Blinde vlek

Montreal is een leuke stad. Dat zei iedereen die het kon weten. Sowieso vond ik het wel een opwekkende gedachte om een weekje aan de andere kant van de Atlantische Oceaan te verkeren. Alleen bleef het doel van de reis een beetje schimmig.

Mijn buurvrouw op vlucht AC 864 had een concrete reden om te reizen. Zij ging, in drie woorden samengevat, een opera uitvoeren. Ik ging (op uitnodiging) naar de conferentie van de World Federation of Science Journalists om met vijfhonderd collega’s en voorlichters vier dagen over ons vak te praten.

Maar waarover dan precies? En waarom? Zouden we er wat aan hebben? Of moest onze aanwezigheid alleen maar bewijzen dat de WFSJ geen clubje is dat slechts zichzelf in stand houdt – met en vanwege alle losgepeuterde subsidies?

De eerste twee dagen bleef ik het gevoel houden dat we aan het navelstaren waren. Aan de andere kant: het was een verademing ongestoord over ons vak te kunnen praten. En het was écht leuk om te horen hoe de werkdag van een Chinese of Arabische collega eruit zag.

We waren het vaak verbazingwekkend eens. We vonden eensgezind dat een wetenschapsjournalist niet meer een wezenloze professor Sickbock is, die af en toe uit zijn overpeinzingen wordt gerukt om te verklaren hoe een maansverduistering werkt of wat de betekenis is van een gevleugeld dinofossiel. Een beetje wetenschapsjournalist haalt zijn onderwerpen nu immers (ook) uit het alledaagse leven.

Tegelijk was er juist over die onderwerpkeuze veel debat. De werkelijkheid is natuurlijk dat de keuze lang niet overal vrij is. In Arabische kranten zul je niets lezen over onderzoek naar de gunstige effecten van een dagelijks glaasje wijn. Een kritisch stuk over de bestrijding van SARS is in China niet gewenst.

Maar de kritiek gold ook de keuze van journalisten die vrij zijn om te kiezen. Waarom, vroeg bijvoorbeeld Daniel Greenberg, medewerker aan The Lancet en publicist/onderzoeksjournalist, schreven wetenschapsjournalisten amper over de (te) vergaande bemoeienis van de regering Bush met het wetenschappelijk onderzoek? Waarom, vroeg een dag eerder de Franse journalist en auteur Francois de Closets, hadden wetenschapsjournalisten zich nimmer gebogen over de schandalen rond de Concorde of in de Franse nucleaire industrie?

Wat zich in de discussies aftekende is dat die hedendaagse en alledaagse wetenschapsjournalisten nog steeds zo driftig ploeteren op hun vertaalslag dat ze soms vergeten afstand te nemen. Dat ze zich te afhankelijk maken van hun bronnen. Niet kritisch zijn.

De sessies maakten mijn week goed. Het ging ergens over. Al geloof ik niet dat daarmee ook mijn reserves jegens de WFSJ verdwenen. Wereldwijd lijkt bijna synoniem voor bureaucratisch. Maar misschien kan de wereld omspannen toch een voordeel brengen: want juist de ogen van een (verre) buitenstaander zien waarvoor jezelf blind bent geworden - en voorkomen zo dat je al vertalend en uitleggend vergeet de voor de hand liggendste en belangrijkste vragen te stellen.

 

Add comment


Security code
Refresh

Reacties