TNO Mobiliteit
Verslag VWN-excursie naar TNO Mobiliteit, Helmond, 30 september 2011
Tekst: Jan Kees van der Veen
Of de duvel ermee speelde. De VWN’ers die met het openbaar vervoer kwamen, konden Helmond niet bereiken: er reden geen treinen tussen Eindhoven en Helmond vanwege ‘aanrijding met persoon’ zoals de NS het omschreef. Dik en Anouck besloten hierop met de fiets te komen vanaf Eindhoven, maar reden fout en kwamen te laat. Duidelijke boodschap: de auto is zo gek nog niet. Bij de aanvang van de excursie was het TNO-ontvangstcomité bijna net zo groot als het aantal gasten en het strakke programma liep vrijwel onmiddellijk uit. Maar het kwam goed. Het aantal deelnemers kwam uiteindelijk op volle sterkte en het werd het een buitengewoon leerzame middag.
Â
Wat niet iedereen weet: Nederland speelt in Europa een rol van betekenis in de automotive industrie: bijna 50.000 (!) mensen zijn werkzaam in toeleverende bedrijven voor de automobielindustrie. TNO heeft enkele jaren geleden zijn vestiging TNO Mobiliteit geopend op de High Tech Automotive Campus in Helmond en biedt een breed spectrum aan onderzoeks- en testfaciliteiten met raadselachtige afkortingen.
Na een korte introductie door Stephan Hoeks, organisator van de middag, probeert Frank Hagemeier, Business Line manager Transport and Mobility, met bollen- en pijlenplaatjes een ordening te geven van de activiteiten van TNO Mobiliteit. Mobiliteit wordt benaderd vanuit verschillende proposities: ‘schoon en zuinig’, ‘veilig’, ‘betrouwbaar’, enz. Bij elke propositie hoort een onderzoeksprogramma, een visie en een plan. Duurzaamheid staat overal hoog in het vaandel. Het voorkomen van files is voorbeeld van een activiteit die door alle proposities heen loopt. TNO Mobiliteit Helmond draait goed en heeft opdrachten uit binnen- en buitenland.
Â
CACC en DITCM
Bart Kosse geeft een uiteenzetting over Cooperative Driving. Als de voertuigdichtheid op de weg te hoog wordt ontstaan spontaan files, zoals experimenten laten zien. Files veroorzaken niet alleen vertraging, maar ook nodeloos veel brandstofverbruik en vervuiling. De oplossing: voertuigen met elkaar gegevens laten uitwisselen over hun posities, snelheden, enzovoort en zorgen dat ze hun rijgedrag aan elkaar aanpassen. Collectief rijden in plaats van egorijden. Zelfs als de mens nog ‘in de loop’ zit, dus de besturing niet door de computer wordt overgenomen, kan de doorstroming zo al met 25% verhoogd worden. Experimenten met vrachtauto’s hebben aangetoond dat het brandstofverbruik 10% naar beneden kan. Men noemt het CACC, het vervolg op ACC (Adaptive Cruise Control, waarbij de auto automatisch afremt als de voorligger te dichtbij komt), de eerste C staat voor Communication.
Technisch is CACC realiseerbaar, het grote probleem is hoe te komen tot internationaal gestandaardiseerde communicatieprotocollen. TNO neemt deel aan internationale gremia om hierover afspraken te maken. De A270 tussen Eindhoven en Helmond is ingericht als testsite onder de fraaie naam Dutch Integrated Testsite Cooperative Mobility (DITCM). Hier staan 47 camera’s opgesteld, wifi connection points en wat al niet. Later op de middag brengen we een bezoek aan de DITCM control room, vanwaar experimenten met coöperatief rijden op de A270 geobserveerd en geregistreerd kunnen worden. Ook internationaal is hier belangstelling voor.
Nog een afkorting: GCDC (Grand Cooperative Driving Challenge), een in mei van dit jaar gehouden evenement op de A270 waarbij elf internationale teams in competitieverband hun oplossing voor coöperatief rijden lieten zien. Men hoopt hier een jaarlijks gebeuren van te maken.
PTC
TNO heeft veel ervaring met het testen van motoren, maar dit wordt, aldus Peter van Gompel, steeds meer vervangen door het testen van complete voertuigen, omdat dit een realistischer beeld geeft. Bij hybride motoren zitten motoronderdelen en -regelingen door het hele voertuig verspreid, die allemaal los testen heeft weinig zin. In het PTC (Powertrain Test Centre) kunnen zelfs van complete vrachtauto’s motorprestaties, brandstofverbruik en vervuiling gemeten worden bij uiteenlopende klimatologische omstandigheden (temperatuur -45o tot +55o, hoogte 0 tot 4000 meter, windsnelheden tot 120 km/u). Vooral kleine auto’s met zogenaamd heel zuinige en schone motoren blijken bij deze tests nogal eens door de mand te vallen: er blijken grote verschillen tussen motormeting en autometing.
De PTC heeft bij verschillende tests zijn waarde al bewezen. Voor de nieuwe emissienorm EURO6 kon de ‘calibration verification’ in twee weken worden afgerond, terwijl vroeger drie maanden nodig was voor dit soort tests. Er zijn veel buitenlandse klanten voor de faciliteit. We konden het PTC niet in tijdens de rondleiding, zagen wel de control room.
VeHIL
René Pelders licht ons uitvoerig in over botsingsonderzoek bij TNO. Het aantal doden bij verkeersongevallen is in Nederland zeer laag (650), maar het kan altijd beter. De meeste doden vallen bij auto-fiets botsingen en dit aantal is stijgend door de groeiende populariteit van de elektrische fiets. TNO richt zich primair op avoidance, het voorkómen van botsingen (active safety), en in tweede instantie op mitigation, het reduceren van letsel na een botsing (passive safety). Daarbij wordt gekeken naar de mens, naar het voertuig en naar de omgeving. Met modellen probeert men het gedrag van verkeersdeelnemers beter te voorspellen om met gerichte maatregelen de Time To Collision (TTC) te vergroten.
Vehicle Hardware In the Loop (VEHIL) is de benaming van een enorme testhal, uniek in de wereld, waarin geavanceerde systemen ter voorkoming van botsingen, bijv. ACC en CACC, met echte auto’s in realistische situaties getest kunnen worden. De testen worden gedaan met relatieve snelheden, het Vehicle Under Test (VUT) staat op een rollenbank. Tijdens de rondleiding werden enkele overtuigende demonstraties gegeven.
EEMC en TTAI
Gerton van Rooy tenslotte informeert ons over het onderzoek naar elektrische en hybride voertuigen in het European Electric Mobility Centre (EEMC). Vergeleken met auto’s met verbrandingsmotoren staan elektrische auto’s nog in de kinderschoenen. Waar en hoe worden e-auto’s opgeladen? Kan ons elektriciteitsnet dat eigenlijk wel aan? Hoe zit het met regelgeving? Wat voor risico’s brengen grote accu’s met zich mee bij botsingen? Kunnen accu’s hergebruikt worden? Hoe is het rijgedrag van elektrische auto’s, m.n. als alle vier de wielen met aparte elektromotoren worden aangedreven? Hoe gedragen e-auto’s zich onder uiteenlopende klimatologische omstandigheden? Hoe kan de actieradius van e-auto’s vergroot worden? Enzovoort.
TNO en het Duitse TÜV hebben enkele jaren geleden een samenwerkingsverband gesloten onder welluidende naam TÜV Rheinland TNO Automotive International BV (TTAI). Het hoofdkwartier staat in Helmond en de joint venture heeft zijn activiteiten onlangs uitgebreid met onderzoek naar elektrische voertuigen.
Samenvattend: indrukwekkende faciliteiten bij TNO Helmond, zeker als je in aanmerking neemt dat Nederland zelf maar zeer beperkt auto’s ontwikkelt en produceert (DAF, Spijker, …?). Misschien is dat juist wel een voordeel: tussen autolanden als Duitsland en Frankrijk kan Nederland een onafhankelijke positie innemen.
Dank aan Stephan Hoeks voor de organisatie en aan de sprekers en rondleiders.
Jan Kees van der Veen





Comments
Dit gaat om een mensen leven.
Een vriendelijk verzoek om dit enigszins aan te passen.
RSS feed for comments to this post.