WONDERS - Wetenschapscommunicatie onderweg

Over de European way of life had hij het. Over enlightenment. En over de pursuit of happiness. De Oostenrijkse minister van onderwijs, wetenschap en cultuur koos woorden die zijn Nederlandse collega niet snel gebruikt om het belang van onderwijs en wetenschapscommunicatie te onderstrepen. Hij sprak in het Techniekmuseum, in één van die grootse, neoklassiek gebouwen in Wenen. Voor hem een gezelschap van Europese experts in wetenschapscommunicatie (één of twee per land) en een handjevol wetenschapsjournalisten.

Wetenschapscommunicatie is een vreemd vak. Zichzelf overbodig maken lijkt het doel. In een ideale wereld zouden de onderwijsbudgetten immers zo ruim zijn en de docenten zo goed dat iedereen alle basiskennis kon worden bijgebracht. In een ideale wereld zouden wetenschappers met een ongekende welsprekendheid de nieuwste ontwikkelingen zelf uit de doeken doen. En in het ideaalste geval zouden mensen ook nog de rust en aandacht hebben om zich in al die informatie te verdiepen.

In Wenen draaide het om een ander, iets minder hooggegrepen ideaal: de Europese eenwording. Want WONDERS, een EU-project georganiseerd door de Europese vereniging van wetenschapscommunicatie (EUSCEA) en hier officieel gelanceerd, gaat over uitwisseling tussen Europese landen. Vandaar ook de komst van de minister.

Het idee is eenvoudig. Deelnemende landen kiezen hun drie succesvolste (en makkelijk te transporteren) communicatieprojecten, en die doen daarna mee in een estafette door Europa: Duitsland stuurt projecten naar Portugal, de projecten van Portugal gaan naar Denemarken, de Denen verschepen hun spullen naar Warschau en zo verder tot in Israël toe (Europa is hier dus ruim bemeten).

Toch vielen de verschillen tussen de projecten het meest op. Kort door de bocht gaat Noordwest-Europa voor zelfwerkzaamheid, herrie en hands on, en kiezen Zuid- en Oost-Europa voor luisteren, rust en speelsheid. Het Bloomsfield Science Museum in Jeruzalem koos voor het verhaal. Met een toneelstuk over elektriciteit (een detective jaagt met kinderen op elektriciteitsrover Baron von Steckerhausen) en met een dialoog over Mars (tussen Ravi die er heen wil en een astronoom).

De universiteit van het Poolse Wroclaw husselt hands on activiteiten door de verhalen. In Home made DNA - “Wist je dat je elke dag kilometers DNA opeet?” - kunnen kinderen DNA halen uit aardbeien of ander fruit. En in What does a medieval European look like? wordt een oude schedel beplakt met 'spieren', 'huid' en 'haar' en zo omgetoverd in een min of meer authentieke kop.

In Lissabon zijn kinderen zelf het uitgangspunt. In Ciencia Viva kunnen ze bijvoorbeeld ervaren hoe het is om veel te zwaar te zijn. Simpelweg door in een soort Michelinmannetje-pakken over klimrekken en door buizen te klauteren. Door te steppen op een met gewichten verzwaarde step. En door, niet onbelangrijk, daarna zo snel mogelijk weer te remmen.

Mooi was het verhaal over een tweede project waarin groepjes kinderen 's avonds een moord mogen oplossen met DNA-technieken en andere snufjes. Een dag na zo'n sessie belde een moeder of haar zoontje 's avonds weer mocht komen. Het jongetje was namelijk niet van het idee af te brengen dat er echt iemand was vermoord...

Verhalen en aansluiten bij het dagelijks leven leken me al met al stukken leuker dan het voorschotelen van physics is fun-activiteiten. Niet alleen omdat die met hun explosies, vliegende magneten en kledderboem kermiseffecten ten onrechte de indruk wekken dat proeven altijd precies zo verlopen als de wetenschap voorspelt. En nog afgezien van de onmiskenbare reclameboodschap die bij mij vooral argwaan zou wekken. Maar vooral vanwege de herinnering aan mijn afkeer vroeger van herrie, gedrang en aandachttrekkerij.

In grote warenhuizen verschool ik me vroeger snel onder een kledingrek terwijl mijn moeder driftig shopte. En als ik naar het Evoluon werd meegesleept vroeg ik me al bij de tweede uitleg gapend af wanneer we weer weg mochten... Ofwel: de blijde boodschap dat techniek waanzinnig leuk is, zou aan mij niet besteed zijn. Al ben ik, wonderlijk genoeg, wel natuurkunde gaan studeren.

Had Noordwest-Europa dan niets in petto voor rustige types zoals ik? Natuurlijk wel. De luchtgitaar van Heureka in het Finse Vantaa moeten alle kinderen (en volwassenen) leuk vinden. Slimme techniek compenseert hier elk gebrek aan muzikale vaardigheid, want bij deze gitaar volstaan handbewegingen in de lucht.

Dé vondst van 2005, zoals New Scientist destijds schreef, was het trouwens niet helemaal. Tien jaar geleden presenteerde een onderzoeker van het MIT Medialab al een zelfde luchtinstrument in Londen. Ik weet dat omdat mijn dochters, toen nog kleuters, het ding mochten uitproberen.
Ze vonden het leuk. Zij houden ook best van hands on proefjes, al gaan ze, misschien ook wonderlijk, gewoon 'iets cultureels' studeren.

Maar ja, om studiekeuze moet het de wetenschapscommunicatie niet te doen zijn. Wel, zoals de Oostenrijkse minister zei, om goed geïnformeerde burgers. Die daardoor, wie weet, soms, inderdaad gelukkiger zijn.

Meer over WONDERS: http://www.euscea.org/main/default.asp?id=157

 

Add comment


Security code
Refresh

Reacties