Verslag bezoek NOS-redactie
Verslag VWN-bezoek NOS-nieuwsredactie, 28 juni 2012, Mediapark, Hilversum.
Door Sander Voormolen
Nadat het NOS Journaal de laatste maanden zwaar onder vuur kwam te liggen vanwege de kwaliteit van de berichtgeving op het gebied van wetenschap, durfde hoofdredacteur Marcel Gelauff het toch aan de discussie te voeren met zijn belangrijkste criticasters, de Nederlandse wetenschapsjournalisten. Hij nodigde dertig VWN-leden uit voor een rondleiding over de redactievloeren en een open gesprek over het nut van wetenschapsredacteuren bij het belangrijkste nieuwsorgaan van de publieke omroep. Met zo’n grote groep wetenschapsjournalisten over de vloer had het bezoek aan de NOS wel iets weg van een massasollicitatie, maar Gelauff hield de deur stijf dicht.

„Onze redactie is steeds kleiner geworden”, zegt Marcel Gelauff, hoofdredacteur van NOS Nieuws. Ten opzichte van vijf jaar geleden is zij met ruim tien procent ingekrompen. Met een omvang van 365 fte voor radio, televisie en internet is zijn equipe nog altijd veruit de grootste nieuwsredactie van Nederland. Maar Gelauff vindt het krap bemeten, „en de grote bezuinigingen op de publieke omroep zitten er nog aan te komen”, zegt hij.
Sinds een grote reorganisatie zes jaar geleden onder leiding van zijn voorganger Hans Laroes, heeft de NOS een grote nieuwsredactie, waarbinnen de deelredacties alle media doen. „Vroeger kwam het nog wel eens voor dat de redactie van de radio hun televisiecollega’s een hak wilden zetten en andersom”, zegt Gelauff terwijl hij zijn bezoekers rondleidt over de redactie. „Maar nu doen ze de garende kant van het nieuws samen, en pas bij het maken van de uitzendingen gaan ze ieder hun eigen weg.”
Deadlines bestaan niet meer, zegt Gelauff, de nieuwsproductie gaat 24 uur per dag door. Het heeft hem cynisch gemaakt over de waarde van nieuws: „Primeurs zijn journalistiek belangrijk, maar zijn al weer vervlogen zodra ze naar buiten zijn. Wij zijn als water uit de kraan. Zodra wij het nieuws brengen, staat het binnen een paar minuten overal, zonder dat wij als bron worden vermeld. Dat komt omdat iedereen denkt: Het Journaal is van ons allemaal.”
Er zijn naast Gelauff drie adjunct-hoofdredacteuren, waarvan er elke dag één op de redactievloer is om algemene managementtaken uit te voeren. De eindredacties van de verschillende uitzendingen maken de programma’s en bepalen ook met welk onderwerp geopend zal worden.
„Er komen iedere dag ongeveer twaalf onderwerpen in Het Journaal, maar wel 250 op de internetsite van de NOS”, vertelt Gelauff over de nieuwsstroom. „De eindredacties trekken vaak samen op om items in te vullen. Bij het nieuws maken voor radio en televisie gaat meer dan de helft van de tijd, kosten en mankracht zitten in de logistiek. Redacteuren moeten veel reizen.”
Terug in een vergaderzaal, geeft Gelauff ter zake. „De discussie is begonnen met Saskia Bonger van het Delftse universiteitsblad TU Delta, die mij de vraag stelde waarom wij bij NOS nieuws geen wetenschapsredacteuren in dienst hebben. We hebben er veel over gepraat en uiteindelijk bereikte ons gesprek een hoog abstractieniveau: wat is waarheid? En wat zijn feiten?”
En Gelauff herhaalt de stelling waarom hij eerder al fel werd bekritiseerd: „Het is mijn opinie dat feiten niet bestaan. Als ik de wetenschapskaternen van de kranten lees, lees ik vooral wat er nog meer onderzocht moet worden en wat er eigenlijk anders zit dan we altijd gedacht hadden. Als je nieuws brengt over de uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek dan zijn er altijd mensen die zeggen dat het niet klopt of dat de verkeerde invalshoek is gekozen.”
Voor de NOS is het aanstellen van een wetenschapsredactie geen optie, zegt Gelauff. „We hebben bij de NOS een brede generieke nieuwsorganisatie, we moeten kiezen welke thema’s we laten liggen en dan valt wetenschap al gauw af. Een bijlageachtig model voor wetenschap zoals in veel dagkranten, past niet bij ons. Als ik geld over had, zou ik jullie allemaal morgen aannemen, graag zelfs. Maar de werkelijkheid is dat ik dan dertig andere redacteuren zo moeten ontslaan.”
Volgens Gelauff is het „een definitiekwestie” dat hij geen wetenschapsredacteuren in dienst heeft. „Er zijn bij Het Journaal een aantal redacteuren die gespecialiseerd zijn op één onderwerp, bijvoorbeeld gezondheidszorg of klimaat en milieu. Als je die allemaal wetenschapsjournalist zou noemen, dan kom je misschien wel op dertig of veertig uit. Maar zou je het definiëren als mensen die een wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, dan kom je misschien wel uit op nul.”
Gelauff blikt terug op de discussie van de laatste maanden: „Er is daarin van alles over mij gezegd: soms was het terechte kritiek, soms waren het insinuaties en soms was het onder de gordel. Maar uiteindelijk vind ik het wel een goede discussie.”
De NOS redactie heeft er intern over vergaderd en gekeken hoe zij het beter konden doen, zegt Gelauff. „Wij hebben bijvoorbeeld nog eens goed gekeken naar wanneer wij het woord ‘onderzoek’ gebruiken. Gaat het dan om een wetenschappelijk onderzoek of om een trend of een analyse? Daar zijn wij nog scherper op geworden. Voortaan zullen wij het alleen wetenschappelijk onderzoek noemen als het ook echt wetenschappelijk onderzocht is. Als het niet representatief is of niet wetenschappelijk, noemen we het een rondgang, om aan te geven dat het gaat om het beeld van dat moment. Uiteindelijk is onze journalistiek er beter van geworden. We hebben geleerd dat sommige woorden heel verschillend gepercipieerd worden.”
Govert Schilling freelance wetenschapsjournalist die veel schrijft over sterrenkunde zegt dat veel verwarring ontstaat omdat bepaalde woorden in de wetenschap een andere betekenis hebben. „Als wetenschappers het hebben over een theorie, dan bedoelen ze iets heel anders dan iemand die in het dagelijks spraakgebruik zegt, dat is ook maar een theorie.”, aldus Schilling.
Wat voor soort journalist moet je daarvoor hebben, reageert Gelauff, om dat te kunnen beoordelen? „Wij maken het journaal voor mensen van zes tot zesentachtig, voor mensen die niet opgeleid zijn en extreem goed opgeleid. Dat leidt tot compromissen. Soms moet je besluiten dat je een onderwerp toch brengt, ook al is het geen wetenschap.
„Een fout met getallen is natuurlijk een journalistieke basisfout, die zouden niet moeten voorkomen. Een redacteur hoeft niet alles zelf te weten, maar hij moet natuurlijk wel goed checken of het klopt. Een of twee mensen aannemen die dat doen, dat is niet werkbaar. Waar het bij ons misgaat is dat wij niet voldoende naar bronnen gaan, bij een veel breder palet van onderzoekers.”
Zonder wetenschapsredacteur gaat het vaak mis, voert freelancer Arnout Jaspers aan, die veel over wiskunde en natuurkunde schrijft. „Met een paar van deze mensen in dienst kunnen feitelijke basisfouten tijdig uit de berichtgeving worden gehaald”, aldus Jaspers. „Een wetenschapsredacteur weet vaak veel sneller de juiste bronnen te vinden en kan vaak zo al zien dat een persbericht dat binnenkomt niet kan kloppen.”
„Ik weet niet of ik mijn redactie wel zo zou willen laten werken”, zegt Gelauff afhoudend.
„Het werkt bij krantenredacties ook zo, dat algemene redacteuren te rade kunnen gaan bij de collega’s van de wetenschapsredactie”, zegt Govert Schilling. „Het is fijn als je als redactie die mogelijkheid hebt. Je doet jezelf te kort als je daarin alleen afhankelijk bent van externe bronnen. ”
Niki Korteweg, freelancer op het gebied van neurowetenschappen, zegt dat Het Journaal ook zou kunnen overwegen wetenschapsjournalisten te bellen bij twijfel over een onderwerp.
Wetenschapsredacteuren van de VPRO Elmar Veerman en Jacqueline de Vree vragen zich af of de redacteuren van NOS wel de tijd hebben om zich te verdiepen in wetenschappelijke onderwerpen en of zij bijvoorbeeld al onder embargo de artikelen inzien die in een bepaalde week in de wetenschappelijke tijdschriften verschijnen. Gelauff moet er ontkennend op antwoorden. De VPRO-redacteuren bieden aan om werkafspraken met NOS te maken om in te springen bij lastige wetenschappelijke onderwerpen die meer tijd vergen om voor te bereiden. Gelauff ziet daar wel wat in.
Jacqueline de Vree raadt Gelauff ook aan om bijvoorbeeld iemand als Hans van Maanen voor drie dagen in te huren om NOS-redacteuren bij te scholen op het gebied van wetenschap. „Van Maanen is briljant in het fileren van getallen. Hij kan helpen de bullshit detector van redacteuren te ontwikkelen.”
Maar Gelauff blijft gereserveerd over het checken van wetenschappelijke resultaten: „Wij kunnen het bewuste onderzoek niet overdoen. En vaak blijkt pas achteraf dat bepaald onderzoek niet klopte, zoals bij de arseenbacterie en de Buck-affaire.
Een van de adjunct-hoofdredacteuren, Giselle van Can, wil weten welke wetenschappelijke doorbraken er dit jaar te verwachten zijn. De reactie van de wetenschapsjournalisten is dat wetenschappelijke bevindingen niet vooruit te voorspellen zijn, behalve misschien de bekendmaking van het Higgsdeeltje (sic) en de landing van een nieuwe Marsrover op Mars. Verder heeft wetenschap geen vaste momenten.
Nadine Böke (bioloog, VPRO) brengt nog in dat de meeste wetenschapsjournalisten een redelijk brede basiskennis hebben en dus ook over de grenzen van hun vakgebied kunnen heen kijken. Ze heeft zich gestoord aan feitelijke onjuistheden in de berichtgeving over de deeltjesversneller van Cern in het NOS Journaal, waarbij de commentator vertelde dat de ontdekking van het Higgsdeeltje nieuw licht zou werpen op het ontstaan van het leven en de oerknal. Een beetje wetenschapsjournalist had kunnen uitleggen dat het Higgsdeeltje met beide niets van doen heeft. Volgens Gelauff kan het wel zo zijn dat zo’n commentaar feitelijk wetenschappelijk niet klopt, maar journalistiek was het een goede samenvatting: „Alles moet zo verdicht worden tot een tekstje van tien seconden.”
Gelauff moet de discussie afbreken omdat de middagvergadering van Het Journaal begint. We worden uitgenodigd om erbij te zijn, maar van vergaderen komt niet veel terecht: de discussie zet zich voort maar nu met veel meer deelnemers.
Gelauff legt nog maar eens uit hoe moeilijk het is complexe onderwerpen (als wetenschap) in Het Journaal te brengen: „Elk onderwerp moet in maximaal 2,5 minuut behandeld worden. De deadlines zijn niet per dag, zoals bij een krant, maar as it happens. Er wordt meteen van ons gevraagd het nieuws te duiden, dat maakt de kans op fouten groter. Televisie is daardoor een medium met grote beperkingen, eigenlijk een klotenmedium.”
Presentator Rob Trip valt hem bij: „Het is secondenwerk, in een item van zeg honderd seconden, heb je ruimte voor maximaal drie vragen als het meezit.”
Het Journaal heeft een miljoenenpubliek en het is de kunst om die vast te houden. „Een item over buitenlandse politiek is vaak een zapmoment, uit metingen blijkt dat op dat moment 200.000 tot 300.000 mensen afhaken.”
Gelauff wil de nieuwsprogrammering laten aansluiten bij het gesprek van die dag. „Wij kiezen onderwerpen die wij zelf relevant vinden; we volgen niet de wil van de kijker, maar wel de wereld van de kijker. We brengen het nieuws menselijk en dichtbij. Als publieke omroep zijn wij verplicht zo breed mogelijk te informeren. Ook proberen we uit te leggen waarom iets belangrijk is, maar we zijn er niet voor het heil van de samenleving.”
Gelauff zal geen wetenschapsjournalisten gaan werven, maar de wetenschapsjournalisten hebben in ieder geval hun toegevoegde waarde aan de berichtgeving duidelijk kunnen maken. De kritiek is gehoord.





Comments
Ik DENK dat @A. Einstein dat bedoelde met 'ligt ver onder het niveau van schooltvweekjou rnaal'.
"Dumbing down the news" noemen ze dat in Amerika.
Ander voorbeeld van was de grootte van de Amerikaanse staatsschuld (1 augustus, 2011) die werd uitgedrukt in lengte als je alle biljetten opstapeld. Wat de hoogte van die stapel dan is. Maar dan uitgedrukt in "afstand naar de maan". Alsof ik ooit geld in kilometers ga uitdrukken!
Latere uitzending: "1 miljoen noemen we vanaf nu 1 weekendtas gevuld met geld.
1000 miljard noemen we voortaan 1 voetbalveld vol geld. Dus de schuld van de Amerikaanse overheid is 14 voetbalvelden met geld."
Schone groet, Jacqueline de Vree
Goede journalistiek komt dan vanzelf uit bij (freelance) wetenschapsjour nalisten, om hun verhaal te verifiëren.
Helaas is die houding bij Gerlauff's redactie snel aan het verdwijnen.
Vandaar hierbij deze verwijzing :
http://bit.ly/M2QAeR
Vr groet,
Marcel Gelauff
RSS feed for comments to this post.