Onjargon
Wetenschapsjournalist is een mooi vak, maar het is wel jammer dat er maar zo weinig jargon bij hoort. Als natuurkundige heb je volop keus uit onbegrijpelijke vaktermen van 'aangeslagen toestand' tot 'zwarting', maar mijn andere métier zet daar maar weinig tegenover.
Het stoerste journalistenjargon is nog wel 'wobben', het gebruiken van de Wet Openbaarheid Bestuur om door de overheid achtergehouden informatie los te krijgen. Maar 'invalshoek', 'primeur', 'deadline', en 'uitsmijter' zijn al minder indrukwekkend, al was het maar omdat iedereen ze kent. 'Lead', 'ankeiler', en 'chapeau' zijn iets ondoorgrondelijker, maar dan ben je ook wel zo'n beetje klaar.
En dat terwijl er toch genoeg aspecten, trucjes, bijzondere situaties en frustraties zijn bij het schrijven van stukjes (over wetenschap) om een heel woordenboek vol te pennen.
Hierbij een een begin, om de achterstand een beetje in te lopen: een reeks splinternieuwe, kant-en-klare vaktermen, plus betekenis. Wie meer betekenissen weet die nog zonder vakterm zitten (of andersom): stuur maar op.
Natuurlijk is dit lijstje geïnspireerd door wijlen Douglas Adams' fictieve woordenboek 'the Meaning of Liff', waarin bizarre plaatsnamen gekoppeld worden aan nog onbenoemde gevoelens, zaken en gebeurtenissen. Justus van Oel heeft het procédé in het Nederlands nog eens herhaald in het ook niet misse 'Kunt u Breukelen?')
Diagneurose
De vermoeiende neiging van sommige medici om beroemde personen met terugwerkende kracht een exotisch ziektebeeld op te dringen, op basis van gebrekkige biografische details: Einstein had Asperger-syndroom, Picasso schilderde migraine-aura’s, Newton leed aan kwikvergiftiging (en trouwens ook Asperger), en Modigliani had een oogafwijking. Ook wel: de vermoeiende neiging van de pers om dit soort verhalen op te pikken.
Halleluja-angst
De knagende zelftwijfel als een PR-type of bestuurder je complimenteert met een 'hartstikke leuk stuk'.
Inzagitis
De Nederlandse cultus van terinzagelegging van artikelen aan iedereen die er ook maar in de verste verte mee te maken heeft, met alle bijkomende gedonder. Iedere geïnterviewde, hoofd van de afdeling of in de verte betrokken voorlichter verwacht dat hij het stuk 'nog wel even mag zien', of krijgt het vanzelf doorgestuurd. In vele buitenlanden schijnbaar ongebruikelijk, omdat de journalist zich daar beroept op haast, zijn reputatie of de vrijheid van meningsuiting. In Amerika zijn journalisten ontslagen wegens ter inzagelegging. Zie ook inzachaos.
Inzachaos
De chaos, wrevel en woede die aan beide kanten ontstaat als je hebt beloofd om een stuk nog even voor te leggen aan drie mensen, die dan allemaal niet telefonisch bereikbaar blijken te zijn, een paar uur voor de deadline. Veel later sturen ze wel een eigen 'verbeterde' versie van het stuk vol afschuwelijke ambtelijke volzinnen, ongevraagde details die er nog wel even in moeten en dwingende suggesties om ook de andere onderzoekers en subsidiegevers nog even te noemen. Om dan weer onbereikbaar te zijn voor de tegenaanval.
Kapotcheckfooi
Vertaling van de angelsaksische 'kill fee'. Het bedrag dat je zou moeten krijgen als je een op zich aantrekkelijk en plausibel verhaal kapotgecheckt (bestaand jargon!) hebt. Sommige Engelstalige bladen betalen de helft. Zo voorkom je dat mensen riskante verhalen mijden of door de mand gevallen verhalen doodleuk opschrijven en alsnog verkopen.
Laagpitter/laagpitten
Een gebeurtenis die wel aangekondigd is, maar eigenlijk nog een verhaal moet worden. ('Onderzoekgroep verzint revolutionair nieuw voertuig, kan vliegen, rijden en varen, volgend jaar''). Volgend jaar zeggen ze hetzelfde. Opties zijn: laten vallen of opsparen op een lijstje en in de gaten houden. Deze bezigheid ('laagpitten') vergt veel bellen en heel veel geduld met veranderende plannen en teleurstellend uitgepakte proeven, opdrogende financiering, vetes tussen onderzoekers, en snelle persvoorlichters die ''de hele communicatie met de pers gaan stroomlijnen' en je op een lijst zetten waar je niet op blijkt te staan als het zover is en je je onderwerp in de krant terugvindt.
Leesvrees
De bizarre en onredelijke achteraf-plankenvrees die het (sommige) journalisten belet om hun net gepubliceerde stuk in de krant te bekijken. Als er nu een blunder in staat is er niets meer aan te doen (behalve corrigeren of rectificeren), en kan iedereen het zien. Houdt bij sommigen wel tot vijf jaar na publicatie aan.
Spaghetti-block
Het niet op gang komen met een artikel vanwege het gevoel dat alles wat erin moet zo belangrijk is dat het aan het begin dient te komen.
Von-Däniken-alinea
Van een stuk over een geniale maar overduidelijk onzinnige uitvinding of ontdekking: de laatste alinea met een obligaat opgevoerde onafhankelijke deskundige die het hele verhaal voor de goede verstaander volkomen de grond in boort ('interessante, gedurfde theorie'). Komt nogal eens voor bij de wildere berichten in New Scientist.
Woordmist
Het bijzondere soort blindheid voor je eigen taal-, spel- en constructiefouten als je je eigen stuk al twintig keer gelezen en herzien hebt.



