Victory Boogie Blaaskaken

‘We hadden een ijzersterke wetenschappelijke vraag: wat zien we, waar kijken we naar?’ Aan het woord is Hans Janssen, conservator van het Haags Gemeentemuseum. Wat zien we, waar kijken we naar – ijzersterker en wetenschappelijker kan het niet. Het Volkskrant Magazine bevatte deze zaterdag een groot interview met Brigitte Kaandorp (voor de tachtigste keer in deze krant, schat ik), maar het humoristisch hoogtepunt was te vinden in de bijlage Kennis, op pagina 7. Een bizarre sketch voor drie heren.
Het gaat om auteur Maarten Evenblij, bovengenoemde Janssen en kunstkenner IJsbrand Hummelen. Onderwerp: het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Mondriaans laatste, onvoltooide werk, dat de Nederlandse staat in 1998 voor veertig miljoen heeft aangekocht. Daar was veel om te doen, toentertijd. Moest dat nou, zoveel geld voor een onaf schilderij, een doek met daarop allerlei stukjes karton en strookjes plakband waarmee Mondriaan nog iets wilde (maar niemand weet wat)? Ja het moest, riep kunstminnend Nederland, want Mondriaan was ook een Nederlander en, onvoltooid of niet, de Victory was zijn laatste werk. Dat hoorde hier, koste wat kost.
Mondriaans onvoltooide knip- en plakwerk is een pure nachtmerrie voor iedere conservator (desondanks toont de foto ZES mensen die er vrijuit boven hangen, pratend en zwetend), en een meesterwerk kan een dergelijk onaf kunstwerk ook moeilijk genoemd worden. Desondanks doen de drie heren in de Volkskrant hun uiterste, opgeblazen best om ons duidelijk te maken dat de Victory een koopje is geweest.

Wat zien we, waar kijken we naar? Janssen en Hummelen hebben het schilderij de afgelopen jaren ‘gedetailleerd in kaart gebracht’, en allerlei foto’s (UV, röntgen, infrarood) samengebracht in een databank, om het ontstaan van het schilderij te reconstrueren. Wat stond de doodzieke, oude Mondriaan voor ogen? Volgens velen liet hij zich in zijn laatste werken (het wel voltooide Broadway Boogie Woogie, en de Victory) inspireren door het stratenplan van New York. Maar daarover zeggen de heren niets. Dat zien ze niet. In plaats daarvan krijgen we een stel hoogdravende mededelingen. Hummelen: ‘Mondriaan creëert ruimte op een schildertechnische manier met kleur’. Waarop Evenblij al even zwaarwichtig opmerkt: ‘Mondriaan heeft eindeloos gezocht naar de perfecte combinatie van vlakverdeling en kleur.’ Direct gevolgd door: ‘Maar over wat hem voor ogen stond met Victory Boogie Woogie heeft de schilder nauwelijks iets kunnen zeggen.’ De lezer mag dus kiezen: Wilde Mondriaan ruimte suggereren? Kleuren combineren? of weten we bijna niks? Maar een ding is zeker: het schilderij is vre-se-lijk belangrijk. Het maakt ‘een dermate grote indruk dat het wel “de Nachtwacht van de moderne kunst” wordt genoemd’, vertelt Evenblij. Veertig miljoen is erg veel geld voor een onaf werk. Na zo’n impulsaankoop ga je vanzelf denken dat je iets belangrijks hebt gekocht. Maar een nieuwe Nachtwacht – nou nee. Wie buitenlandse naslagwerken over kunst openslaat, ontdekt al snel dat we redelijk alleen staan in deze Boogie-hysterie.

Maar de heren draven vrolijk verder. Janssen en Hummelen begrepen aanvankelijk niets van het doek (‘geen bal’) maar, schrijft Evenblij, ‘ze wisten: dit schilderij is een document van een proces in de ontwikkeling van Mondriaan van landschapsschilder tot abstract kunstenaar.’ U leest het goed: een document van een proces in de ontwikkeling. Dat wisten ze. Ga er maar eens aanstaan. Klein puntje van kritiek, als dat mag: Mondriaan had zijn ontwikkeling tot abstract kunstenaar zo’n dertig jaar eerder al afgelegd en voltooid. De Victory heeft daar totaal niets mee te maken. En die ontwikkeling geschiedde onder zware invloed van de theosofie, een inmiddels praktisch uitgestorven sektarische stroming die alle religies wilde terugbrengen tot hun ene, ware kern. Theosoof Mondriaan wilde hetzelfde doen met de kunst. Vandaar zijn rechte lijnen en primaire kleuren. Maar die religieuze achtergrond, daar hebben de heren het niet over. Die zien dat niet. Die ronken rustig verder. Hummelen: ‘Hij worstelde met grote schilderkunstige vraagstukken. Dat maakt het zo’n prachtig schilderij.’ Welke grote vraagstukken dat waren? Krijgen we niet te horen. En even verderop, Hummelen weer: ‘Op basis van het onderzoeksmateriaal zijn er vast andere hypothesen mogelijk.’ Andere hypothesen? Welke hebben hypothese zij dan bedacht? Hummelen bedoelt dat er wellicht andere reconstructies van Mondriaans maandenlange gefröbel mogelijk zijn. Maar wat schieten we daar mee op? Moet dat het antwoord zijn op die ‘ijzersterke wetenschappelijke vraag’: ‘wat zien we, waar kijken we naar?’ Gaat die vraag niet veel meer om de intentie van de kunstenaar? Maar de enige soort-van-hypothese hierover die ik in het artikel aantref is de open deur dat Mondriaan gedurende de twintig maanden dat hij zat te plakken, te schilderen en te krabben ‘zelf ook niet wist hoe het uiteindelijk zou worden.’

Kunsthistorici hebben wel vaker de neiging collectief hysterisch te worden over een enkel ‘geniaal’ kunstwerk, dat ineens ver boven alle andere kunst moet worden verheven. Denk aan de Nachtwacht. Denk aan de Mona Lisa. Dergelijke emotionele uitbarstingen zijn voornamelijk bedoeld om de eenvoudige leek te imponeren: kijk ons eens vreselijk diepzinnig zijn! Dergelijke kunstwerken zijn ook steevast het slachtoffer van ‘wetenschappelijk’ onderzoek. Laatste ‘wetenschappelijke’ ontdekking rond La Gioconda: ze glimlacht ietsje meer als je niet naar haar mond maar naar haar ogen kijkt. Dat onderzoek van Janssen en Hummelen is van hetzelfde laken een pak: hoogdravend imponeergedrag. Dankzij hen weten we nu alles van de ruim vijfhonderd vlakjes van de Victory: welke kleur ze eerst hadden, welke later; wat de oude meester heeft weggeschraapt; waar hij een stukje karton heeft opgeplakt, een gaatje heeft gevuld of ingekleurd. Een databank vol droge feitjes. Vijf jaar noeste puzzelarbeid heeft geen enkel vermeldenswaardig inzicht opgeleverd. En dat vinden ze zo belangrijk, dat willen ze ons niet onthouden. Hummelen: ‘Wij vonden dat het Nederlandse volk recht heeft om te weten waar het naar kijkt.’
Een sketch voor drie opgeblazen heren, dacht ik.

Print dit artikel Print dit artikel

3 reacties op “Victory Boogie Blaaskaken”

  1. Willem van den Hoed zegt:

    Goed stuk! Zeer toe de pooint. Er zit veel van dit soort bellenblazerij in de maatschappij. Mag ik verwijzen naar (wellicht vooral) de tekst (maar toch ook ) de animatie die Piet Westendorp en ik in augustus 2008 maakte voor diezelfde Volkskrant. Vult elkaar toch goed aan?
    Tekst: http://vkblog.nl/bericht/210151/Victory_Boogie_Woogie_voor_kunstkenners_verklaard
    En animatie: http://extra.volkskrant.nl/oog/client/index.php?artworkId=214

  2. Utteclate zegt:

    topamax onlinetopamax online buy , http://buytopamaxonlinemeds.com/#zewyw topamax online order

  3. Get viagra without prescription zegt:

    xzzevxfufotdibqtkpvsobmjtufo, Plaintiffs who won their viagra lawsuit in court in 2010, oWLXtVz, [url=http://www.rittenhousejournal.org/]How does viagra work[/url], zHBdiUK, http://www.rittenhousejournal.org/ Side effects of viagra, QnInURz.

Geef een reactie

Salpeter

Welkom op de weblog van de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland. Op deze site geeft een aantal auteurs regelmatig hun commentaar op wetenschap en media.

De auteur

Marcel Hulspas (1960) is wetenschapsjournalist en columnist. Hij is redacteur wetenschap bij De Pers.
Website van Marcel Hulspas

Archief