Salpeter

Een aantal VWN-leden geeft op deze blog regelmatig commentaar op wetenschap en media.

Is Marcel Hulspas een racist?

In het jongste nummer van NWT Magazine heeft Marcel Hulspas een artikel over ‘duistere wetenschap’ — over zaken die eigenlijk taboe zijn maar waar de wetenschap wel wat over te zeggen heeft. De redactie van het tijdschrift is er kennelijk trots op, want het stuk wordt op de kaft aangekondigd met ‘Taboes doorbroken: het nut van racisme en verkrachting’.

Hulspas hangt zijn verhaal op aan de publicatie van de ‘Nederlandse Wetenschapsagenda’ door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, en in het bijzonder de agenda voor de sociale wetenschappen zoals die daarin is verwoord. Die is hem veel te goeiig: ‘vooral bedoeld om brave burgers bij te staan’ en om goed gedrag van wetenschappelijke goedkeuring te voorzien. Maar wetenschap, zegt Hulspas, ‘kent geen goed of fout’, dus daarom wil hij de boel eens opschudden met ‘vijf volstrekt onaanvaardbare gedragingen — en waarom de wetenschap ze goedkeurt.’

 

Diederik Stapel en het Grote Ontkennen

Diederik Stapel weet ook niet wat hem bezielde. 'De afgelopen jaren,' liet hij weten, 'is de druk mij te veel geworden. Ik heb de druk te scoren, te publiceren, de druk om steeds beter te moeten zijn, niet het hoofd geboden.' Daar moeten we het blijkbaar mee doen. Voor een hoogleraar sociale psychologie is dit natuurlijk een wel héél pover verhaaltje. Die 'druk', daar gaan alle onderzoekers onder gebukt, zonder dat ze aan het fantaseren slaan. Ze zuchten eens flink, en publiceren gewoon wat minder. Niemand heeft Stapel opgedragen de wonderboy van de vaderlandse psychologie te worden. Gelukkig waren er de afgelopen dagen deskundigen die wel wisten wat er mis is met deze man. Alhoewel...

De NRC (van 1 november) liet er geen gras over groeien en ging langs bij een forensisch (!) psychiater, Hjalmar van Marle. Dat had Stapel nooit ontmoet, dus hij kon 'echt niet zeggen' wat de man mankeerde MAAR als hij er toch wat over moét zeggen (de NRC interviewt blijkbaar met het pistool in de aanslag), dan was hier sprake van 'een neurotische persoonlijkheid die lijdt onder zijn eigen dwangmatigheid'. Dat soort types gedijen goed in de wetenschap, wist Van Marle nog te vertellen. Dwangmatig gedrag? Waarschijnlijk dacht Van Marle toen hij dat zei niet aan zichzelf. Ten onrechte.

NRC én het Algemeen Dagblad (van 2 november 2011) konden ook terecht bij André Köbben, een cultureel antropoloog in ruste die ooit ontdekte dat wetenschappers niet te vertrouwen zijn – en die dus ook alles van Stapel weet. Volgens Köbben lijden 'mensen als Stapel' aan het 'Ik-weet-het-toch-wel-syndroom'. Ze zijn 'dol op zichzelf, ijdel (…) dat maakt ze hoogmoedig.' Köbben onderscheidt twee soorten onderzoekers, mensen 'die alles makkelijk afgaat' en de 'zwoegers'. En hij constateert: 'Dit soort fraude zie je eigenlijk altijd bij mensen die het gemakkelijk afgaat.' Kortom, ook van Köbben worden we niks wijzer. Wat zijn 'mensen als Stapel'? Wat is 'dit soort fraude'? En waarom zou je juist gaan frauderen als het je 'gemakkelijk afgaat'?

Van Marle en Köbben: twee slachtoffer van het 'Ik-weet-het-toch-wel' syndroom. Maar er zijn er meer. Ook andere 'deskundigen' doen net alsof hierover alles erover gezegd is met de mededeling: bij Stapel zit een steekje los. Een voorbeeld is Robert Dijkgraaf, die vrolijk vertelde dat de wetenschap hooguit een paar maandjes last zou hebben van de affaire. Het is in zijn ogen niet meer dan een incident, dat hooguit imagoschade kan veroorzaken aan het fraaie land der wetenschap. En o ja, Stapels promovendi – die hadden het zwaar, want hun promotie was nu verdacht. (Beste Robert, het gros der promovendi doet helemaal niente met die fraaie titel.) Niks aan de hand dus – en dat terwijl de Commissie-Levelt werkelijk vernietigend uithaalt naar het totale gebrek aan controle en zelfkritiek binnen de 'verificatiefabriek' van de sociale psychologie. Daar lezen ze bij de KNAW heerlijk overheen.

Of neem Jos Engelen, directeur van NWO. De affaire was 'een uitzondering. Hoogst uitzonderlijk.' Hoe weet de man dat? Heeft NWO reeds bliksemsnel een onderzoek uitgevoerd naar hoeveel onderzoekers dezelfde enorme leemtes in het vakgebied hebben opgemerkt en uitgebuit? En heeft NWO reeds geconstateerd dat verder niemand dacht: dat kan makkelijker? NWO heeft niks; Engelen weet niks, Engelen kletst maar wat; Engelen hóópt alleen maar dat Stapel een uitzondering is.

En dan was er zaterdag 5 november 2011 in de Volkskrant de Groningse rector Elmer Sterken. Stapel was uitzonderlijk, durft ook hij glashard te beweren, en dus doet deze zaak 'geen afbreuk aan de kwaliteit van de wetenschap'. Nee, beste Sterken: Stapel heeft niks afgebroken – die afbreuk had al plaatsgevonden en was juist de reden waarom Stapel zijn gang kon gaan. Sterken filosofeert verder over wetenschap die nooit af is, en fraudeurs die altijd zullen bestaan, maar zwijgt over waar het werkelijk om gaat: openbaarmaking van onderzoeksgegevens. De universiteit moet beter luisteren naar klokkenluiders, die vrome praatjes wil hij nog wel kwijt. Maar niks over de sociale psychologie.

Ziedaar het Grote Ontkennen in drievoud. Men weet het toch wel: Stapel was gek, was uniek, en met de wetenschap is niks aan de hand. Gaat u maar weer rustig slapen. Maar de affaire-Stapel was qua methode en omvang helemaal niet uniek, en in die 'verificatiefabriek' kunnen met gemak tientallen kleine Stapeltjes rondlopen. Die hoeven zich dus geen zorgen te maken. De heren die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek in ons land, hebben gekozen voor het Grote Ontkennen. Doodsbang voor een aanval van de PVV waarschijnlijk, en doodsbang dat deze affaire leidt tot roep om nieuwe bezuinigingen. Het is nu geen tijd voor zelfkritiek – de rijen moeten gesloten. Tot de volgende Stapel.

Hulspas

 

Is WikiLeaks een zootje losgeslagen anarchisten?

Jan Staman, de directeur van het Rathenau Instituut, lijdt aan paranoia. Hij vermoedt duistere bedoelingen achter WikiLeaks. En niemand die het ziet, zegt-ie. Behalve Jan natuurlijk.

‘Het valt me op,’ schrijft hij in de NRC van 17 januari, ‘dat de meest voor de hand liggende vragen die je zou kunnen stellen over WikiLeaks niet of nauwelijks worden gesteld. Welk doel wordt nagestreefd met het in de openbaarheid brengen van enorme hoeveelheden vertrouwelijke overheidsinformatie? Hoe verhouden doel en middelen zich tot elkaar?’

Me dunkt dat deze vragen ruimschoots, om niet te zeggen: uit en ten treure in de media aan bod zijn gekomen, en WikiLeaks-woordvoerder Assange heeft er ook al uren over vol gekletst. WikiLeaks beschouwt zichzelf simpelweg als een nieuwe vorm van journalistiek. Het doet wat journalisten laten liggen: de duistere praktijken van regeringen en bedrijven onthullen.

Maar Staman heeft dat blijkbaar allemaal gemist. In plaats van een van de tientallen (honderden?) interviews met Assange op te zoeken en te citeren, komt Staman met zijn eigen originele antwoorden: ‘Het lijkt erop dat WikiLeaks de westerse staat zelf beschouwt als een misstand. Daarom zijn chaos creëren, regeringen in ernstige verlegenheid brengen en internationale politieke verhoudingen destabiliseren de doelen die de organisatie nastreeft. WikiLeaks ontkent dat het schade aanricht (…). Het gaat hier immers over een hoger doel, een doel dat de middelen heiligt. Ik stel vast dat WikiLeaks zich hiermee ontegenzeggelijk in een traditie plaatst – in die van de revolutionaire en anarchistische splintergroepen uit de jaren zeventig en tachtig die vergelijkbare doelen nastreefden.'

En ik stel vast dat het Rathenau Instituut, dat is toch bedoelt is om het maatschappelijk debat over wetenschap en technologie op een hoger plan te tillen, opgescheept zit met een kolderieke waandenker.

WikiLeaks is dus hetzelfde als de Rode Brigades van weleer, of de Rote Armee Fraktion. Anarchistische moordenaars en bommenleggers die de staat wilden omverwerpen. Linkse raddraaiers. En dat heeft Staman helemaal zelf bedacht. Niet gehinderd door enige nieuwsgierigheid. Merkwaardig, maar ook tekenend voor deze tijdgeest. Een tijdgeest waar WikiLeaks juist tegen in geweer komt.

Stamans ‘antwoord’ is gebaseerd op de vooronderstelling dat alles in en om WikiLeaks één grote leugen is. Dat WikiLeaks een geheime agenda heeft: de anarchistische wereldrevolutie. Dat weet Staman gewoon. Die NRC-bijdrage van hem zou kunnen betekenen dat er iets vreemds in de koffie zit, daar op het Rathenau. Maar het zou ook gewoon het zoveelste voorbeeld kunnen zijn van het paranoïde samenzweringsdenken dat momenteel bon ton is. En dat blijkbaar tegenwoordig ook in de NRC mag bloeien. Hoe komt dat toch? Een korte geschiedenisles dan maar.

Ooit (tien jaar geleden) was het geloof in de Grote Samenzwering slechts weggelegd voor en zeer bescheiden aantal randdenkers. Ook al werd de lijst der verdachten steeds langer (joden, vrijmetselaars, de Mossad, Bilderberg, Wall Street, de CIA, buitenaardse wezens…), het antal gelovers groeide niet echt mee. Maar alles veranderde, dankzij 9/11 en de Tweede Golfoorlog. De aanslagen leidden binnen de VS tot een ware uitbarsting van samenzweringstheorieën.

Dat had een lokaal fenomeen kunnen blijven, vergelijkbaar met de folklore rond who killed Kennedy?, ware het niet dat de Amerikanen vervolgens Irak binnenvielen onder wel zulke extreem dunne voorwendselen dat het hele paranoïde web, ontstaan naar aanleiding van 9/11, spoedig de hele wereld omspande. Ze vielen binnen omdat Sadam Hoessein banden zou hebben met Al-Qaeda en omdat daar massavernietigingswapens zouden liggen. Allemaal erkende leugens. En dat niet alleen: in conservatieve kring werd ook openlijk gesproken over gunstige effecten voor Israël, en voor de Amerikaanse olievoorziening. Dat werd wereldwijd goed verstaan.

De doortrapte aanloop naar de oorlog in Irak, doorspekt met amateuristische leugens, heeft de Amerikaanse diplomatie onvergelijkbaar méér schade toegebracht dan welke WikiLeaks-onthulling dan ook. En diezelfde leugens hebben het paranoïde denken wereldwijd een ongelofelijke stimulans gegeven. Wat officiële instanties ook zeggen, iedereen ‘weet’ nu dat ze liegen en bedriegen, en dat de burger machteloos staat. Dat soort paranoia is doodnormaal geworden. Zie de bijdrage van Staman. En WikiLeaks wil daar nou juist een eind aan maken. Het wil onthullen, zodat regeringen gedwongen worden om in ieder geval iets minder vaak te liegen.

Waar Staman zich vooral zorgen over maakt, is de publieke steun voor WikiLeaks. Hij zoekt de redenen daarvoor niet in de schandalige Golfoorlog (die noemt hij helemaal niet), maar mijmert over ‘de kloof tussen de burger en de staat’, ‘volkswoede over de financiële crisis’ en een ‘neiging tot onwaarachtigheid over oorlogvoering’ (??). Om vervolgens opnieuw uit te halen naar WikiLeaks. Volgens Staman (in zijn gedaante van cultuurfilosoof) staan we namelijk voor een wereldhistorische overgang van een systeem gebaseerd op ‘vertrouwen en representatieve vertegenwoordiging’ naar een systeem gebaseerd op ‘wantrouwen, uitgeholde vertegenwoordiging en directe controle.’

En hij vervolgt: ‘WikiLeaks versterkt dit nieuwe systeem in wording.’ Nee, beste Staman, WikiLeaks is juist een (wellicht naïeve) poging om dat oude vertrouwen terug te krijgen. Om ontspoorde regeringen zó hard de les te lezen, dat ze hun leven beteren en we ze voortaan weer als vanouds kunnen vertrouwen.

Gek genoeg besluit Staman zijn betoog met een tweevoudig advies aan de overheid om het vertrouwen van de burger terug te winnen. Dat luidt: wees open en eerlijk, en vertrouw de burgers. Dat is exact de doelstelling van WikiLeaks. Eigenlijk is hij het dus volkomen met ze eens. Blijkbaar vindt Staman dat hij als hoge, door het ministerie van Onderwijs betaalde ambtenaar nooit kan zeggen dat hij het met WikiLeaks eens is. En moet hij die club dus eerst uitgebreid zwart maken, alvorens ze stiekem gelijk te geven.

Slim?

Of paranoia?

Volgens mij kan het in ieder geval geen kwaad de koffieapparaten daar eens grondig schoon te maken.

 

Lekker gillen met knettergekke Geert

Voor sommige klinkt zoiets wellicht verfrissend, de stelling van collega Rik Smits in de Volkskrant van deze morgen (30 sep). Het monotheisme als bron van alle kwaad. Monotheisme leidt tot fanatisme, tot wereldomspannende pretenties, tot moord en doodslag. Rik neemt daarbij de islam én het christendom op de korrel. Smits, met een klassiek-islamitische beeldspraak: 'in de kern is monotheïsme de moeder van bijna alle superioriteitsideologieën'. In de laatste alinea's neemt hij wat gas terug en heeft hij het ook over de 'exceptionele successen' van het monotheïsme (waaronder voor het christendom: 'technische en wetenschappelijke vooruitgang'- toe maar!), maar het het duivelsei is dan al gelegd.

Waar of niet waar? Smits hele argumentatie draait (dat heb je wel vaker bij opiniestukkenstukken in kranten) om één enkele, bijna terloopse opmerking die we, juist omdat-ie zo terloops voorbijkomt, gemakkelijk voor waar aannemen. In dit geval: ''Echte godsdienstoorlogen bestonden niet in de klassieke oudheid, net zo min als de Afrikanen en de oorspronkelijke bewoners van Amerika zich noemenswaard met elkaars geloof bemoeid lijken te hebben.' Enkele millennia geschiedenis stellig en bondig voor u samengevat - maar er klopt niks van.

Over de oorlogen en beweegredenen daartoe van 'Afrikanen' (vóór de komst der blanken, mogen we aannemen) en de oorogen van de oorspronkelijke bewoners van Amerika weten we helaas erg weinig. Over de 'Afrikanen' helemaal niks, wat betreft Amerika beschikken we in ieder geval over teksten van Maya's, Azteken en (redelijk wat over de) Inca's etc. Volkeren die elkaar regelmatig massaal de hersens insloegen en daarbij de hulp van de goden inriepen. 'Wellict denkt u: geen 'echte godsdienstoorlogen' maar stammenstrijd. Want het ging niet om godsdienst. Kom ik op terug.

Wat betreft de klassieke oudheid zien we, u raadt het al, hetzelfde. Oorlog op aarde is oorlog tussen de goden. Van monotheisme was geen sprake, maar dat deed er niks toe. De oudste veldslag waarvan we het verloop kennen, de slag bij Kades (1273 v.Chr.), tussen farao Ramses II en de Hittititische koning Muwatallis, was net zo goed een strijd tussen goden. Amon was de schepper van de aarde, Ramses zijn vertegenwoordiger op aarde, dus de heerser over de aarde. Alle andere goden waren ondergeschikten van Amun. En: alle andere vorsten waren onderdanen van Ramses en dienden zich daarnaar (voor de schijn) te gedragen. Over superioriteitsdenken gesproken. (Maar andere koningen/goden waren net zo erg.) Wie dat niet deed, wie brutaal was (Muwatallis), kon op oorlog rekenen, en Ramses riep op het slagveld (toen het mis dreigde te gaan) zijn vader, de god Amun, aan om hem de overwinning te schenken op die koning met zijn lousy godjes.

Geen 'echte' godsdienstoorlog? Waar Smits de mist in gaat, is dat dit begrip nu juist verzonnen is door mensen die alles door een religieuze bril bekijken. Zij maken van oorlogen bij voorkeur godsdienstoorlogen. Maar trap er niet in, Rik - religie is niet de oorzaak van oorlogen. Laten we in godesnaam Huntington en zijn heetgebakerde 'clash if civilizations' (hij bedoelde 'religions', hij bedoelde: christendom is lekker beter! want het is de uitvinder van wetenschap en technologie!) maar gauw vergeten en terugkeren naar het oude marxistische standpunt: maatschappelijke conflicten ontstaan niet door theologische raadseltjes maar door economisch onrecht, door armoede waar anderen zich verrijken, door uitzichtloosheid waar anderen graaien. En oorlogen ontstaan waar heersers die conflicten willen verdoezelen. En de aan heersers gelieerde geestelijke leiders sleuren dan hun god te voorschijn. Die wil ook graag vechten! Die wil dat we gaan vechten! Het is een godsdienstoorlog! 'Echte' godsdienstoorlogen bestaan helemaal niet. Religies kunnen uitstekend naast elkaar bestaan - toen en nu, en kunnen misbruikt worden - toen en nu. En monotheisme is niet oorlogszuchtiger dan wat voor polytheisme dan ook.

Het klinkt misschien verfrissend, om aansluitend op onze Geert en zijn islamofobie te roepen dat ook het christendom vreselijk gevaarlijk is, maar het is onverstandig. In feite speel je dan hetzelfde achterlijke spelletje.

Marcel Hulspas

 

Adieu Freud


Van de doden niets dan goeds, natuurlijk. Maar zelfs aan hypocrisie zit een grens. Het besluit van het CvZ om de psychoanalyse uit de verzekering te gooien, leidde tot een aantal reacties waarbij de indruk werd gewekt dat hier ten onrechte iets buitengewoon waardevols werd geloosd. Ten onrechte geloosd, want psychoanalyse was niet de enige behandeling waaroor het wetenschappelijk bewijs ontbrak. (Dat schijnt voor sommigen een argument te zijn), en buitengewoon waardevol want Freud had het onderbewuste ontdekt (volstrekt onwaar) en, zo vertelde Paul Schnabel, hij had acht jaar therapie gehad en was zo door een moeilijke periode in zijn leven gekomen (Godbetert!). En nu deze zaterdag vertelt Marcel Moring in de NRC dat hij het ook zo nutig gevonden had daar op de divan, zoekend naar de traumatische jeugdervaring. Moring, aldus de kop, kan het iedereen aanbevelen. Hier lijkt, kortom, een aardig intellectueel speeltje nogal onheus bejegend te zijn. Wellicht is het, voordat deze indruk blijft hangen, verstandig om even te herinneren aan wat psychoanalyse de afgelopen decennia ook is geweest.

 
Meer artikelen...
Reacties