Verslag Apenheulexcursie
VWN-excursie naar de Apenheul in Apeldoorn, vrijdag 25 juni 2010
Lezingen over onderzoek in de dierentuin, met apenonderzoeker Simon Bearder als speciale gast, presentaties over aapgedrag en een basiscursus apen observeren. De Apenheul ontving de VWN met een dagvullend programma. Dik Binnendijk schreef het verslag.
Voor de ingang van het park naar de Apenheul stoppen bus 2 en 3. Net als de dagen ervoor zal deze vrijdag (25 juni 2010) weer warm en zonnig worden. Het is half tien. Willy en ik zijn als eerste bij het verzamelpunt: de bronzen gorilla. Astrid is de derde en even later komt Elmar als vertegenwoordiger van het VWN-bestuur eraan rijden op een OV-fiets. Ondertussen komen Lizet en Iris uit het park wandelen; zij waren er echt de eersten. Om tien uur zijn vijftien van de zestien VWN’ers aanwezig; nummer zestien komt wat later.
Constanze
We worden opgehaald door bioloog Constanze Melicharek, al negen jaar verbonden aan de afdeling Educatie van de Apenheul. Ze is Oostenrijkse, maar spreekt vloeiend Nederlands en is een zeer enthousiast verteller. Constanze zal verder de hele dag bij ons blijven als gids. Na een wandeling van een halve kilometer door het natuurpark Berg & Bos komen we bij de ingang van de Apenheul. Constanze raadt aan om de spullen die je mee wilt nemen, in een kleine of grote speciale apentas te doen, omdat loslopende aapjes goed dingen kunnen jatten. Deze groene apentassen kunnen ze niet open maken. De te grote tassen en rugzakken kunnen in de kluisjes en zijn zo veilig.
De St@art
We gaan eerst naar het gebouw De St@art, het gloednieuwe CO2-neutrale kantoor- en ontvangstgebouw van de Apenheul, dat 8 juni door prinses Máxima is geopend. We worden daar welkom geheten door Frank Rietkerk, zoölogische directeur van de Apenheul. We krijgen koffie plus appelgebak en een rondleiding. Het gebouw is ontworpen door het architectenbureau RAU, dat zich al jaren inzet voor het ontwikkelen van duurzame gebouwen. Technische hoogstandjes van De St@art zijn onder meer: betonkernactivering, koude-warmtewisseling en leemstuc. Bij de inrichting van de grote amfibische lezingenzaal onder de voortuin (die nog in aanleg is) is gebruik gemaakt van zoveel mogelijk cradle-to-cradle-materialen.
Leeuwaapjes
Daarna gaan we echt de apentuin in. De tuin is omgeven door een hoog ‘apenhek’ en water. Apen houden niet van zwemmen. Het duurt even voordat we over het water (minimale breedte 6 meter) apen in de bomen zien. De grotere apensoorten zitten min of meer veilig voor mensen op eilanden, maar kleinere apensoorten lopen vrij rond tussen de bezoekers, als ze daar zin in hebben. De kolonie gouden leeuwaapjes (oorsprong Brazilië) blijven in de boom zitten, maar wel bijna binnen handbereik. Camera’s komen te voorschijn en de fotograferende VWN’ers zijn bijna niet weg te krijgen bij de leeuwaapjesboom. Maar we moeten verder.
Lezingen
In het midden van de Apenheul staan twee legertenten rondom een verhoogd pleintje waar tafels en banken op staan. In één van die tenten vinden de drie lezingen plaats en is de lunch. Regelmatig hoorden we tijdens de verhalen plotseling krijsgeluiden van apen buiten de tent. Als eerste vertelt Frank Rietkerk een algemeen verhaal over de plaats die de Apenheul nationaal en internationaal inneemt als dierentuin en over het belang van de wetenschap bij de fokprogramma’s van bedreigde apensoorten. Zo is het gelukt om een kolonie leeuwaapjes, die gefokt zijn in de Apenheul succesvol uit te zetten in Brazilië. Speciaal overgevlogen uit Engeland is prof. Simon Bearder. Hij is verbonden aan Oxford Brookes University en een autoriteit op het gebied van primaten die ‘s nachts leven. Hij heeft jarenlang in Afrika onderzoek gedaan. Ondanks zijn enthousiasme blijft het een algemeen verhaal met weinig diepgang. Bij mij is bijgebleven dat hij de Apenheul de beste dierentuin van de wereld vindt en dat er per jaar zo’n negentig studenten van hem een paar weken in de Apenheul onderzoek doen.
Wat de boer niet kent...?
Het derde verhaal houdt Mirjam van Loon. Anderhalf jaar geleden deed zij voor haar masters (Universiteit Utrecht) onderzoek bij primaten in de Apenheul en bij een groep primaten in Indonesië. Onder het mom van 'Wat de boer niet kent, vreet 'ie niet' deed ze onderzoek naar of apen ook voedsel eten dat ze niet kennen (zoals artisjok en een plasticje jam). Een aap kreeg twee soorten voedsel aangeboden en mocht kiezen. Het bleek dat de Apenheul-apen een lichte voorkeur hadden voor vreemd eten en die in Indonesië hadden wat meer voorkeur voor het bekende voedsel. Wel ruiken de apen voor het eerst veel het vreemde voedsel en nemen er een klein hapje van, maar eet ‘t voedsel niet op. Als het voedsel inmiddels bekender is, dan wordt het wel helemaal opgegeten, zeker als ze dat ook andere apen zien doen. De achtergrond van het onderzoek is: kunnen apen gemakkelijk overschakelen op ander voedsel als het bekende voedsel in hun leefgebied verdwijnt. En: hoe leer je een aap - die vooral rijst en bananen als voer heeft gehad - wat hij in het wild kan eten?
Na de lunch geeft Constanze ons een kleine cursus ‘apen observeren’: waar moet je op letten. We gaan dat in de praktijk oefenen bij de kolonie van meer dan honderd doodshoofdaapjes (komen veel voor in Latijns Amerika). We vormen teams van drie personen en Constanze raadt ons aan om één aap te volgen.
Halfapen van Madagaskar
Op weg naar het gebied waar de doodshoofdaapjes ‘wonen’, komen we langs het gebied van de halfapen van het Afrikaanse eiland Madagaskar. Ze worden ook wel lemuren genoemd. Ze worden net gevoederd. We blijven kijken. Halfapen zijn een primitief soort apen, hebben vaak een lange snuit en kunnen beter ruiken dan de echte apen. Om ons heen op de grond en in de bomen komen de rode maki’s, blauwoog maki’s, ringstaart maki’s en de rode vari’s op het voedsel van de dierverzorgster af. De wit-zwart vari’s hebben blijkbaar geen honger; slecht één laat zich zien. Ruzietjes ontstaan en regelmatig vluchten de apen langs onze de benen weg om even later via een andere weg weer terug te komen naar de voederplek. Bij de dierverzorgster hangt aan de apenbrug boven haar een rode vari, die regelmatig om een stukje appel of meloen bedelt. Iets verderop op diezelfde loopbrug zit een andere rode vari en piest langdurig richting de dierenverzorgster, maar hij mist. Zij vertelt ondertussen enthousiast over ‘haar’ apen.
Onder stroom zetten
Van Constanze heb ik begrepen dat deze halfapen van Madagaskar bijna altijd in het gebied blijven, waar ze normaal vertoeven. Dat geldt niet voor de doodshoofdaapjes, die zwerven graag uit over de hele tuin en moeten dus een beetje in toom gehouden worden. De doodshoofdaapjes zitten op een gebied dat omringd is door water. De bruggen waarover we heen lopen, worden ‘s avonds zo nu en dan onder stroom gezet om de apen te leren dat ze de brug niet mogen passeren. Dat werkt; ook overdag komen ze niet over de brug heen. Het onder stroom zetten gebeurt nog maar sporadisch.
Observeren
Lizet, Marieke en ik vormen een team. Elk van ons heeft een velletje met punten waarop je bij de observatie moet letten. De observatie duurt een kwartier. Lizet en ik moeten elke minuut met een kruisje scoren wat we zien. Marieke moet het hele kwartier scoren wat ze ziet, maakt niet uit in welke minuut het is. De aandachtspunten van mijn velletje zijn gericht op kenmerken van het individu zoals slapen/rusten, contact met de observant, rennen, klimmen, eten enz. Ik dacht dat Lizet meer op de interactie met andere apen moest letten (vlooien bijv.) Wat het grote thema was van Marieke ben ik vergeten; ik heb alleen onthouden dat zij gescoord heeft of onze observatieaap geluid maakte.
We komen aan bij de doodshoofdaapjes en ook nu worden ze weer gevoederd. Van de halfapen weten we dat de apen dan heel druk kunnen zijn; de doodshoofdaapjes lijken zo nu en dan wel ADHD-kindjes, zeker bij het voederen; bovendien lijken ze voor ons ongeoefende allemaal op elkaar.
Plons
Ons team besloot om Plons te volgen. Doodshoofdaapjes hebben een matriagale samenleving. Plons is de godmother van de kolonie; haar wil is wet en zij bepaalt wat er gebeurt. Plons is 25 jaar oud, maar van haar macht is weinig meer te merken. Ze ligt in het gras naast het pad ver van de voederplek vooral te slapen en te rusten, maakte een paar maal geluid, kreeg een paar minuten bezoek van een andere aap die naast haar kwam liggen en de staart om haar heensloeg. Geen reactie van Plons. Eén keer had ik kort oogcontact met haar .... geen Bokito-reactie, nee ze legt haar hoofd weer neer en rust verder. Marieke, Lizet en ik zijn bij de observatie van Plons volledig tot rust gekomen. Volgens Constanze is Plons de laatste maanden sterk verouderd en ze verwacht dat Plons de sluiting van de tuin (eind oktober) niet meer haalt. Bij de opening van de Apenheul eind maart 2011 zal dan een nieuwe godmother zijn.
Andere teams observeren een meer levendige aap bij het voederen. Ik heb een paar maal op een scoreblaadje gezien, dat het team na vijf of zeven minuten de aap al weer kwijt was. Ik heb niemand gehoord over dat zijn pet of bril gejat is. Een VWN’ er heeft wel een gevechtje moeten leveren om het behoud van zijn pen. Bij mij is een aap alleen maar een paar minuten rustig op mijn hand blijven zitten.
Dorst
Na de observatie zijn we verder gelopen, bonobo’ s, berberapen.... Constanza: “Willen jullie die ook nog een kwartier observeren? Berberapen zijn een stuk rustiger dan de doodshoofdaapjes en zoals je kunt zien vlooien deze wel bij elkaar.” Het was warm, we liepen al twee uur door de tuin, dus iedereen humde instemmend bij de uitroep van - ik dacht - Aschwin: “Ik heb dorst!”We lopen daarom verder langs nog een paar apensoorten, hamsterachtigen en een bedreigde vogelsoort, die ook op Apenheul gefokt wordt en komen terug naar de tent waar de naborrel op ons wacht.
Dankzij de apen, Constanze en het weer is de Apenheul een geslaagde excursie geweest.
Verslag: Dik Binnendijk
Foto's: Mieke Roth en Aschwin Tenfelde
Mieke heeft ook nog een stel foto's van de excursie op haar eigen site gezet.




Wat zijn de essentiële technieken voor de komende 20 jaar? Welke doorbraken hebben we nodig om komende crises af te wenden? VWN-lid Bram Vermeer en zijn mede-auteurs Rutger van Santen en Djan Khoe interviewden een groot aantal experts en beschrijven hun toekomstvisie.