt niet te hopen. Kinderen zouden hierdoor een totaal verwrongen indruk krijgen van wat natuurwetenschap inhoudt: zo’n beetje alles, en je moet er vooral over kunnen babbelen (de overeenkomst tussen deze tekstjes en de inhoud van de moderne, nietszeggende, babbelzieke natuurkundeleerboeken voor alfa’s zijn opvallend.) Gelukkig zal dat niet gebeuren. Deze bètacanon zal ongetwijfeld hetzelfde lot ondergaan als zijn grote broer, en de reden van zijn ontstaan; de Canon van de Nederlandse geschiedenis.
Anderhalf jaar geleden presenteerde Frits zijn werkstuk, en daarna kregen alle basisscholen een boekje toegestuurd plus zo’n lekker ouderwetse wandplaat – een zeer lelijk ding overigens waarop de hoogtepunten der geschiedenis veranderd zijn in vage plaatjes die in een soort slang zijn ondergebracht.
En toen? NRC Handelsblad ging afgelopen zaterdag op zoek naar het lot van deze zending. Het resultaat was ronduit schokkend. Vrijwel geen enkele school deed er iets mee. Geen wonder. De geschiedenismethodes in het basisonderwijs zijn enige jaren geleden al grondig herzien, op advies van historicus Piet de Rooy, en uitgevers hebben hun lesmateriaal daar nu op aangepast. Leraren moeten daar nu mee leren werken, en zitten totaal niet te wachten op de volgende papieren revolutie. De reacties op de Canon blijken onverdeeld negatief. ‘Daar belast ik mijn leraren niet mee,’ merkt een schooldirecteur op. Andere reacties: ‘Er komt zoveel op ons af,’ en: ‘Als je ons gek wilt maken, moet je dit doen.’ Over een jaar of tien, dan is er weer tijd en geld voor nieuw lesmateriaal en komt er een kans voor een nieuwe geschiedenismethode. De spulletjes van Frits zijn in de bezemkast beland, om rustig te verstoffen.
En terecht. Niet alleen omdat Den Haag weer eens wat verzonnen en gedropt heeft waar het veld totaal geen behoefte aan heeft. Nee, het hele verschijnsel canon is achterhaald. Het hoort thuis in het tijdperk van vóór de Commissie-Dijsselbloem. Dat droeve tijdperk waarin de politiek het onderwijs wel even zou verbeteren, en horden arrogante managers, zich voordoende als onderwijshervormers, op het onderwijsveld losliet. Hubert Slings, directeur van de Stichting Entoen.nu, die de Canon aan het onderwijs moet verkopen, houdt goede moed: ‘Elke onderwijsvernieuwing kost tijd.’ En Slings kost alleen maar geld. De canon brengt helemaal geen onderwijsvernieuwing; ze staat voor verspilling, verwarring, irritatie en vooral: een regenteske, elitaire mentaliteit die thuishoort in de vuilnisbak der geschiedenis. Mogen al die goedbedoelde canons bedacht om het onderwijs te ‘verbeteren’, snel en roemloos ten onder gaan.
Print dit artikel
3 reacties op “Bètacanon: rijp voor de vuilnisbak”
Geef een reactie
Salpeter
Welkom op de weblog van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland. Op deze site geeft een aantal auteurs regelmatig hun commentaar op wetenschap en media.
De auteur
Marcel Hulspas (1960) is wetenschapsjournalist en columnist. Hij is redacteur wetenschap bij De Pers.
Website van Marcel Hulspas
24 June 2008 om 12:09
Ieder nadeel heb z’n voordeel.
Anders was ‘De bètacanon van Fokke & Sukke’ (www.foksuk.nl/nl?cm=79%2C219%2C286) er toch ook nooit gekomen?
28 July 2008 om 13:23
He, wat een verfrissend geluid over die in-brave Canon. Wetenschap, jongens en meisjes, gaat nu eenmaal niet over wat we allemaal al weten, maar juist over wat we NIET weten en over de lol om daar naar op zoek te gaan. Nieuwsgierigheid, vragen, ideeen en experimenten. En dan weer overnieuw.
Het geld had beter besteed geweest aan tv-programma’s die een dergelijke houding stimuleren. Denk aan Brainiacs (hoewel daar nu vooral geexplodeerd wordt) of Mythbusters.
Het boek zal -dat ben ik met Marcel eens- braaf staan te verstoffen als de catalogus van een tentoonstelling.
17 February 2010 om 17:09
Marcel Hulspas, rot nu toch eens op, het is net of jij wat zinnigs kan vertellen. Wel dat is je nog ooit gelukt, dat weet je zelf toch ook wel!
Het schrijven dient twee tegengestelde belangen, ook in jou geval. Het schrijven, je functie bij de baas, ontheft je kennelijk steeds weer van het integer handelen, je ruikt te veel aan je salaris!